Maar zo zal het onder u niet zijn… (Heerszucht – deel 2)

A A A

Heerszucht, een groot struikelblok voor een christen
Deel 2

Heersen staat in schril contrast met de Bijbelse opdracht om te dienen. Niemand kan zich onttrekken aan de neiging om te heersen, het leeft in ieders hart. Juist in de coronacrisis plukken we hier de wrange vruchten van. In het vorige artikel gingen we in op wat heersen is, hoe het zich voordoet in de praktijk en wat de relatie is met gezag. In dit deel onderzoeken we hoe het zich verhoudt tot onderdanigheid, leggen we de wortel bloot en presenteren we het medicijn.

Heersen, in relatie tot onderdanigheid
Goed functionerend gezag vraagt om onderdanigheid. 1 Petr. 2:18 spreekt over slaven, in het Grieks ‘hypotassō’. ‘Hypo’ betekent ‘onder’ en ‘tassō’ is ‘in een bepaalde volgorde plaatsen’ of ‘ordenen’. Onderdanigheid wil zeggen: ‘onder een bepaalde orde brengen’. Dit wordt achttien keer in het Nieuwe Testament genoemd op verschillende terreinen, zowel bij slaven (Tit. 2:9), kinderen (1 Tim. 3:4), vrouwen (Tit. 2:5), de gemeente en daarmee ook de mannen (Efez. 5:24), overheden (Tit. 3:1) en Jezus zelf in Lukas 2:51.
Gezaghebbend en onderdanig zijn betekent dus niet meer of minder belangrijk zijn, maar dat er verschil is in positie. De gezaghebbende kan beslissingen nemen die degene die onderworpen is aan het gezag niet kan nemen.
Vanwege het falen van gezag op zoveel terreinen in de samenleving, is in deze context de vraag relevant waarom er gezag moet zijn. Er is sprake van gezag, omdat God zelf in de Drie-eenheid gezag heeft aangebracht. De Zoon is onderworpen aan de Vader, de Heilige Geest aan de Vader en de Zoon. Gezag komt uit het wezen van de Godheid voort. Het is daarmee dus een logisch onderdeel van Gods ontwerp voor de mensheid met als doel bescherming te bieden en te zegenen. Gezond gezag is nooit gericht op de gezagsdrager zelf, maar is er tot eer van God en het welzijn van anderen. Onderwerping aan verkeerd gezag levert grote uitdagingen op, terwijl onderdanigheid aan gezond Bijbels gezag veel minder moeite met zich meebrengt.
Dit is ook het spanningsveld waar wij ons als overheid en burgers nu in bevinden. Ervaren we de aanpak van de coronacrisis als een dienende daad voor ons welzijn of juist als overheersing? Het is vrijwel onmogelijk de werkelijke motieven van onze overheid te achterhalen. Dat is echter wel een bepalende factor of we ons van harte of met tegenzin onderwerpen.

