Na het Amerikaanse Hooggerechtshof en abortus

A A A

Mag de andere stem ook nog gehoord worden a.u.b.?

 

Dat het Amerikaanse Hooggerechtshof het recht op abortus afgeschaft heeft – het roemruchte arrest ‘Roe vs. Wade’ (1973) – is inderdaad revolutionair en beroert de gemoederen heel erg, zelfs tot bij ons. Zijn de rechten van vrouwen in gevaar, ook in Europa, en zijn we hiermee ‘terug in de middeleeuwen’? De hele discussie is helaas enorm gepolariseerd, wat betekent dat men niet eens meer luístert naar de argumenten van de ander. En dat men moord en brand schreeuwt en niemand nog weet wat men daarmee bedoelt. Om zich een béétje een evenwichtige mening te vormen, moet men toch op zijn minst de zaak van beide kanten bekijken. ‘Openheid van geest’ heet dit, of ‘Durf twijfelen’ (aan je eigen standpunt met name). De pro-lifers afschilderen als ‘intolerant, liefdeloos, conservatief, vrouwenhaters…’ maakt het debat kapot: dit is moreel verdacht maken van de tegenpartij, om niet meer over de inhoudelijke argumenten te hoeven nadenken. Of denken wij hier in Europa dat ongeveer de helft van de Amerikanen achterlijk en idioot is? En toevallig allemaal zij die ‘rechts’ zijn? Zijn de zes rechters van het Hooggerechtshof allemaal ‘onmensen’, of hebben zij misschien gewoon een ándere – even oprechte – overtuiging over wat rechtvaardig, menswaardig en moreel juist is?

Hoe heftiger de emoties, hoe vuiler het helaas in de media gespeeld wordt. Dat pro-lifers soms hevig kunnen zijn, is bekend; pro-choicers moeten tegenwoordig absoluut niet voor hen onderdoen! Het feit dat de ontwerptekst van het Hooggerechtshof bewust gelekt werd naar de pers – dit was du jamais vu – was al zwaar onder de gordel. Nancy Pelosi, voorzitster van het Huis van Afgevaardigden, noemde de door Trump benoemde rechters leugenaars. Op 8 juni kon de politie een man tegenhouden die op weg was om conservatief opperrechter Brett Kavanaugh te vermoorden. In Asheville, North Carolina, werd een pro-life-centrum gevandaliseerd: gebroken ruiten, besmeurd met rode verf en de tekst: “If abortions aren’t safe, neither are you.” In Buffalo, New York, werd een gelijkaardig centrum uitgebrand met een molotovcocktail, en zo zijn er al een 50-tal incidenten. De actiegroep ‘Jane’s Revenge’ heeft opgeroepen tot een zomer van geweld…

Kunnen we echter even rustig de feiten bekijken? Er waren rond ‘Roe vs. Wade’ minstens vier serieuze problemen. (1) “De redenering was uitzonderlijk zwak en het besluit heeft schadelijke effecten gehad”, schreef de conservatieve opperrechter Samuel Alito in het conceptvonnis. Zelfs de progressieve rechter Ruth Bader Ginsburg (in 2020 overleden) zei al openlijk dat het arrest een wankele juridische basis had, namelijk uitging van de privacy van een vrouw: “Roe gaat niet echt over de keuze van de vrouw, toch? Het gaat om de vrijheid van de arts om te behandelen… Het is niet gericht op vrouwen, maar op artsen”, zei ze in 2013. (2) De vrouw ‘Jane Roe’ die deze rechtszaak aanspande – in het echt heette ze Norma McCorvey – kreeg later spijt van heel dit proces, werd anti-abortus activist en spande in 2004 zelfs een nieuwe rechtszaak aan om het ongedaan te maken (zonder succes): ze zei dat ze door pro-abortus advocaten gebruíkt was voor hun campagne. (3) Dit hooggeëerde Hof is ook niet zo goddelijk onfeilbaar als men haar soms voorstelt: in 1856 en 1883 stelde het nog zwart op wit dat burgerrechten niet telden voor zwarten en dat interraciale huwelijken verboden waren. Arresten die duidelijk tijdgebonden en cultureel bepaald waren; hoe ‘geïnspireerd’ was ‘Roe vs. Wade’ dan wel? Dit arrest ademt de sfeer van de wilde jaren ’60 waar alle banden werden afgeworpen, de mentaliteit van mei ’68 waar ‘alles moet kunnen zonder beperkingen’: iets waar vele Amerikanen vandaag de buik vol van hebben omdat ze al decennia de zure vruchten hiervan plukken. Er zijn in de VS waarschijnlijk meer conservatieve mensen omdat ze de ontsporingen van de progressieve ‘vrijheid-blijheid’ dagelijks zien, zelfs er middenin leven en hun kinderen eraan ten onder zien gaan. (4) Het is en blijft vreemd dat zulk belangrijk arrest door negen (politiek benoemde!) mensen in het Hooggerechtshof werd vastgelegd. Het zou véél democratischer gefundeerd zijn wanneer deze kwestie door het Congres gestemd zou worden als een ‘echte wet’. En dat is expliciet de bedoeling van de indieners van het voorstel: juist méér democratie i.p.v. minder. En zelfs al zou zulke wet er niet komen (door de innerlijke verdeeldheid van het Congres), elke staat kan nu zelf beslissen. En waarom zouden we dan het vrij spel van de democratie op dat lagere niveau niet moeten/mogen/kunnen respecteren en honoreren? Geloven wij eigenlijk wel écht in democratie? Zolang het Hof aan de kant van de democraten stond, maakte niemand hier een probleem van, waarom nu wel?

