Het werk doen wat God vraagt te doen

A A A

Als gezin staan we door Gods genade 25 jaar in de bediening en gedurende deze bedieningsjaren mochten we verschillende kerken en organisaties dienen. Hoewel we proberen de Heere de centrale plaats te geven, is de dagelijkse realiteit toch vaak een strijd met de agenda vanwege de nood die op ons afkomt. Eén vraag achtervolgt ons nog steeds elke dag vanuit onze Bijbelschoolopleiding. Voor een les pastorale counseling moesten we als huiswerkopdracht een week lang nadenken over de volgende vraag: hoe kon Jezus aan het einde van Zijn leven zeggen dat Hij het werk volbracht had dat God Hem te doen gaf (Johannes 17:4), terwijl Hij een ziekenhuis binnenliep en maar één man genas (Johannes 5:5-9)?

Hierover nadenkend trok ik voor mezelf een verkeerde conclusie. Ik was ervan overtuigd dat ik vast de opleiding van de discipelen nog wat had verlengd als ik in Jezus’ schoenen zou staan. Zijn discipelen begrepen immers nog maar weinig van hun opdracht en maakten tot voor Zijn sterven nog ruzie over wie de belangrijkste was (Lukas 9:46).Ze hadden het duidelijk nog niet begrepen. Maar de les die we door deze huiswerkopdracht leerden was heel anders, namelijk dat Jezus, Die wist wat Hij wel en niet moest doen vanuit Zijn gerichtheid op de Vader, juist kon loslaten. Hij ging naar Samaria, sprak tot die ene vrouw (Johannes 4) en trok verder. Jezus genas een man die bezeten was en liet hem zonder opleiding achter om te getuigen van wat Jezus gedaan had (Markus 5:1-20). Jezus reageerde op de twee blinde mannen die afgewezen werden door de menigte (Mattheüs 20:32). Jezus had tijd voor de kinderen (Lukas 18:16) en zocht Zacheüs in de boom (Lukas 19:5). Jezus was afgestemd op de Vader, wist wat het werk was wat de Vader Hem te doen gaf. Hij had Zijn werk volbracht en de Vader op aarde verheerlijkt.

Neem even de tijd om na te denken over de volgende vraag: Ben ik afgestemd op de Vader en doe ik het werk dat Hij me opdraagt om te doen? Hoe versta ik hierin Gods stem?

Maria koos het beste deel
In onze vrije tijd of vakantiedagen nemen we uitgebreid de tijd om ‘bij de Heere’ te zijn. Onze kinderen kennen deze uitdrukking van kleins af aan. Dit betekent dat een van ons zich voor langere tijd gedurende de dag terugtrekt. Deze gedachte is ontstaan naar aanleiding van het verhaal van Martha en Maria (Lukas 10:38-42), waarbij Maria aan de voeten van Jezus ging zitten om naar Hem te luisteren en het aandurfde de taak van gastvrijheid los te laten. Dit tot ergernis van Martha die zich verplicht voelde de zorgrol in te nemen voor alle gasten die binnen kwamen. Vele lessen kan je leren vanuit dit verhaal. Deze keer bewaarde ik mijn hart de gedachte dat Martha zich ‘in beslag’ liet nemen en dacht na over de vraag: hoe kan ik er voor waken dat mijn hart in beslag genomen wordt?
Ik stelde een lijst op van dingen waardoor ik mij gemakkelijk in beslag laat nemen en schrok van de hoeveelheid kleine dingen die me afhouden om aan de voeten van Jezus te gaan zitten. Waar ik spontaan aan dacht was: de druk die ik ervaar aangaande de vele informatie over gezond en/of ongezond leven, bezorgd zijn en daardoor onderhevig zijn aan een gedachtestroom die moeilijk te onderbreken is, visionair denken en daardoor vast komen te zitten in alles waar ik enthousiast van word, de in elkaar geperste structuur van mijn agenda om alles te kunnen doen wat ik wil doen, geloften van toewijding in mijn geestelijk leven om me een beter christen te voelen, de hoeveelheid pastorale informatie die ik opzoek door te lezen of te surfen op internet uit angst of ik alles wel goed inschat, de piepjes van mijn telefoon vanwege mijn constante bereikbaarheid, de onderliggende zoektocht naar bevestiging vanwege alle kritiek die op ons bordje terecht komt, mijn behoefte aan ontspanning waarin ik mezelf kan verliezen, …
Maria koos het beste deel. Zij maakte zich niet druk over de dingen die op haar af kwamen in tegenstelling tot Martha die haar hart in beslag liet nemen. Het is goed om dagelijks deze balans op te maken en jezelf de vraag te stellen: waardoor liet ik mijn hart vandaag in beslag nemen en wat heeft de afstemming op de Vader in de weg gestaan?

