Het werk van de Heilige Geest in onderlinge gemeenschap

A A A

Wanneer we op een feestje komen, zijn we geneigd om de vertrouwde mensen op te zoeken. De mensen die we kennen of in wie we iets van onszelf herkennen. Wanneer er iemand op een feestje is die zich wat zonderling en vreemd gedraagt, zijn we niet snel geneigd om contact met diegene te maken.

Zo lijkt het soms alsof we wel vertrouwd zijn met het werk van de Vader en de Zoon en dat we de Heilige Geest ontwijken als een vreemde of iemand die we niet goed begrijpen. De Heilige Geest maakt onderdeel uit van de Drie-Enige God. Het is juist zo nodig voor ons om de Helper en Trooster te zien in Zijn actieve aanwezigheid in ons. Het doel van dit schrijven is om het werk van de Heilige Geest op een praktische manier te omschrijven, zodat we er iets bekender mee worden, er iets meer vertrouwd mee raken en daardoor ook meer gaan herkennen van de werking van de Geest in onze contacten en gemeenten, zodat we de Heilige Geest niet ontlopen, maar juist bemoedigd worden door Zijn aanwezigheid in ons persoonlijke leven en in de plaatselijke gemeente.
We zijn als gelovigen in een gemeente geplaatst tot opbouw van elkaar. We zijn er om elkaar in liefde aan de waarheid te houden. Om elkaar te helpen onze harten te richten op God en om elkaar te ondersteunen niet in zonde te vallen. Ieder van ons heeft hulp nodig en ieder van ons is geroepen om hulp te bieden.

‘Nu ben ik ervan overtuigd, mijn broeders – ook ikzelf met het oog op u – dat u zelf ook vol bent van goedheid, vervuld met alle kennis, in staat ook elkaar terecht te wijzen’ (Romeinen 15:14). We zijn dus allemaal geroepen om ons te voeden met Gods Woord, zodat we elkaar met Gods Woord kunnen bemoedigen. We kunnen de harten van onze naasten niet veranderen. Dat onderdeel mogen we overlaten aan de Heilige Geest. Daarom is de Persoon en het werk van de Heilige Geest van het grootste belang. Heath Lambert beschrijft prachtig hoe de Geest ons daarin helpt, daarom heb ik zijn punten samengevat onder de volgende kopjes.

De Geest overtuigt
‘En als Die gekomen is, zal Hij de wereld overtuigen van zonde, van gerechtigheid en van oordeel: van zonde, omdat zij niet in Mij geloven; van gerechtigheid, omdat Ik heenga naar Mijn Vader en u Mij niet meer zult zien; en van oordeel, omdat de vorst van deze wereld veroordeeld is’ (Johannes 16:9-11).
In eerste instantie overtuigt de Geest van zonde (vers 9). Zonder dit werk zouden zondaren hun hart verharden en zouden ze in ongehoorzaamheid verder leven. Zondaren kunnen het gewicht van zonde niet ervaren. Daarna helpt de Geest om de gerechtigheid te zien (vers 10). De Geest laat Christus zien aan de zondaar, als zijn gerechtigheid en Koning Die regeert in zijn hart. Tot slot overtuigt de Geest van oordeel (vers 11), omdat we mogen weten dat de regeerder van deze wereld veroordeeld is door het werk van Christus aan het kruis (Kolossenzen 2:13-15).

De Geest woont in ons
‘En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijft tot in eeuwigheid, namelijk de Geest van de waarheid, Die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet, maar u kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn’ (Johannes 14:16-17). De Heilige Geest is altijd in ons werkzaam om ons op Christus te wijzen, zodat we altijd mogen weten dat Christus Zelf in ons aanwezig is. Daarnaast wijst Hij ons altijd op het feit dat we God mogen aanroepen als Vader (Romeinen 8:15; Galaten 4:6). We mogen elkaar hier telkens weer op wijzen, want dit is een grote troost wanneer we ontmoedigd zijn. Wanneer kinderen angstig zijn, weten ze dat de aanwezigheid van een ouder hen veiligheid en troost biedt. In de gemeente mogen we elkaar erop wijzen dat onze Vader altijd in ons is om ons te helpen en om ons kracht te geven. Dit is zelfs zo zeker dat de Bijbel spreekt over het verzegeld zijn (Efeze 1:13-14). We kunnen elkaar bemoedigen en troosten, maar vanuit de mens is deze troost oppervlakkig en van voorbijgaande aard. De echte, permanente, onwankelbare hoop is de aanwezigheid van God in ons door Zijn Geest. Hoe belangrijk is het dat deze Geest werkzaam is in de gemeente.