Er is in het algemeen heel veel miscommunicatie in het abortusdebat: begrippen krijgen een andere invulling, en de meest fundamentele vraag van al – is een foetus een menselijk wezen? – lijkt niet meer gesteld te mogen worden. Het pro-abortuskamp doet alsof iedereen het eens is dat dit níet het geval is, en maakt verdacht wie dit in twijfel durft trekken. Voorts worden systematisch eenzijdige voorstellingen van zaken geponeerd, of zeg maar: drogredeneringen. Neem alleen al maar de kreet ‘Mijn lichaam, mijn keuze, mijn vrijheid’. De éérste hiervan klopt al niet: het gaat bij een zwangere vrouw om een ánder lichaam in haar: een andere, unieke persoon, met een eigen DNA – 50% de papa -, een eigen hartslag, eigen bloedgroep. ‘Baas in eigen buik’ klinkt mooi, maar stoot op het biologische feit dat ándermans leven in het spel is.
Ook op het hoogste niveau, in VN-kringen, de WHO en internationale mensenrechtenorganisaties, wordt vaak abortus gepromoot onder de algemene noemer van ‘reproductieve rechten’ of ‘reproductive health’. Maar euh, reproductie gaat toch over voortplanting, niet het afbreken ervan? Waarom zulk verdoezelend taalgebruik? Wij zijn absoluut voor vrouwenrechten, maar wanneer men stiekem abortus mee in dit pakket steekt… Vroeger sloegen deze termen enkel op het verspreiden van voorbehoedsmiddelen, vandaag worden ze zomaar uitgebreid naar het wégnemen van menselijk (ongeboren) leven. Is het niet bizar dat een mensenrechtenorganisatie het doden van een foetus tot een récht voor elke vrouw wil maken? En dat ze een restrictieve abortuswetgeving een ‘discriminatie van vrouwen’ noemt? En hoe kunnen ze abortus tot ‘health care’ uitroepen: sinds wanneer is zwanger zijn een ziekte? En waar zit de ‘care for the health’ van de foetus dan? Een ‘kleine factor’ die pijnlijk over het hoofd wordt gezien.

Ook op het hoogste niveau van de EU schiet men in actie: de Europese Commissie o.l.v. Ursula von der Leyen heeft een beweging opgericht ‘voor het behoud van de Europese cultuur’ – ‘promoting our European way of life’. Maar wie heeft ooit beslist dat respect voor menselijk leven, ook het ongeborene, daar plots buiten valt? Zij verklaarde tegenover Hongarije dat de EU ‘eerst en vooral een unie van waarden is’, maar in de abortusdiscussie worden precies alle waarden uitgehold en ondergraven. Wij zouden aan elke moraalfilosoof de eerlijke vraag willen voorleggen: Wanneer men qua waarden moet kiezen tussen leven (pro life) en keuzevrijheid (pro choice), wat weegt dan het zwaarst door?

De pro-choice lobby argumenteert vaak ook dat “religieuze mensen hun religieuze wetten niet moeten opleggen aan anderen”, alsof ze een soort theocratie willen opdringen. Maar (1) het gaat hier niet om een religieuze regel, maar om een algemeen respect voor élk menselijk leven. Ons aller mensbeeld staat hier op het spel, of de fundamentele vraag: Wat maakt een mens tot mens? Is elk menselijk leven het leven waard, ook het ongeborene, en dit vanaf de bevruchting? En (2) gelovige mensen leggen hun wil niet op: ze gebruiken gewoon hun democratische rechten, nét zoals anderen, om hun mening te uiten en te proberen de wetten in hun ogen rechtvaardiger, moreler en menswaardiger te maken.