Neem voor jezelf even de tijd om een lijst op te stellen van dingen die je hart gemakkelijk in beslag nemen en je beroven van de tijd om bij de Heere te zijn.

Jezus kende het volmaakte evenwicht
Hoewel Jezus een grote schare rondom zich had, lezen we dat Jezus een volmaakt evenwicht kende in het opzoeken van de eenzaamheid en het ingaan op de nood die zich aandient. We leren mooie lessen uit Mattheüs 14. Jezus had het moeilijk met de dood van Johannes en wilde zich terugtrekken in de eenzaamheid om hierover te spreken met Zijn Vader. Maar de menigte volgde Hem. Je ziet hier de emotionele gezondheid van Jezus Die ondanks Zijn eigen verdriet er toch voor koos om Zijn persoonlijke moment van verwerking uit te stellen om op te trekken met de schare. Zijn motivatie was niet dat Hij Zich verplicht of onmisbaar voelde. Jezus maakte Zich ook niet bezorgd over Zichzelf en de situatie of de druk om de menigte te eten te geven. Jezus was innerlijk met ontferming bewogen.

Sta even stil bij je eigen bewogenheid en motivatie. Wat is jouw houding tegenover mensen die aandacht vragen?

Of Jezus Zijn betrokkenheid nu uitte in woorden of in daden, in wonderen of gewoon in een meevoelende aanwezigheid, altijd was er een onderliggende bewogenheid en liefde die Hem drong te doen wat Hij deed. Het evenwicht in het stellen van de juiste prioriteiten zat goed, zonder Zijn tijdschema te gieten in een vast stramien. Als ik hier over nadenk, valt mijn mond open van verbazing. Hoe deed Jezus dat? Wat had ik graag aanwezig willen zijn op de dag dat de schare zich aan Hem opdrong. Had Jezus Zijn stille tijd voor die dag overgeslagen, had Hij Zich toch ook uit de menigte daar even teruggetrokken? Hierover staat niets geschreven. Wat wel beschreven staat is dat Jezus, nadat Hij de menigte wegstuurde, opnieuw de eenzaamheid opzocht. Zijn verlangen om met Zijn Vader te spreken hield Hij vast. Mensen wegsturen is ook een onderdeel van prioriteiten stellen.

Wat doet deze gedachte met jou, mensen wegsturen om in de eenzaamheid met de Vader door te brengen? Heb je dit al eens gedaan?

Net als David maar één ding verlangen
Een vraag die ik mezelf stel is: Hoe kan je rust vinden gedurende een tijd van vele activiteiten of te midden van persoonlijk verdriet waarmee je te maken krijgt als je in dienst van de Heer staat? Wanneer het te druk wordt of ik me emotioneel belast voel lees ik mijn Bijbel wel, maar ervaar ik geen rust om werkelijk te begrijpen wat de Heere tot mij wil zeggen. Daarbij is mijn diepste worsteling dat ik op zo’n moment ga struikelen over mijn gevoelsbevrediging van eigen gerechtigheid in het houden van stille tijd. Als ik netjes mijn Bijbel lees en bid, voel ik me een goed christen. Zo niet, dan voel ik me schuldig. En toch is die stille tijd nodig om afgestemd te blijven op de Heere. Maar als de stille tijd het enige is waar mijn geestelijk leven op gebaseerd is, dan mis ik de essentie van het geestelijk leven.
Jezus was niet afhankelijk van Zijn stille tijd, maar van de Vader. Hij leefde met Zijn hart in de hemel. Net als Jezus en David verlang ook ik maar één ding, en dat is wonen in het huis van de Heere, al de dagen van mijn leven (Psalm 27:4). Waar de Vader woont is mijn thuis. Wanneer ik zo leef dat de Heere mijn ‘thuis’ is, komt er vanzelf evenwicht. Enerzijds leef je dan vanuit je identiteit in Christus, op een plaats waar ik Zijn liefde dagelijks mag aanschouwen, omdat ik voortdurend Zijn zorg en genade nodig heb. Anderzijds heb ik het nodig te onderzoeken wat de wil van mijn Vader is voor vandaag. Beide ingrediënten zijn nodig.

