Hoe gaan we als christen met onze tijd om? Drie Bijbelse principes

A A A

Dit artikel komt grotendeels overeen met een preek die de auteur in april 2021 heeft gehouden voor de Evangelisch-Protestantse Gemeente van Brussel-Woluwe. Het spreektaalkarakter ervan werd behouden.

Hoe kan ik weten wat voor mij, als discipel van Jezus, het beheer van mijn agenda en mijn tijd zou moeten bepalen?

In dit artikel ga ik jullie niet concreet en precies vertellen hoe jullie je tijd moeten invullen. In de eerste plaats omdat de context waarin we leven voor ieder van ons heel verschillend kan zijn, en we dus niet allemaal op dezelfde manier kunnen leven. Maar vooral omdat het niet zinvol zou zijn om daar te beginnen. We moeten beginnen bij iets anders. We moeten allereerst enkele fundamentele principes, of prioriteiten, helder voor ogen hebben. Die zullen daarna dienen als kompas dat de richting aanwijst voor ons concrete gedrag, ook op het vlak van ons tijdsbeheer.

1 Het leven hier op aarde gaat snel voorbij: geniet ervan!

Een eerste principe – dat je misschien zal verrassen – vinden we in Pred. 3:10-14: “(…) Ik heb gemerkt dat er voor hen niets beter is dan zich te verblijden en het goede te doen in hun leven. Ja ook, dat ieder mens eet en drinkt en het goede geniet van al zijn zwoegen. Dat is een gave van God (…)” (vers 12 en 13).

Met andere woorden: doe waar je gelukkig van wordt! Schrijf dingen in je agenda waar je blij van wordt! Geniet van al het goede, ‘pluk’ het geluk zolang het er is; het is een gave van God. Omdat het leven teleurstellend en kortstondig is (Pred. 1:2 en 12:8), geniet er dan ook zoveel mogelijk van. Omdat geluk snel ‘vervliegt’, snel ‘in damp opgaat’, verzamel dan geluksmomenten zoveel als je kunt. Want ze zijn van korte duur.

Het spreekt voor zich dat het hier niet gaat over dingen doen die immoreel zijn, of over iets nastreven dat God afkeurt. Het gaat hier over vrij kunnen genieten van de wereld die God heeft geschapen. De Bijbel leert geen kil ascetisme, maar geeft een kader aan waarbinnen we op vrije wijze kunnen genieten van wat God ons geeft. En Prediker bevestigt dat dit geluk, de vreugde die wij ervaren door dingen van deze wereld – zelfs al is die vreugde maar van korte duur – een geschenk van God is.

Dat kan van alles zijn:
Barbecueën met vrienden, een gezelschapsspel spelen, een favoriete sport beoefenen, op tv een mooie film of voetbalwedstrijd kijken, op een terras van een fris biertje genieten, een inspirerende roman lezen, zitten luisteren naar de 7e symfonie van Beethoven of naar een andere muziekstijl waar je van houdt, eens goed lachen om een GIF-bestand dat iemand je op WhatsApp toestuurt, een lekkere taart bakken of genieten van een stuk taart van iemand anders, een kruiswoordraadsel oplossen, een leuke grap vertellen, een komisch filmpje delen op sociale media, enzovoort, enzovoort. Allemaal positieve dingen die ons blij maken, geluksmomenten die we mogen beschouwen als een geschenk van God.

Zulke dingen zijn niet verkeerd en het is dus niet verkeerd ze een plaats in onze agenda te geven. Integendeel, in het boek Prediker worden we aangemoedigd er gebruik van te maken en ervan te genieten.
Maar… ze bevredigen niet ten volle en ze blijven niet duren. Ook het geluksgevoel dat ermee gepaard gaat, zal niet blijven duren. Het is “vluchtig” zoals we in Prediker lezen, het zal snel in damp opgaan. Dus hier moeten we niet stoppen. We moeten een stap verder gaan.

