Wandelen in de waarheid en met een onverdeeld hart

A A A

In dit artikel wil ik beschrijven dat Gods Woord ons oproept in waarheid te wandelen en dat het soms moeilijk te onderscheiden is of we in ongerechtigheid en eigenliefde wandelen.

Inleiding
In Gods Woord is waarheid o.a. verbonden met een bepaalde levenswandel (2 Joh. 4; 3 Joh. 3,4). Men wandelt in de waarheid als men wandelt volgens Gods geboden en deze geboden wil je gehoorzamen uit liefde voor Hem (Joh. 14:15 ; 2 Joh. 6).
Johannes schrijft in zijn tweede brief dat hij zich zeer verblijdt “dat ik er onder uw kinderen gevonden heb die in de waarheid wandelen, in overeenstemming met het gebod dat wij van de Vader ontvangen hebben.” De levenswandel van de christen wordt gekenmerkt door een wandelen in waarheid en liefde. Wandelen in waarheid is een wandel volgens de vaste en geldende norm van Gods geboden. Indien men deze overtreedt en daarin blijft, wandelt men in ongerechtigheid (1 Kor. 13:6).
Wanneer koning Hizkia ziek is en hij van Jesaja het bericht krijgt dat hij alles moet regelen omdat hij zal sterven (2 Kon. 20:1-3), doet hij een beroep in zijn gebed op deze levenswandel met de woorden: “Och, HEERE, gedenk toch, dat ik voor Uw aangezicht in waarheid en met een volkomen hart gewandeld, en wat goed in Uw ogen is, gedaan heb” (SV).

Wat is nu het probleem?
Onze wandel in waarheid en een onverdeeld hart kan verstrengeld zijn of worden met een levenswandel in ongerechtigheid (leugen) en gericht zijn op onze reputatie (eigenliefde). Het probleem is dat onze motieven moeilijk te onderscheiden zijn, dat wat we uiterlijk zien niet in overeenstemming is met het innerlijke. Er geen waarheid in het verborgene is. Ons hart is zo arglistig. Een mens is in staat om waarheid te zeggen, rationeel correct te zijn, zonder waarachtig te zijn. Zijn hart is niet één, het is dubbelhartig.

Twee voorbeelden
In Mattheüs 6:5 geeft Jezus onderwijs over hoe we niet en wel moeten bidden.
“En wanneer u bidt, zult u niet zijn als de huichelaars; want die zijn er zeer op gesteld om in de synagogen en op de hoeken van de straten te staan bidden om door de mensen gezien te worden.”

We zijn geneigd om de tekst uit te leggen als een openlijke veroordeling van schijnheiligheid, alsof het gaat over iemand die de aandacht op zichzelf wil richten. We betrekken dit zelden op onszelf. Maar wat de Heere Jezus hier toont is dat de zonde ons blijft achtervolgen tot zelfs voor het aangezicht van God. We neiging om te zondigen, omwille van onze zucht naar zelfverheerlijking en aanbidding van het zelf. Deze neiging van ons hart achtervolgt ons tot bij het aangezicht van God. Het hoogste wat een mens kan doen is God aanbidden. Maar als we voor Gods aangezicht verschijnen overvalt ons zelfs op die plek de neiging van ons hart om te zondigen.
Het beeld dat een mens voor God knielt is toch het mooiste beeld dat we van een mens kunnen hebben en toch kan dit een beeld zijn van grote afgoderij.

Het meest ingrijpende is wel wat geschreven staat in Mattheüs 7:22: “Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam demonen uitgedreven, en in Uw Naam veel krachten gedaan? Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt!”
Wat hieraan voorafgaat is dat Jezus zegt in Mattheüs 7:17 (en dat maakt het nog verwarrender): “Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort en een slechte boom brengt slechte vruchten voort.” Blijkbaar is in Zijn Naam profeteren, demonen uitdrijven of krachten doen niet de vrucht die Hij in ons leven zoekt.
Deze mensen hebben een geweldige reputatie, doen krachten, wonderen en tekenen. Ja, het gaat nog verder in Mattheüs 7:22 waarin mensen tegen de Zoon zeggen: “Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam demonen uitgedreven, en in Uw Naam veel krachten gedaan?” En ze krijgen het voor ons verbijsterende antwoord van de Heere Jezus: “Ik heb u nooit gekend, ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt.”

De Heere Jezus instrueert zijn discipelen hoe echt van onecht te onderscheiden. Ze lijken namelijk op schapen en wandelen in het midden van de kudde. Maar ze zijn niet wat ze lijken te zijn en ook zijn ze niet wat ze belijden. Zoals Jesaja 29:13 beschrijft: “Omdat dit volk tot Mij nadert met zijn mond en zij Mij eren met hun lippen, maar hun hart ver van Mij houden, en hun vrees voor Mij slechts een aangeleerd gebod van mensen is.” Uiterlijk is niet zichtbaar wat de innerlijke werkelijkheid is.