Neem even de tijd om je motivatie voor het houden van stille tijd te onderzoeken. Herken je de gevoelsbevrediging van eigen gerechtigheid in het houden van stille tijd? Waarom wel of niet? Hoe kan je de relatie met de Heere tot een dagelijkse levensstijl maken?

Zoek Mijn aangezicht, ik zóek uw aangezicht
Wanneer we Psalm 27 in zijn geheel overdenken, dan stelt David een vraag aan God en God een vraag aan David. David drukt zijn verlangen uit om de hemel tot zijn thuis te maken. God drukt Zijn verlangen uit voor David om Zijn aangezicht te zoeken: “Zoek Mijn aangezicht”. Wonen in het huis van de Heere gaat om samenleven en elkaar voortdurend van hart tot hart ontmoeten. Er is tijd om te bespreken met wat jou bezighoudt, maar vooral om aan de Heere te vragen wat Hem bezighoudt.

Is het voor jou een vreemde gedachte om God te vragen wat Hem bezig houdt? Doe je dit wel eens en neem je dan ook de tijd om te luisteren naar wat God dan tegen je zegt?

Psalm 27 leert ons dat ontmoeting niet op zich staat, maar omkadert wordt door een levensstijl van aanbidding. Het leven draait niet om ons, maar om de Vader. De Vader zoekt aanbidders in geest en in waarheid (Johannes 4:23). Het is voortdurend belijden dat de Heere je Licht en je Redder is, je Levenskracht, je Schuilplaats en je Rots. Aanbidding opent je ogen voor Wie de Heere is en vervolgens voor waar de Heere mee bezig is. God onderwijst je vanuit Zijn wegen en gedachten de weg die je moet gaan, binnen Zijn plan dat Hij in deze wereld aan het volvoeren is. God is goed, altijd! Ook als er een leger van geestelijke oorlogsvoering met uitputtende tegenstand op je afkomt, als je verzocht wordt of wanneer er mensen zijn die je kwaad willen doen.
Wanneer je hart gericht is op de hemel, kan je met opgeheven hoofd leven, dankbaar voor Zijn goedheid, leiding en bescherming. Ondertussen wacht je op de Heere en oefen je jezelf om je hart sterk te maken om te blijven wachten, totdat de Heere spreekt. Dat is een lastige opdracht die volharding vraagt. Stille tijd is hierin belangrijk. Stille tijd is een ontmoetingstent opzetten buiten de legerplaats van het oorlogsterrein waarin je je bevindt om daar rustig te kunnen nadenken en te kunnen overleggen. Stille tijd is geen doel op zich, stille tijd is een middel om God te ontmoeten en te luisteren naar hoe Hij door het Woord tot je spreekt. Stille tijd is in je hart te zijn waar de Vader is, je thuis.

Psalm 27 overdenken in zijn geheel
Wil je ‘God ontmoeten’ concreet maken? Schrijf een brief aan God naar aanleiding van Psalm 27. Behandel hierin onderstaande vragen:

Wie is de Heere voor mij? Waarvoor aanbid ik Hem?
Wie of wat vrees ik / ben ik bang voor?
Waarin ontbreekt het mij aan levenskracht?
Wat verslindt mij?
Wat geeft mij het gevoel van tegenstand?
Wat benauwt mij?
Waarop moet ik blijven vertrouwen?
Hoe kan ik het wonen bij de Heere als mijn thuis maken?
Hoor ik hoe lief Hij mij heeft?
Ben ik bereid Zijn wil te onderzoeken, of gaat het om mijn wil?
Voel ik me veilig bij God?
Hoe kan ik bij de Heere geborgenheid en bescherming ervaren?
Welk offer vraagt de Heere mij te brengen? Kan ik dit zingend doen?
Welke antwoorden heb ik nog nodig van de Heere?
God vraagt mij Hem te ontmoeten door Zijn aangezicht te zoeken, is mijn relatie met de Heere gericht op ’ontmoeting’? Wat betekent dit in de praktijk?
Waarin voel ik me afgewezen? In de steek gelaten?
Waarin heb ik mij verlaten gevoeld door mijn vader en moeder?
Heb ik de liefde en aanvaarding van mijn Heere aangenomen of verwerp ik deze?
Welke dingen moet ik nog leren?
Waardoor ervoer ik tot nu toe mijn levensweg als hobbelig?
Op welke begeerten (dingen die mijn hart in beslag nemen) kan de boze inspelen, zodat ik verzocht word?
Hoe zie je de goedheid van de Heere tot nu toe in je leven?
Hoe kan ik de goedheid van de Heere zien in het land waar ik woon?
Waarin moet ik wachten op de Heere?