2 Het eeuwige leven komt snel naderbij: investeer erin!

Als ik vers 14 van Prediker 3 lees, dan slaak ik in zekere zin een zucht van verlichting: “Ik weet dat alles wat God doet, voor eeuwig blijft (…).” Aha! er is hoop op een eeuwigheid, hoop op iets dat niet teleur zal stellen, dat niet “vluchtig” is, niet in damp zal opgaan! En die hoop is te vinden in God, in ontzag voor God, in de vreze des Heeren. Volgens het boek Prediker is de “vluchtigheid” van alles in feite bedoeld om ons tot een diep ontzag voor God te brengen, “…opdat men vreest voor Zijn aangezicht” (vers 14).

Over die eeuwige hoop vinden we in het verdere verloop van de Bijbelse geschiedenis heel wat nadere bijzonderheden. Zo weten we dat wij, die God vrezen, net als Jezus opgewekt zullen worden (1 Kor. 15). Zo kan zelfs ons werk hier op aarde tot in eeuwigheid standhouden: “Daarom, mijn geliefde broeders, wees standvastig, onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk van de Heere, in de wetenschap dat uw inspanning niet tevergeefs is in de Heere.” (1 Kor. 15: 58).

Om terug te komen op onze agenda… het verstandigste dat we dus kunnen doen, is om te investeren in wat eeuwig zal blijven voortbestaan: het werk van onze Heere. Het is beter om te leven voor wat blijvend is, en niet voor wat snel vervliegt! Hier gaat het niet over wat moreel juist of immoreel is. Het gaat hier over een onderscheid tussen waarden (richtinggevende principes) en over de waarde van iets in vergelijking met iets anders. Bepaalde ‘dingen’ zijn van grotere waarde dan andere omdat ze eeuwigheidswaarde hebben, eeuwig standhouden. Dus daar willen we uitdrukkelijk voorrang aan geven.

Het kost ons moeite om te investeren in de eeuwigheid, want we leven in een wereld die ons voortdurend aanzet om alleen aan het hier-en-nu te denken. We lopen soms zoals paarden met oogkleppen op. Die beperken ons gezichtsveld en beletten ons ver vooruit te kijken. We zijn soms kortzichtig en denken niet aan later, aan de eeuwigheid. En dus is het nodig dat we wat afstand nemen om scherper en verder te kunnen zien. We moeten ons tijdelijke, korte leven hier op aarde bekijken in het licht van het eeuwige leven erna.

Investeren in wat echt eeuwig zal standhouden, houdt het volgende in:

(1) LAAT JE NIET BEHEERSEN DOOR WAT VLUCHTIG EN VERGANKELIJK IS

Dit betekent niet dat we moeten verwerpen wat vluchtig of vergankelijk is. Want zoals we hebben gezien is dat niet per se slecht. De dingen van deze materiële wereld zijn immers geschenken van God waar we van mogen genieten. Maar dit betekent wel dat we ons niet laten beheersen door kortstondige ervaringen en vergankelijke dingen, er de controle niet over verliezen, maar zelf ‘aan het roer’ blijven zitten.

Want al te makkelijk kan wat vluchtig en vergankelijk is ons leven binnendringen en ons ‘overmeesteren’. Dat wil zeggen ons leven helemaal gaan vullen, onze keuzes gaan bepalen en ons tijdsbeheer beheersen. Die geschenken van God, die op zich niet slecht zijn, kunnen zich stukje bij beetje ontwikkelen tot afgoden die onze kostbare tijd wegroven en tot verslavingen die ons kapotmaken.

Een sport waar we ons hart aan ophalen, kan de afgod worden waar we ons hoogste geluk in zoeken. Ons hele leven kan om die hobby draaien. Maar als we een blessure oplopen en die sport niet meer kunnen beoefenen, zitten we in de put. Als we die sport moeten opofferen om aan iets anders prioriteit te geven, knarsetanden we van frustratie.

Graag van een lekker biertje of glaasje wijn genieten, kan ontaarden in een drankverslaving die ons doet vereenzamen en ons leven verwoest.

Ook videospelletjes, de tv, sociale media, onze smartphone en dergelijke kunnen – zonder dat we het door hebben – een verslaving worden. Een verslaving die ongemerkt onze tijd ‘wegbrandt’ en in rook doet opgaan. Want onze smartphone heeft altijd wel iets aan te bieden dat er superbelangrijk, superdringend uitziet, echt het allerbegeerlijkste op het moment zelf.