Je kan je toch niet van de indruk ontdoen dat het erg arbitrair is hoe bepaald wordt of een foetus al dan niet een mens is: vanaf 6 weken, 12, 24…? De wetenschap kan ons hier geen uitsluitsel over geven: het is een ideologische, morele keuze. De Amerikaanse wet daarover was trouwens van de meest liberale van de wereld, tot na 20 of 24 weken – vergelijk met de 12 weken bij ons. In Nederland bijv. kan vanaf 2019 een levenloos geboren kind met terugwerkende kracht opgenomen worden in de Basisregistratie Personen (BRP) van gemeenten – een duidelijke erkenning dat het dus wél een uniek mensje is – terwijl abortus er tegelijk tot 24 weken toegestaan is: een vreemde contradictie, nietwaar? De pro-choice groep stelt dus de facto dat het recht op leven van de foetus afhangt van de kinderwens van de mama. We zouden aan elke jurist willen vragen wat hij denkt van de juridische basis hiervan.

Het klopt dat ongewenst zwangere vrouwen in een moeilijke situatie zitten, dat dat levenslange consequenties voor hen heeft en dat ze hulp nodig hebben: daar knelt het schoentje inderdaad, een terechte bezorgdheid. Het is niet eerlijk dat zij er alléén voor opdraaien, zeker wanneer de vader in kwestie het laat afweten. Het zou wreed zijn om hen daar in de steek te laten. Maar wat is echte, diepgaande, duurzame hulpverlening? De nood ligt duidelijk niet in het kind, maar in de situatie! Waarom kunnen we met zijn allen niet dát aanpakken: de sociale, relationele, emotionele, financiële… situatie rond de mama? Een netwerk van familie, vrienden of hulporganisaties kan hier alle verschil maken. Precies daarom mag of moet de vraag gesteld worden: in welke mate is de keuze voor abortus een vrije keuze, of juist onder druk van een nood, emotioneel, financieel, uit angst voor…, of onder druk van het vriendje of de ouders? De vraag om abortus is nooit een positieve keuze als ‘iets wat ik héél graag wil’. Als de situatie om haar heen gezond is, zou elke moeder voor haar kind véchten. Waar ligt de echte ‘care’ voor de mama? De mooie, ontroerende, Oscar-winnende film ‘Juno’ (2007) toont hoe het ook anders kan: het 16-jarige, ongepland zwangere, levenslustige schoolmeisje (actrice Ellen Page) wandelt uit de abortuskliniek weg en besluit haar baby te laten komen en voor adoptie af te staan.

In België is abortus sinds 1990 volgens de wet toegestaan in ‘noodsituaties’. Volgens het laatste verslag van de evaluatiecommissie (2012) vertegenwoordigden situaties als lichamelijke of medische problemen (bij moeder of foetus) echter maximaal 3,3% van alle 29.431 gevallen in 2011 (verkrachting 0,2%, incest 0%) (Mark Geleyn). Beantwoordt deze wet dus écht aan waar ze voor bedoeld was? Als in geestelijke gezondheidscentra abortus het eerste en enige is wat men aan ongewenst zwangere vrouwen aanbiedt, is dat geen keuze voor een ‘quick fix’, een instant-oplossing – ‘wég is weg’?
Wat men hierbij ook meestal niet noemt, is de psychische nood waar een vrouw doorheen gaat, en waarover een groot taboe taboe bestaat. Vrouwen die er wel over durven praten, spreken over “een rouwproces…, emoties onder de mat vegen…, in complete paniek zijn…, flippen…, een trauma…”. Meestal kunnen ze hiermee bij niemand terecht. Wie denkt er aan hun mentale welzijn?

Sommigen vrezen dat ook in Europa en België een tegenbeweging komt van de anti-abortusbeweging. Er is gewoon een groeiende groep van mensen die vinden dat de ‘vrijheid-vrijheid-vrijheid’ al véél te ver gegaan is: dat zij sterker hun stem gaan verheffen, is toch ook maar het gewone spel van de democratie, niet? Waarom altijd die verdachtmaking? Is respectvol omgaan met andere meningen dan echt te moeilijk? Zij die ‘de tentakels van de ultra­conservatieve lobby’ – let op het fijngevoelige woordgebruik! – onderzochten, berekenden dat in tien jaar 50 miljoen $ steun uit de VS kwam voor de pro-life-lobby. Waarom hebben zij de andere kant niet onderzocht? Wedden dat dit minstens tien maal zoveel is, met gulle miljardairs zoals Bill en Melinda Gates?