De Geest onderwijst
‘Deze dingen heb Ik tot u gesproken, terwijl Ik bij u verblijf. Maar de Trooster, de Heilige Geest, Die de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u in alles onderwijzen en u in herinnering brengen alles wat Ik u gezegd heb’ (Johannes 14:25-26). Wanneer de Geest overtuigt, doet Hij dit door het Woord van God. De Geest opent onze ogen voor Gods Woord en verlicht ons hart. Wanneer mensen elkaar terechtwijzen, kunnen er soms harde woorden vallen en koude harten ontstaan. Degene die terechtgewezen wordt, wil zijn problemen niet onder ogen zien of denkt niet te kunnen veranderen. Het probleem is dat mensen niet kunnen onderwijzen zoals God dat kan (Efeze 1:17-18). Alleen God Zelf kan u de Geest van wijsheid en van openbaring geven in het kennen van Hem, namelijk verlichte ogen van uw verstand, om te weten wat de hoop van Zijn roeping is, en wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen.

De Geest geeft kracht
‘Als iemand Mij liefheeft, zal hij Mijn woord in acht nemen; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen naar hem toe komen en bij hem intrek nemen’ (Johannes 14:23). Het zou verdrietig zijn wanneer we zouden weten aan welke geboden we ons moeten houden om gehoorzaam te zijn, maar daar niet de kracht voor krijgen. Jezus wist dat we niet op eigen kracht gehoorzaam kunnen zijn, toen Hij zei: ‘Als u mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht’ (Johannes 14:15). Galaten 5 maakt ons duidelijk dat we kunnen groeien in de vrucht van de Geest door te wandelen in de Geest. Wanneer we gehoorzaam zijn, is dat de vrucht van het werk van de Geest in ons. Het verlangen van de gemeente mag dus zijn dat de Heilige Geest onze broeder en zuster vormt naar het beeld wat Hij voor ogen heeft.

De Geest wijst gaven toe
‘Aan ieder echter wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is voor de ander’ (1 Korinthe 12:7). Omdat de Geest de gaven toewijst en de kracht verleent om de gaven uit te oefenen in de gemeente, kan geen enkele gelovige roemen in het hebben van een bepaalde gave of in het uitvoeren daarvan. Nu we weten dát we gaven ontvangen hebben, is het zaak om te ontdekken welke gaven we ontvangen hebben. We mogen God in gebed vragen of Hij ons hierin inzicht wil geven. Ook kunnen we oudsten in de kerk vragen om advies. Maar omdat de gaven gegeven zijn om de gemeente mee te dienen, kunnen we het beste beginnen met dienstbaar aanwezig te zijn. Door te doen wat onze hand vindt om te doen, ontdekken we waar onze gaven liggen. We mogen elkaar helpen in dit proces en mensen die vastgelopen zijn weer aanmoedigen om bruikbaar te worden (2 Timotheüs 2:20-21).

De Geest verheerlijkt
‘Die zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen’ (Johannes 16:14). De Heilige Geest wijst ons op het werk van Christus. Al het werk van de Geest is gericht op Christus. In het overtuigen, in het inwonen, in het onderwijzen, in het kracht geven om te gehoorzamen en in het toewijzen van gaven wordt God verheerlijkt door Jezus Christus in de gemeente (1 Petrus 4:11).

De Geest helpt ons in onderlinge gemeenschap
‘En laten wij op elkaar letten door elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken’ (Hebreeën 10:24). Wanneer we elkaar willen aanmoedigen tot verandering, zullen we moeten beginnen met het hart. Datgene wat iemands hart bestuurt, zal onvermijdelijk invloed uitoefenen op iemands leven en gedrag (Lukas 6:43-45; Mattheüs 6:19-24). Er zijn maar twee soorten schatten: aardse en hemelse. Het meest trieste wat er in een mensenleven kan gebeuren, is dat iemand zijn leven investeert in het najagen van de verkeerde schat.

God heeft voorzien in een gemeente waarbinnen we op elkaar kunnen letten en elkaar kunnen wijzen op de verkeerde gedachten en verlangens in ons hart. We hebben de aansporing van broeders en zusters zo erg nodig. Maar wat we nog meer nodig hebben is de wetenschap dat de Heilige Geest hierdoorheen werkt en de gesproken woorden laat landen in harten en deze laat doorwerken, zodat levens van binnenuit veranderen. Zo zullen gemeenteleden hersteld worden tot bruikbaarheid en van aanbidders van de schepping, door het werk van de Geest, aanbidders van God worden. “Zodat we als gemeente gaan lijken op wie we bewonderen” (2 Korinthe 3:18). Hopelijk laten we de Heilige Geest niet als een grote onbekende in een hoekje zitten, zonder verder kennis te maken, maar gaan we Zijn werkzaamheid zien en stellen we ons ervoor open.

Leestip

  • Heath Lambert: A theology of Biblical counseling

Dit artikel is eerder verschenen in Het Zoeklicht