Is het bij jullie al gebeurd dat je iets op YouTube of Facebook gaat zoeken, maar 30 minuten later zit je nog altijd te kijken naar iets totaal anders, zonder dat je zelfs maar begonnen bent met zoeken naar datgene waar je eerst voor had ingelogd? Dat is bij mij al gebeurd…

Goede rentmeesters zijn van de tijd die God ons geeft, betekent niet dat we onszelf de goede geschenken van God ontzeggen. Het betekent wel dat we alle dingen hun juiste plaats geven. We zijn niet geroepen om voor het vluchtige of vergankelijke te leven, alsof dit het hoogste doel van ons leven zou zijn. We zijn veeleer geroepen om van die dingen te genieten terwijl we in werkelijkheid voor iets anders leven, voor een ander doel, een veel hoger en eeuwig doel.

(2) LEEF VOOR WAT WERKELIJK ZAL BLIJVEN BESTAAN TOT IN EEUWIGHEID

“(…) wees standvastig, onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk van de Heere, in de wetenschap dat uw inspanning niet tevergeefs is in de Heere.” (1 Kor. 15:58).2

Wat eeuwig zal blijven bestaan, is heel specifiek. Het gaat om alles wat is gedaan “in de Heere”, alle taken die zijn verricht “in het werk van de Heere”. Wat Paulus hiermee bedoelt, is wat je vandaag ‘de dienst aan de Heere’ of ‘het dienen van de Heere’ zou kunnen noemen. Iedere christen is geroepen om de Heere te dienen. Dat wil zeggen zich actief in te zetten om het Evangelie te helpen verspreiden en zich actief in te zetten om de gemeente in geestelijke rijpheid te helpen groeien. Het werk van evangelisatie en gemeenteopbouw is niet voorbehouden aan bepaalde specialisten, maar is het voorrecht en de verantwoordelijkheid van iedere christen.

En dát – zo lezen we in de Bijbel – is wat voor altijd zal blijven bestaan. Het getuigt van wijsheid dáárin te investeren. Dus als je eens een ander criterium wilt om aan af te toetsen wat je al dan niet in je agenda zult zetten en hoe je je tijd zult beheren, zou je het volgende kunnen kiezen: geef prioriteit aan wat eeuwig is, namelijk het dienen van de Heere. Dat is verreweg het beste, niet in moreel opzicht maar omwille van de waarde die dat in de eeuwigheid zal hebben.

3 Christus is ons leven: leef voor Hem!

Misschien roepen deze woorden vragen bij jullie op. Je vraagt je misschien af: “Maar ik heb een baan of volg een studie, ik heb geen andere keuze. Een flink deel van mijn tijd gaat op in wat niet eeuwig is. Wil dat dan zeggen dat ik alles moet opgeven en me eerst moet inschrijven voor een studie aan een Bijbelschool?”

Misschien, voor sommigen zal dat misschien zo zijn. Maar niet per se. Als we ‘t hebben over een christelijk tijdsbeheer, moeten we niet denken dat we allemaal hetzelfde in onze agenda moeten invullen of dezelfde bezigheden moeten hebben. Dat is niet zo! We leven allemaal in een verschillende context. Sommigen hebben een baan, anderen zijn werkloos, of zijn student, huismoeder, of al met pensioen of met ziekteverlof. Maar hier staat tegenover dat we allemaal hetzelfde levensdoel hebben. En afhankelijk van onze persoonlijke context, zal datzelfde levensdoel zich ontvouwen in een brede waaier aan mogelijkheden waarmee we de Heere kunnen dienen.