Heerszucht, het onderliggende probleem
In het voorgaande gedeelte merkten we al op dat heersen alles te maken heeft met ons motief. En onze motieven komen uit ons hart. De drie gedeelten in Mattheus, Markus en Lukas geven zicht op de wortel van dit probleem. Wat veroorzaakt nu het uitvoeren van heerschappij en uitoefenen van verkeerd gezag?
Lukas 22:24 beschrijft dat er onenigheid onder de discipelen ontstond, omdat ze spraken; ‘over wie van hen geacht werd de belangrijkste te zijn’. In Mattheus 18:1 en Lukas 9:46 treffen we eenzelfde situatie aan. De discipelen komen bij Jezus met de vraag: “Wie is toch de belangrijkste in het Koninkrijk der hemelen?” Jezus reageert hierop door een kind te nemen en zegt vlijmscherp: “Als u zich niet verandert en wordt als de kinderen, zult u het Koninkrijk der hemelen beslist niet binnengaan. Wie zich dan zal vernederen als dit kind, die is de belangrijkste in het Koninkrijk der hemelen.” Boeiend is daar te lezen dat Jezus in Lukas 9:47 zegt dat Hij de ‘overweging van hun hart zag’. Hij kijkt in hun binnenste, ziet hun motieven en snijdt met Zijn woorden hun innerlijke leven open en legt het bloot.
De wortel van heerschappij uit willen voeren is de zucht naar de belangrijkste willen zijn. Belangrijkste – in het Grieks ‘meizōn’, afgeleid van ‘megas’ – wil in deze context zeggen ‘iets dat zeer gewaardeerd wil worden’. Het fenomeen van ‘de belangrijkste willen zijn’ is een veelkoppig monster wat zich uit op velerlei manieren. Zoals ‘erbij willen horen’, ‘ten koste van alles er toe willen doen’ en ‘gezien willen worden door de mensen om ons heen’.
In Mattheüs 20:26 en 27 houdt Jezus Zijn discipelen voor: “maar wie onder u groot wil worden, die moet uw dienaar zijn; en wie onder u de eerste wil zijn, die moet uw slaaf zijn.” Ik geloof niet dat Jezus hier werkelijk oproept om te streven om de grootste of eerste te zijn. Die indruk zou je kunnen krijgen als je deze teksten leest. Lukas 22:27 haalt de diepere bedoeling van Jezus naar boven. Hij zegt daar: ”Want wie is belangrijker: hij die aanligt of hij die bedient? Is het niet hij die aanligt? Ik echter ben in uw midden als Iemand Die dient.” Jezus verklaart hiermee dat zij zich helemaal niet bezig moeten houden met de vraag wie belangrijk is, want die persoon ligt aan. En die plaats komt hen als discipelen niet toe. Kijk naar Mij, zegt Jezus, Ik lig niet aan maar dien jullie! Zoals we zien in Johannes13:15: “Want Ik heb u een voorbeeld (de voetwassing) gegeven, opdat ook u zult doen zoals Ik voor u heb gedaan.” De vraag wie de belangrijkste is, is een totaal irrelevante vraag in het koninkrijk van God.
Worstelen we ten diepste niet allemaal met de vraag ‘Ben ik belangrijk?’ We willen eigenlijk allemaal wel gezien worden, opvallen en onmisbaar zijn. We twijfelen aan onze capaciteiten op het werk, bekwaamheden in het vrijwilligerswerk, gaven in de kerk, priesterlijke gaven in het huwelijk en opvoedkundig inzicht in onze gezinnen. En onze reactie? We gaan heersen om toch nog iemand te kunnen zijn. Naar buiten toe houden we de schijn hoog dat het onder controle is, maar innerlijk zijn we onzeker, bang of trots. We zetten middelen en manieren in om onze posities te rechtvaardigen of mensen te krijgen waar wij willen. We bedienen ons van manipulatie door woorden en streken, wantrouwen, achterdocht, bewuste passiviteit of van fysieke kracht, een scherpe tong, of we spelen slimme spelletjes, zodat we het leven in onze positie vol kunnen houden. Ik herken dit ook uit mijn eigen leven: controle en verbale kracht inzetten om onzekerheid en angst te verbergen. Heersend gedrag. Stel je voor dat anderen zouden weten hoe het echt leeft in mijn hart. Mijn wereld zou instorten.
De neiging om te heersen leeft in ieders hart. Mensen die gezag hebben ontvangen zijn wel extra kwetsbaar voor dit fenomeen. Zij hebben enerzijds meer mogelijkheden om over mensen te heersen en hen naar hun hand te zetten.

Hun posities staan ook meer in de belangstelling dan anderen, waardoor de honger naar aanzien en een goede reputatie aangewakkerd kunnen worden. Dit is een enorme verleiding. Het Stanford-gevangenisexperiment, uitgevoerd in 1971, legt dit haarfijn bloot.1 In dit experiment worden studenten als gevangenen behandeld door hun medestudenten die de rol van bewaker spelen. Al snel ontspoort het experiment door machtsmisbruik wat leidt tot fysieke en mentale mishandeling.
Anderzijds is het voor iemand die gezag bekleedt moelijker om open te zijn over diepere motieven, onzekerheden en emoties. De angst om als zwak persoon over te komen en ongeschikt te blijken, bevorderen het opzetten van een masker. En stimuleert daarmee het proces van heerschappij voeren. Het verschrikkelijk nieuws over Ravi Zacharias zou hier wel eens mee te maken kunnen hebben. In het gepubliceerde rapport wordt melding gemaakt van een verborgen leven in overspel, maar ook onderdrukkend en heersend gedrag als reactie op het aanspreken daarvan.2
Willen heersen in welke positie dan ook is niet de oorzaak, maar een symptoom dat duidt op een dieperliggend probleem. Namelijk het verlangen om belangrijk te willen zijn. Jezus roept ons op hier radicaal mee af te rekenen.