De tegenreactie bij ons is ook snel en fel: de PS en Open VLD willen het récht op abortus in de grondwet verankeren. Dit is pas paniekvoetbal. Als abortus tot een ‘fundamentele vrijheid’ omgedoopt wordt, dan is écht alle ongeboren leven vogelvrij verklaard en gedevalueerd tot een lastig klompje cellen. Abortus wordt hier gereduceerd tot een technische ingreep zonder enig moreel aspect aan. Hoe kan men in een ‘verlichte’ wereld zó lichtzinnig met menselijk leven omgaan?

De film ‘Unplanned’ (2019) vertelt het waargebeurde verhaal van Abby Johnson, die vele jaren directeur was van een abortuskliniek in Bryan, Texas, en dus werkte voor Planned Parenthood. Toen ze op een dag in een noodgeval moest assisteren in de operatiekamer, zag ze voor het eerst de echobeelden van de foetus spartelend om te overleven, en was ze gechoqueerd: men had haar altijd verteld dat een foetus geen pijn voelde, tot ze met haar eigen ogen het tegendeel zag. Ze stopte haar werk en werd overtuigd pro-life activist. Zij had van hogerhand in Planned Parenthood de expliciete instructies gekregen om abortus actief te promoten – zelfs de cijfers te verdubbelen – omdat dit voor hun centra meer geld opbracht dan de alternatieven. Er zijn redenen waarom conservatieven in de VS zich tegen Planned Parenthood keren vanwege haar eenzijdige agenda: omdat een ‘noodzakelijk kwaad’ voorgesteld wordt als een moreel evenwaardig alternatief.

Of een foetus nu wel of niet pijn kan voelen, werd in 2019 grondig en zo objectief mogelijk onderzocht door twee wetenschappers, waarvan één pro-life en één pro-choice: in het Journal of Medical Ethics (nov. 2019) publiceerden ze hun conclusie dat het wetenschappelijk gezien waarschijnlijk is dat de foetus al rond 13 weken pijn waarneemt.

Hierbij raken we aan een andere groep mensen die dicht bij abortus betrokken is, maar zelden vernoemd wordt: dokters en verpleegkundigen, zij die het moeten uitvoeren! Medisch personeel is opgeleid om levens te redden, te genézen, en dat is bij de meesten dé reden van hun beroepskeuze. Daarvoor hebben zij ook de eeuwenoude eed van Hippocrates gezworen. Wat denkt u dat zij liever doen: een gezonde baby op de wereld helpen zetten, of er eentje helpen verdwijnen? En dan willen we hier niet eens in de details gaan… Welke druk legt de wetgeving op hun geweten? Een collega-dokter van ons verwoordde het eens als volgt: “Wij moeten hier het vuile werk opknappen voor zovele anderen.”

Wat vooral problematisch is aan abortus zijn de cijfers: wereldwijd 73 miljoen per jaar (cijfers van WHO, 2021). Is dit niet hallucinant!? Elk jaar zevenmaal de Belgische bevolking… Daar kan toch níemand blij mee zijn? Zelfs wanneer je abortus ‘een noodzakelijk, maar acceptabel kwaad’ vindt, wil je het aantal hiervan toch tot een (absoluut) minimum beperken!? Wij zouden aan elke pro-choicer de vraag willen voorleggen waarom we niet met beide kampen de handen in elkaar kunnen slaan om dit cijfer drastisch naar beneden te halen. Al zou het alleen maar zijn om demografische redenen, de dramatisch lage geboortecijfers in ons land die onze toekomst hypothekeren.

Onderliggend aan het moderne denken over abortus zit een humanistisch mens- en maatschappijbeeld waar het ík centraal staat (Mark Van De Voorde): ‘mijn rechten, mijn geluk, mijn autonomie, mijn zelfontplooiing’. En alles wat dat in de weg staat in zulke hedonistische cultuur, moet wijken. We zouden aan elke vrijzinnige humanist willen vragen wat hij bedoelt als hij zegt dat hij ‘gelooft in de mens’ en waarop ‘menswaardigheid’ dan volgens hem gebaseerd is. Het pro-life-mensbeeld is: elke foetus is een potentiële Einstein of een da Vinci, Beethoven of Rembrandt, moeder Teresa of… gewoon zijn unieke, onvervangbare zelf. Volgens de joods-christelijke visie is elk mens geschapen naar het beeld van God: uniek, origineel en creatief. Daarom alleen al heeft hij een onschatbaar hoge waarde, los van prestaties, talenten of fysieke kwaliteiten. Of hij al dan niet gewenst of gepland is, of de sociale context gunstig is of niet, verandert dáár in ieder geval niets aan.