Omgaan met onrecht

A A A

‘Zij zagen hem al van ver; en nog voor hij in hun nabijheid gekomen was, beraamden zij een listig plan tegen hem om hem te doden. Zij zeiden tegen elkaar: Zie, daar komt die meesterdromer aan. Nu dan, kom, laten we hem doodslaan en hem in een van deze putten gooien, en wij zullen zeggen: Een wild dier heeft hem opgegeten. Dan zullen we eens zien wat er van zijn dromen terechtkomt.’ (Genesis 37:18-20)

Jozef was heel erge dingen overkomen. Hij werd zo door zijn eigen broers gehaat, dat zij hem op een gegeven moment wilden doden. Uiteindelijk hebben ze hem niet gedood, maar verkocht als slaaf. Daardoor werd de jonge Jozef (hij was nog een tiener) in één keer weggerukt van zijn ouders, zijn familie en vrienden, en van zijn vertrouwde omgeving. Hij verloor zijn dierbaren, zijn bezittingen en hij verloor daarbij ook nog zijn vrijheid. Hij werd het eigendom van een meester, voor wie hij voortaan slavenarbeid moest verrichten. Het zal je maar gebeuren. Van je familie moet je het hebben, zeggen we wel eens. We kunnen ervan uitgaan dat Jozef het hier heel erg moeilijk mee heeft gehad. Lange tijd zal hij geworsteld hebben met haat en bitterheid. Dit was iets wat je niet zomaar kunt vergeven.

Twee soorten lijden
Er is lijden dat ons overkomt door de zonden en het kwaad van anderen. Soms komen wij ook in de problemen door onze eigen overtredingen. Daar zijn wij zelf verantwoordelijk voor en daar kunnen we ook zelf wat aan doen. Daarom schreef de apostel Petrus dat die vorm van lijden er niet zou moeten zijn: ‘Maar laat niemand van u lijden als een moordenaar of dief, of kwaaddoener, of als iemand die zich met de zaken van iemand anders bemoeit’ (1 Petrus 4:15). Als wij bewust Gods weg verlaten, dan komen wij door onze eigen schuld in de problemen. ‘Dat is geen roem, als je slagen moet verduren omdat je kwaad doet.’ (1 Petrus 2:20 NBG) Maar het kan ook zijn dat wij lijden, omdat anderen zich niet aan Gods wetten houden. De christenen aan wie Petrus schreef werden heftig vervolgd vanwege hun geloof in Jezus. Dat is een vorm van lijden waar wij ons niet voor hoeven te schamen: ‘Als iemand echter als christen lijdt, laat hij zich daarvoor niet schamen, maar God in dit opzicht verheerlijken’ (1 Petrus 4:16). Het is volgens Petrus zelfs een eer en een gunst van God om op deze wijze te moeten lijden: ‘Maar als u goed doet en dan lijden moet verduren, dat is genade bij God’ (1 Petrus 2:20 NBG). ‘Als u smaad wordt aangedaan om de Naam van Christus, dan bent u zalig, want de Geest van de heerlijkheid en van God rust op u.’ (1 Petrus 4:14)

Lijden door het kwaad van anderen
Er bestaat dus onschuldig lijden. Soms lijden de onschuldigen. We hebben allemaal wel min om meer te maken met het kwaad dat anderen ons aandoen of aan hebben gedaan. Net als bij Jozef komt dat soms ook van mensen die heel dicht bij ons staan, van onze eigen familieleden. Ouders schieten altijd wel op het ene of het andere terrein tekort. Niemand van ons heeft volmaakte ouders gehad. Misschien ben je beschadigd door een heel dominante vader of moeder, of juist door een onverschillige of afwezige vader of moeder, die nauwelijks betrokkenheid heeft getoond. Sommige ouders geven hun kinderen weinig bevestiging of gezonde leiding als ze klein zijn. Velen lopen trauma’s of tekorten op in hun jeugd. Het kan zijn dat er vroeger thuis veel ruzie was of veel ergernis over allerlei kleine dingetjes. Soms doen ouders hun kinderen heel erge dingen aan. Een vader of moeder kan zelfs zijn of haar eigen kind fysiek, emotioneel of seksueel misbruiken.
Soms is er sprake van leed omdat een broer of zus zich vreselijk gedraagt, of een oom of tante, of een schoonvader of -moeder. Vaak lijden mensen ook aan hun kinderen. Als ouder kan je grote zorgen hebben om je kind, ook omdat hij of zij een zondige, verkeerde weg gaat. Misschien heb je als ouder heel wat moeten incasseren van je zoon of dochter.
Ook in huwelijken vindt veel onrecht plaats. Het is verschrikkelijk als je bedrogen wordt door je man of vrouw vanwege huwelijksontrouw. Velen raken beschadigd in het huwelijk of in een relatie en lopen rond met diepe verwondingen die hen zijn aangedaan door een ex-partner. In het zakenleven gaan mensen soms over lijken. Ik sprak met een man uit onze gemeente die mij vertelde dat hij door een ander voor meer dan honderdduizend euro was opgelicht. We kunnen het slachtoffer worden van de list, het bedrog, het egoïsme, de geldzucht of de machtslust van anderen. We leven in een zondige wereld die ons kleerscheuren oplevert. Soms meer dan dat, als we bijvoorbeeld denken aan misdaad of aan wat grote groepen mensen anderen aandoen in oorlogssituaties.
Hoe gaan we om met onrecht? Hoe zullen wij deze vorm van lijden tegemoet treden? Wat kan ons helpen onze weg te vinden als wij zo met het kwaad worden geconfronteerd?