We zouden in een val kunnen trappen als we bij de details willen beginnen en ons dus zouden afvragen: “Hoeveel procent van mijn tijd moet ik reserveren voor dienst aan de Heere om een zuiver geweten te hebben, om een goede christen te zijn?” Nee, het is niet verstandig om daar te beginnen. De vraag “hoe kunnen we voor Christus leven?”, moeten we vanuit een veel bredere invalshoek bekijken. We moeten uitgaan van de ambitie die we koesteren, het hogere doel dat we nastreven en dat de drijvende kracht in ons leven moet zijn. Dan zal alles op z’n plek vallen, voor ieder van ons op een andere manier, afhankelijk van onze persoonlijke levensfase. En we zullen daarin een zekere keuzevrijheid hebben.

Wat is dan dat hogere doel, de ambitie die de drijvende kracht in ons leven is? Het is de ambitie om voor Christus te leven.
Terwijl Paulus vanwege zijn geloof in de gevangenis zit, schrijft hij aan de Filippenzen: “En ik wil dat u weet, broeders, dat wat er met mij is gebeurd, veeleer tot bevordering van het Evangelie heeft gediend, zodat in het hele gerechtsgebouw en aan alle overigen bekend is geworden dat ik een gevangene ben om Christus’ wil, en dat het merendeel van de broeders in de Heere door mijn gevangenschap vertrouwen heeft gekregen om het Woord nog overvloediger onbevreesd te durven spreken” (Filipp. 1:12-14).

Paulus was wel achter de tralies gezet, maar dat heeft juist bijgedragen tot de voortgang van het Evangelie. Dat was het enige dat voor hem telde. Zijn prioriteit was niet zijn persoonlijke comfort. Integendeel, zijn prioriteit was dat Christus zou worden verheerlijkt. Welke gevolgen dat voor hem zou hebben, was voor hem van minder belang. Vandaar dat hij vol overtuiging de welbekende woorden kon uitspreken: “Want het leven is voor mij Christus en het sterven is voor mij winst” (Filipp. 1:21).

Paulus was als een topsporter die dag in dag uit alles overheeft voor dit ene doel: de 400 meter kunnen sprinten op de olympische spelen. Maar met dit verschil dat voor Paulus het doel Christus was.
Paulus’ ambitie is ook onze ambitie. Ook wij zijn geroepen om dag in dag uit voor Christus te leven. Dat wil zeggen bij al onze beslissingen, onze keuzes, ons tijdsbeheer ernaar te streven dat Hij wordt verheerlijkt.

Keien, zand en water

Als er gesproken wordt over productiever zijn, efficiënter te werk gaan, betere resultaten behalen en dergelijke, hoor je wel eens vaker de illustratie van een grote vaas of pot die je moet vullen met keien, zand en water. Als je er alles in wilt krijgen, kun je maar beter eerst de keien erin doen, daarna het zand en als laatste het water. Wat denk je dat er zou gebeuren als je de vaas met dezelfde hoeveelheid keien, zand en water zou willen vullen maar omgekeerd te werk zou gaan: dus eerst het water, dan het zand en als laatste de keien erin zou doen? Dan zou je de keien er nooit allemaal in kunnen stoppen! Die zouden niet door het zand heen kunnen zakken. Leg er dus eerst de keien in. Het fijnere zand en het water vinden daarna wel een weg tussen de keien.

Die keien staan symbool voor het belangrijkste in ons leven. En dat is het verlangen dat ons vervult, de ambitie die ons drijft: te leven om Jezus te verheerlijken.

Al hebben we allemaal diezelfde ambitie, ze zal voor ieder van ons op een andere manier vorm krijgen. Paulus en de Filippenzen deelden dezelfde ambitie (namelijk dat de verspreiding van het Evangelie goed vooruit zou gaan en dat Christus verheerlijkt zou worden), maar ze gaven niet op dezelfde manier gestalte aan die ambitie. De Filippenzen waren niet samen met Paulus op zendingsreis om het Evangelie te verkondigen en gemeenten te stichten. Toch lezen we dat ze actief meewerkten aan de verspreiding van het Evangelie (Filipp. 1:5). Ze deden dat door hun gebed (1:19), hun morele steun (2:25-30) en hun financiële steun (4:10-20).

Dat was geen betrokkenheid van een lager niveau. Ze waren net zo toegewijd als Paulus, met evenveel opoffering en met dezelfde ambitie. Maar de context waarin ze leefden was verschillend, daarom was ook de vorm van hun betrokkenheid verschillend.