Wat hier benadrukt wordt zijn de motieven, de toestand van ons hart. Iemand kan het Onze Vader bidden en het wordt als een reukoffer aan God gezien en de ander bidt dezelfde woorden op de hoeken van de straat of in het midden van de gemeente en het is vuilnis. Het ene is waarheid, het andere leugen, ongerechtigheid, gericht op een goede reputatie, eigenliefde.

Als de Heere Jezus de gelijkenis van de verloren zoon o.a. aan de Farizeeërs vertelt, dan is het voor deze religieuze leiders duidelijk dat als Jezus over de oudste zoon spreekt, dat het over hen gaat. Deze oudste zoon is een krachtige waarschuwing voor ons allemaal. Het laat zien hoe gemakkelijk en subtiel ongeloof zich als trouw en waarheid kan vermommen.

Hoe gebeurt zo iets?
Tim Keller geeft in zijn boek Centrum-Kerk een vergelijking tussen religiositeit en Evangelie (zie tabel). Er bestaat een enorme kloof tussen de visie dat God ons accepteert vanwege onze prestatie en de visie dat God ons accepteert om wat de Heere Jezus heeft gedaan. Religie werkt vanuit het principe: “Ik gehoorzaam en daarom word ik door God geaccepteerd.”
Evangelie is: Ik word door God geaccepteerd door wat Christus heeft gedaan en daarom gehoorzaam ik. Twee mensen kunnen in een kerk naast elkaar zitten en het leven op verschillende principes baseren.

Je herkent hierin zeker de houding van de Farizeeërs en hun motieven. Maar het gaat nu meer om jezelf. De gevolgen van een verkeerd motief om voor Jezus te kiezen en of je een druk religieus leven hebt of echt een diepe relatie met je Heer. Je wandelt in waarheid en liefde of je hebt een druk religieus leven.

Religiositeit Evangelie Evangelie
Mijn identiteit en eigenwaarde zijn vooral gebaseerd op hoe hard ik werk en hoe moreel ik leef, en dus moet ik neerkijken op degene die ik immoreel vind. Ik minacht anderen en voel mij superieur. Mijn identiteit en eigenwaarde draaien om die ene die stierf voor zijn vijanden, waartoe ik ook behoor. Alleen door genade ben ik wat ik ben, dus ik kan niet neerkijken op anderen die iets anders geloven of praktiseren dan ik.
Ik gehoorzaam, daarom houdt God van mij. God houdt van mij, daarom gehoorzaam ik.
Ik gehoorzaam God om dingen te krijgen. Ik gehoorzaam God om Hemzelf, om mij in Hem te verheugen en op Hem te gaan lijken.
Als de omstandigheden in mijn leven verslechteren ben ik boos op God of op mijzelf, omdat ik net als de vrienden van Job geloof dat iedereen die goed is een comfortabel leven verdient. Als de omstandigheden in mijn leven verslechteren worstel ik daarmee maar ik weet dat, terwijl God dit kan toelaten om mij te beproeven, Hij mij als een Vader zal liefhebben.
Als ik kritiek krijg, ben ik woedend of van streek omdat het voor mij van levensbelang is dat ik mijzelf kan zien als een goed mens. Als dat beeld wordt bedreigd moet dat koste wat kost worden voorkomen. Als ik kritiek krijg, worstel ik daarmee, maar ik vind het niet van levensbelang mijzelf een ‘goed mens’ te vinden. Mijn identiteit is niet gebaseerd op mijn daden maar op Gods liefde voor mij in Christus
Mijn gebeden bestaan voornamelijk uit verzoeken en worden intenser als ik moeilijkheden heb. Mijn gebed is vooral bedoeld om greep te krijgen op de omstandigheden. Mijn gebeden bestaan voor een groot deel uit lofprijzing en aanbidding. Mijn gebed is vooral bedoeld met God in contact te komen.

Jammer genoeg herkennen we religiositeit wel bij farizeeërs en bij anderen maar zelden bij onszelf.

Er was een tijd dat de gemeente de hoogste prioriteit had in mijn leven. Ik hoorde iedereen die piepte in de gemeente, had een luisterend oor, bezocht de mensen, was er druk mee. Maar thuis hoorde ik niet het piepen van mijn eigen geliefden. Mijn prioriteiten gaf ik aan het ‘dienen van God’, ‘hardlopen voor God’. Het benauwde mijn vrouw Rietje altijd hoe ik over bediening en dienst aan God sprak. Maar God greep in. Hij liet mij op een harde, diepe wijze zien dat ik het dienen van de gemeente en de gemeente als een afgod in mijn leven had toegelaten.
Ik wandelde niet meer in waarheid en liefde vanuit een relatie met Hem.
Onze wandel met Hem kan verworden tot een vorm van druk zijn voor God omwille van mijn eigenwaarde, aanzien, reputatie. Door zo te denken over je bediening, je roeping en de daarmee verbonden tijd en energie die je wilt geven in het God dienen en de gemeente bouwen, en alles wat je daarin zo dierbaar is, kun je het belangrijkste uit het oog verliezen.
In Markus 3:13 en 14 kiest Jezus zijn discipelen uit:
“En Hij klom de berg op en riep bij Zich wie Hij wilde; en zij kwamen naar Hem toe. En Hij stelde er twaalf aan om bij Hem te zijn, en om hen uit te zenden om te prediken, en macht te hebben om de ziekten te genezen en de demonen uit te drijven.”