De zachtmoedigheid van Jozef
Jozef kwam als slaaf aan in Egypte. Omdat de zegen die God aan Abram en zijn nageslacht had beloofd (Genesis 12:1-3) op hem rustte, werd Jozef uiteindelijk zelfs onderkoning in dat machtige land. Na lange tijd kreeg Jozef zijn broers weer te zien, toen zij naar Egypte kwamen voor voedsel. Er vonden diverse ontmoetingen met de broers plaats, waarbij de broers niet doorhadden dat degene met wie zij te maken hadden hun eigen broer Jozef was. Uiteindelijk maakte Jozef zich aan hen bekend. Wij zien dat toen dat gebeurde Jozef niet meer haatdragend was, maar zachtmoedigheid en vergevingsgezindheid toonde.

Toen kon Jozef zich niet meer bedwingen voor allen die bij hem stonden, en hij riep: Laat iedereen van mij weggaan. Er stond niemand bij hem, toen Jozef zich aan zijn broers bekendmaakte. Hij huilde zo luid dat de Egyptenaren en het huis van de farao het hoorden. Jozef zei tegen zijn broers: Ik ben Jozef! Leeft mijn vader nog? Maar zijn broers waren niet in staat om hem antwoord te geven, want zij waren door schrik voor hem overmand. Jozef zei tegen zijn broers: Kom toch dichter bij me! En zij kwamen dichterbij. Toen zei hij: Ik ben Jozef, jullie broer, die jullie naar Egypte verkocht hebben. (Genesis 45:1-4)

Meerdere keren lezen wij in deze laatste hoofdstukken van het boek Genesis dat Jozef huilde. ‘Toen viel hij zijn broer Benjamin om de hals en huilde, en ook Benjamin huilde terwijl hij hem omhelsde. Vervolgens kuste hij al zijn broers en hij huilde met hen; daarna durfden zijn broers met hem te spreken.’ (Genesis 45:14-15) Vlak voordat Jakob stierf vroeg hij zijn zonen Jozef om vergeving te vragen voor wat ze hem hadden aangedaan. Toen zij dit deden moest Jozef weer huilen (Genesis 50:17). Je kunt niet op deze manier huilen in de tegenwoordigheid van mensen die je haat. Als je hart bitter is naar iemand toe zul je je hart niet openen, zul je die persoon niet je emoties zo laten zien. De tranen van Jozef laten zien dat zijn hart week was geworden, dat hij de haat en de bitterheid had overwonnen. In het leven van Jozef zien we dat niet het kwaad de overhand kreeg in de familierelaties, maar dat het kwade door het goede werd overwonnen.

Je kunt een verschil maken
Het verhaal van Jozef is natuurlijk een uitzonderlijk succesverhaal. Lang niet altijd is er zo’n goede afloop wanneer er vreselijke dingen zijn gebeurd. Ook gebeurt het lang niet altijd dat mensen die kwaad hebben gedaan hun slachtoffers om vergeving vragen. Toch is het voor iedereen mogelijk om, voor zover het van jezelf afhangt, een verschil ten goede te maken. Het is mogelijk om op zo’n manier te handelen, dat je daarmee een positieve invloed uitoefent op de situatie. Daarmee wordt de kans groter dat het niet van kwaad tot erger gaat, maar dat door jouw houding, woorden en inzet het kwaad minder wordt. ‘Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede.’ (Romeinen 12:21)

Reactief of proactief
Er zijn twee mogelijkheden wat betreft het omgaan met onrecht en kwaad: reactief handelen of proactief handelen. De eerste optie is dat je gaat reageren afhankelijk van hoe de ander zich opstelt. De ander doet kwaad en jij doet kwaad. De ander is venijnig en jij wordt ook venijnig. De tegenpartij liegt, lastert, roddelt en hoont en jij gaat hetzelfde doen. Dan is er sprake van het vergelden van kwaad met kwaad. Je wordt hatelijk naar degenen die jou haten. Al snel ontstaat er dan een zeer negatieve vicieuze cirkel, waardoor mensen elkaar hard naar beneden trekken. Dit is vaak de reden dat mensen – soms om de kleinste dingen – het contact met familieleden, vrienden of collega’s helemaal verliezen.