Heerszucht, het medicijn
In het genoemde gedeelte in Markus, Mattheüs en Lukas plaatst Jezus het heersen tegenover het dienen. Mattheüs 20:26: “maar wie onder u groot wil worden, die moet uw dienaar zijn.” Dienen betekent ‘diakoneō’ wat zoveel wil zeggen als ‘om iets te doen dat de belangen van een ander kan dienen’. In het Engels staat er minister, waar het woord ministry (bediening) vandaan komt. Een ‘diakonos’ (dienaar) is daarnaast iemand ‘die de bevelen van een ander uitvoert’.
Jezus roept ons op tot navolging van Hem. Johannes 13:15: “Want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook u zult doen zoals Ik voor u heb gedaan.” Een christen werkt niet voor zichzelf maar voor zijn Opdrachtgever en heeft niet de belangen van zichzelf op het oog maar die van zijn Opdrachtgever en zijn naaste. Peter Marshall, een Amerikaanse dominee verwoordde dit door te zeggen: “Ik werk alleen voor de goedkeuring van mijn Chef!”3
Mensen, hoeveel verantwoordelijkheid we ook over hen hebben, zijn nooit ons eigendom. Ze behoren allen God toe. De enige manier om echt iets voor hen te betekenen, is te sterven aan onszelf. Onze rechten, in welke positie ook, doen er niet meer toe. Vaders, moeders, mannen, vrouwen, kerkleiders en werkgevers, er is geen andere weg. Anders misleiden wij onszelf. “Arglistig is het hart, boven alles.” (Jer. 17:9) Motieven uit het aardse, natuurlijke leven zijn nooit zuiver. Beweegredenen die geboren worden uit de nieuwe mens wel. Efeze 2:10: “geschapen in Christus Jezus om goede werken te doen”. Goede werken zijn het resultaat van een gebroken geest, een verbrijzeld en verslagen hart. Dat zijn offers voor God, aldus Psalm 51:19.
Als we willen sterven aan ons ‘zelfleven’, voorkomen we dat we een dubbelhartig hart hebben. Ps. 119 wijst ons op meerdere plekken het belang aan van God met heel ons hart te zoeken (vs. 2 en 10), Zijn wet met heel ons hart te houden (vs. 34) en met heel ons hart Zijn aangezicht gunstig te stemmen (vs. 58).

Ga eens bij jezelf na of je moet afrekenen met heerszucht. Verbindt jij in je doen en laten de ander aan God, of toch aan jezelf? Of laat je bevragen door je vrouw of man, broeder of zuster, werknemer of collega? Nodig hem of haar uit om terug te geven wat hun beeld is over jouw functioneren. Ieder mens heeft blinde vlekken, anderen kunnen dit in liefde aanwijzen, zodat je de kans krijgt om te veranderen. Dat is niet makkelijk, maar uiteindelijk werkt het de zaligheid uit in jouw karakter.
De kuur tegen heersen en de oplossing om volkomen Hem te dienen is ons volledig over te geven aan Hem. “Ik leef”, zegt Paulus, maar niet meer mijn ‘zelf leven’, maar het leven van Christus leeft in mij (Gal. 2:20). Heersen is vrucht van de oude mens en komt voort uit een verdeeld hart. Dat moet sterven. Dienen is vrucht van de nieuwe mens die onder beheer staat van de Heilige Geest. Laten we dit juist in deze crisistijd leren en daarin groeien. Als stervende mensen voor een stervende wereld, aldus Richard Baxter.4
Broeders en zusters, laten we zo dienen, opdat Hij straks zal zeggen: “Goed gedaan, goede en trouwe slaaf (dienaar), over weinig bent u trouw geweest, over veel zal ik u aanstellen; ga in, in de vreugde van uw heer.” (Matth. 25:21)

Gebruikte literatuur

  1. https://nl.wikipedia.org/wiki/Stanford-gevangenisexperiment en https://www.psychologiemagazine.nl/artikel/blinde-gehoorzaamheid-zimbardos-gevangenisexperiment/
  2. https://s3-us-west-2.amazonaws.com/rzimmedia.rzim.org/assets/downloads/Report-of-Investigation.pdf
  3. Marshall, Catharine. Morgen zie ik je weer. Baarn: Bosch & Keuning N.V.
  4. https://www.goodreads.com/quotes/348779-i-preached-as-never-sure-to-preach-again-and-as