Om terug te komen op het beeld van de topsporter, maar dan meer bepaald op zijn of haar coach. De coach heeft dezelfde ambitie als de atleet. Ook de coach leeft dag aan dag met hetzelfde doel voor ogen, maar hij vervult een geheel andere rol: je zult hem nooit zelf zien deelnemen aan de 400 meter.

En dus is de vraag uiteindelijk niet: “Hoeveel ‘christelijke dingen’ heb ik in mijn agenda staan?” Of “Ben ik nu ‘iets geestelijks’ aan het doen of niet?” Of “Mag ik vanavond Netflix kijken?” De vraag is veeleer: “Wat is mijn levensdoel? Wat wil ik met mijn leven doen? Naar welke einddoel ben ik onderweg?”

Van dat levensdoel, van die ambitie maken rust en recreatie integraal deel uit. In de eerste plaats omdat, zoals we al hebben gezien, het geschenken van God zijn die we niet mogen afwijzen. We mogen er met dankbaarheid van genieten. Maar in de tweede plaats omdat het heel waardevolle ogenblikken kunnen zijn. Want we hebben die nodig. Ze helpen ons om op lange termijn vol te houden. Ze helpen ons om efficiënter en productiever te zijn. Dus leven we niet om te kunnen rusten, we rusten om te kunnen leven. We rusten om te kunnen doorgaan met leven voor dit hogere doel: om Christus te verheerlijken.

Ik wil graag eindigen met enkele versregels uit een gedicht van Charles Studd3. Mogen deze woorden ons motiveren om wijs met onze tijd om te gaan:

“Only one life, ’twill soon be past,
Only what’s done for Christ will last.”

“Une seule vie, qui passera vite,
Seul restera ce qui est fait pour Christ.”

“Slechts één leven, dat snel voorbij zal gaan.
Alleen wat voor Christus is gedaan, zal blijven bestaan.”

Eindnoten

  1.  (Noot van de vertaler)
    Benjamin Eggen is adjunct-predikant van de Eglise Protestante Evangélique de Bruxelles-Woluwe (Evangelisch-Protestantse Gemeente van Brussel-Woluwe). Daarnaast schrijft hij regelmatig een blog op de christelijke site “Tout Pour Sa Gloire”. Hij plaatst ook christelijke video’s op YouTube en is auteur van de boeken “Soif de plus?” en “Une vie de défis”.
  2. Nadruk door de auteur.
  3. (Noot van de vertaler)
    Charles Thomas Studd (1860 – 1931) werd in een aristocratische Engelse familie geboren. In zijn studententijd was hij een talentvol cricketspeler die met zijn ploeg verschillende internationale tornooien won.In 1878 tijdens een evangelisatiecampagne van Dwight L. Moody kwam hij tot een levend geloof. Er vond een radicale ommekeer plaats in zijn leven. Enkele jaren later liet hij zijn luxeleven achter zich om zendeling te worden. Hij was een van de ‘Cambridge Seven’, een groep van zeven studenten van de universiteit van Cambridge, die in 1885 naar China trokken, waar Hudson Taylor reeds als zendeling actief was. Later werkte C.T. Studd ook als zendeling in India, Soedan en Congo.In het tijdloze gedicht “Only One Life” verwoordt C.T. Studd op een treffende manier dat het leven van korte duur is. De tijd vliegt voorbij. Het gedicht moedigt ons aan om ons van deze realiteit goed te laten doordringen, en onze tijd, onze talenten, ons hele leven toe te wijden aan Christus.De oorspronkelijke Engelse versie van het gedicht “Only One Life” vind je o.a. op YouTube.Benjamin Eggen vertaalde samen met Nicolas Blocher het gedicht in het Frans. De integrale tekst van “Une seule vie” kun je lezen en beluisteren op Larebellution en YouTube.

    Vertaald uit het Frans met toestemming van het Institut Biblique de Bruxelles door Jean-Pierre Borgonjon. Het originele artikel heeft als titel “Notre gestion du temps: trois principes bibliques” en staat op de website van het IBB.