De tweede optie is dat je jezelf proactief opstelt; dat wil zeggen dat je zelfstandig handelt, los van hoe de ander zich opstelt. Als je alleen maar reageert stel je jezelf afhankelijk op. Je wordt onafhankelijk als je besluit in een tegenovergestelde geest op te treden. De ander is venijnig, maar jij stelt je vriendelijk op. De ander liegt, jij blijft de waarheid spreken. De ander haat en is bitter, maar jij bidt om een zacht hart en beslist om jezelf liefdevol op te stellen (met of zonder gevoel daarbij). ‘Vergeld niemand kwaad met kwaad. Wees bedacht op wat goed is voor alle mensen. Leef zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, in vrede met alle mensen. Wreek uzelf niet, geliefden.’ (Romeinen 12:17-19) Het optreden in de tegenovergestelde geest komt zo duidelijk naar voren in deze verzen: ‘Zegen wie u vervolgen. Zegen hen en vervloek hen niet.’ ‘Als dan uw vijand honger heeft, geef hem te eten, als hij dorst heeft, geef hem te drinken.’ (Romeinen 12:14,20)
Eten en drinken geven kan je doen, zelfs als je in je hart nog worstelt met negatieve gevoelens jegens je vijand. De Bijbelse liefde waar wij toe worden opgeroepen bestaat uit daden, waar je voor kunt kiezen. Het zijn vaak de kleine liefdevolle dingen wij doen, die zo’n groot verschil kunnen maken. Op die manier kan die negatieve vicieuze cirkel worden doorbroken en kan het kwade door het goede worden overwonnen.
Jozef gaf eten en drinken aan de broers die hem eerder wilden doden en hem als slaaf hadden verkocht. Het zou heel makkelijk voor hem zijn geweest om af te rekenen met degenen die hem zoveel kwaad hadden gedaan. Daarom deinsden zij ook van schrik voor hem terug toen hij zich aan hen bekend maakte (Genesis 45:3) en waren zij bang dat Jozef zich na de dood van hun vader Jakob op hen zou wreken (Genesis 50:15). Maar Jozef deed dat niet en daardoor werd hij zelf ook vrij.

Betsy ten Boom
In het verlengde hiervan moet ik denken aan de zus van Corrie ten Boom, Betsy. Toen zij in 1944 samen in het concentratiekamp Ravensbrück zaten was het Betsy die geestelijk gezien de meest sterke was. Corrie worstelde enorm met haat in haar hart, toen ze zag hoe wreed de kampbewaarders met hen en andere gevangenen omgingen en hoe meedogenloos mensen om hen heen vermoord werden. Maar Betsy zei tegen Corrie: ‘Niet haten, Corrie, niet haten!’ Op een gegeven werd een andere gevangene door een soldaat vreselijk afgeranseld. Betsy moest huilen van medelijden. Toen Corrie vroeg waarom ze huilde bleek tot haar verbazing dat Betsy meer huilde van medelijden met de soldaat dan medelijden met degene die mishandeld werd. Betsy begreep dat degene die kwaad doet zich altijd in een meer erbarmelijke situatie bevindt dan degene die kwaad wordt aangedaan.
Betsy overleed als gevolg van de mishandelingen in het concentratiekamp enkele dagen voordat Corrie door een administratieve fout uit het kamp werd ontslagen. Corrie ten Boom heeft daarna over de hele wereld de boodschap van Gods liefde en vergeving in Jezus’ naam mogen brengen. Het eerste land waar ze na de oorlog naartoe ging om dat te doen, was Duitsland. Deze vrouwen overwonnen het kwade door het goede.

Gebed
Heere onze God, hoe heerlijk is Uw naam op de hele aarde. Dank U wel voor Uw vergeving voor ons. U heeft ons veel meer vergeven dan waar wij ons van bewust zijn. Onze zonden en schuld waren groot, maar U heeft ons die ons alle kwijtgescholden. Dat heeft U kunnen doen omdat U Uw Zoon heeft gezonden, om in onze plaats aan het kruis te sterven. Help ons de diepe betekenis daarvan meer en meer te begrijpen. Wij bidden dat Uw liefde ons hart zal vervullen, wanneer wij opnieuw begrijpen dat Jezus voor ons stierf. Geef ons de kracht om net zo onze vijanden te vergeven en goed te doen aan wie ons kwaad doen. Wij bidden om het wonder dat wij liefde kunnen brengen waar haat heerst, dat wij kunnen liefhebben wie ons niet liefhebben. In Jezus’ naam, Amen.

Vragen voor verdere verwerking:

  1. Sta eens stil bij de twee soorten lijden die genoemd zijn. Welk lijden in je leven is je eigen schuld en welke moeilijkheden hebben vooral te maken met de zonden van anderen?
  2. Wat is er gebeurd in jouw verleden, in je kinderjaren, in je ouderlijk huis, waardoor je bent beschadigd? In hoeverre heb je dat eerlijk onder ogen durven zien?
  3. Met welke andere vormen van onrecht heb je te maken gehad in je leven?
  4. Hoe kan jij je proactief opstellen in een moeilijke situatie waar je misschien mee te maken hebt?
  5. Geloof je dat je een verschil ten goede kunt maken? In hoeverre heb je er nog geloof in – er nog een verlangen naar – dat er verbetering kan komen in een moeilijke of niet meer bestaande relatie?
  6. Hoe kunnen wij met elkaar, als volgelingen van Jezus, in onze tijd en maatschappij iets doen waardoor het kwade door het goede overwonnen wordt?