Vaak zien over het hoofd we dat we allereerst geroepen zijn om bij Hem te zijn en leggen we de nadruk dat Jezus ons roept om te preken of macht te hebben om zieken te genezen en demonen uit te drijven. Maar dat is een gevolg van bij Hem te zijn. Bij Hem zijn is de bron van wandelen in waarheid met een onverdeeld hart.

Wat is de toets dat u gevaar loopt?
Hoe kun je zien dat je in de gevarenzone zit? Wat zijn de symptomen dat je niet meer bij Jezus bent en daardoor niet meer wandelt in waarheid? De toets zijn je dierbaarste relaties.
Je zit in een te hoog leeftempo en je verwaarloost daardoor de relatie met de Heere Jezus en als je getrouwd bent met je vrouw en je kinderen. Nu kan het in het leven soms door de samenloop van omstandigheden druk zijn. Ik maak verschil tussen het weer (af en toe druk zijn) en het klimaat (structureel druk leven). Soms regent het en dan heb ik een paraplu nodig, maar morgen schijnt de zon weer. Maar als regen het klimaat is, dan heb ik iets anders nodig dan een paraplu. Als drukte het klimaat is, dan leef je in een crisistempo. Je wordt geleefd.

Wat waren en zijn de gevolgen? Dit geldt niet alleen voor geestelijke bedieningen maar ook voor je werk in de maatschappij.
Symptomen:

  • Relatie met God verwatert (de Bijbel is een studieboek en een boek om kennis op te doen en voor te bereiden en niet meer een “relatie-boek”).
  • Meer met activiteiten bezig zijn dan met relaties met Jezus, je vrouw en kinderen.
  • Niet meer goed de signalen opvangen van de behoeften van je geliefden. Het gaat allemaal te snel en je vrouw is buiten adem. Er is een prachtig voorbeeld bij de ontmoeting van Jakob en Ezau, waar Ezau aan Jakob voorstelt om vooruit te lopen. Jakob zegt tegen Ezau dat hij voor hem uitgaat, en “Ik wil op mijn gemak verdergaan, naar de gang van de kinderen” (Gen. 33:14). Je moet je tempo aanpassen aan degene die het langzaamste gaat, zodat je gezin de eindstreep kan halen.
  • Je bent moeilijk corrigeerbaar. Je laat je ook niet door iemand anders evalueren.
  • Je raakt elkaar als man en vrouw geestelijk kwijt en daarmee ook de intimiteit in het gezin.
  • Vluchtgedrag in vluchtige en oppervlakkige zaken (televisie, internet).
  • Je liefde voor mensen groeit niet meer door een te hoog levenstempo. Je hebt te veel gegeven en niets meer zelf ontvangen.
  • Je vrouw wordt jaloers zoals God jaloers kan zijn. Jaloers, omdat je de tijd, energie en aandacht aan iemand of iets anders geeft, terwijl dit haar toekomt.

Hoe terug en hoe te voorkomen?
“Leer mij, HEERE, Uw weg, ik zal in Uw waarheid wandelen, maak mijn hart één om Uw Naam te vrezen.” (Psalm 86:11).
Wie ben je als je helemaal alleen bent? Hoe ben je dan met Hem samen? Wat heb je met Hem?
Is er in je leven waarheid in het verborgene? Koning David deed het publiekelijk geweldig, maar hij leefde in de ongerechtigheid. Dus wandelde hij niet in waarheid. Zijn vaderschap, gezinsleven en leven met vrouwen was een puinhoop, totdat Nathan kwam. God wilde waarheid in het verborgene en confronteerde David door de mond van de profeet Nathan.
Het gevolg hiervan beschrijft David in Psalm 51 waarin hij zijn zonden belijdt en God vreugde vindt in waarheid in het binnenste (Ps. 51:8).

Hoe te voorkomen?
Ik vind het moeilijk om een advies te geven hoe dit te voorkomen is. Het is namelijk een zeer langzaam afglijdende schaal die niet zo goed te onderscheiden is. De signalen worden wel vaak door dierbaren om je heen gezien. Maar je ziet ze vaak niet zelf, je bagatelliseert of er wordt vaak niet naar de signalen geluisterd.

Maar we hebben een grote zekerheid! In Mattheüs 7, aan het einde van de Bergrede, laat de Heere Jezus zien dat naamchristenen van echte christenen gescheiden worden.
De kinderen van God worden hier en nu teruggehaald omdat God ons tuchtigt (Hebr.12:6). De Heere wacht niet met zijn kinderen te corrigeren tot het moment dat de scheiding plaats vindt tussen namaak en echt. Hij tuchtigt nu uit liefde en doet alles medewerken ten goede om je te vormen naar het beeld van Zijn Zoon.
Dicht bij Hem zijn, Hij die Waarheid is, is de enige garantie om te wandelen in waarheid en met een onverdeeld hart.