De gekruisigde prediker

A A A

Het is algemeen aanvaard dat de grootste levenskunst bestaat in het stellen van de juiste vragen. Dat maakt het verschil tussen de goede en minder goede student. De minder goede verdrinkt in de veelheid en blijft daardoor oppervlakkig. De goede student selecteert de vragen uit en behandelt de belangrijkste vraag. Een prediker is een man die altijd zoekt naar de belangrijkste vragen. Jezus de grootste prediker beantwoordt niet de gestelde vragen van Nicodemus maar beantwoordt de meest urgente en meest belangrijke vraag die in zijn hart leeft (Joh. 3:3). Hij stelde deze vraag niet eens. Jezus wist echter precies wat er in zijn hart was. Er zijn in de wereld duizenden kwesties die om een oplossing vragen. Maar aan de bodem van al deze noden ligt een grote vraag die de hoogste prioriteit heeft. De prediker moet die vraag naar voren halen en die tot de grootste vraag maken. Een prediker mag niet bezig zijn met symptomen. Hij moet de oorzaken openbaar maken. Een prediker mag niet bezig zijn met het uiterlijke. Hij moet zich verdiepen in de fundamenten. Doordat de maatschappij druk is met symptoombestrijding worden de fundamenten ondergraven. De prediker moet de juiste vragen stellen en dan het enige juiste antwoord onthullen. Job heeft in zijn lijden de juiste vraag indrukwekkend verwoord. We lezen:

“Want hoe zou een sterveling rechtvaardig kunnen zijn voor God?” (Job 9:2).

Deze vraag roept om een antwoord. Hoe kan een mens in het reine komen met zijn Schepper? Deze vraag is voor iedereen. We weten nooit wanneer een mens God zal ontmoeten. Daarom heeft die vraag de hoogste prioriteit. Een prediker heeft een glorieus antwoord. Daarom is zijn bediening een bediening op leven en dood. Een prediker kan niet altijd de diepte van deze dingen doorgronden. Zijn geloof echter moet gericht zijn op het werk van de Heilige Geest die deze diepte doorzoekt (1 Kor. 2:11).

Christus is het antwoord
Paulus noemt heel duidelijk wat de inhoud van de preek moet zijn. We lezen:

“Wij echter prediken Christus, de Gekruisigde, voor de Joden een struikelblok en voor de Grieken een dwaasheid. Maar voor hen die geroepen zijn, zowel Joden als Grieken, prediken wij Christus, de kracht van God en de wijsheid van God.” (1 Kor. 1:23-24).

De kern van de boodschap is Christus. Hij is een historisch figuur. Een mens die tegelijk God is. Uniek in Zijn wezen. Hij is de Schepper van hemel en aarde. Voordat er iets bestond, was Hij er reeds. Hij is de “IK BEN”. We prediken Zijn wonderlijke geboorte. Het is een grote dwaasheid voor de mensen. We prediken Zijn wonderen. Het is onmogelijk voor de verlichte mens van de 21e eeuw. We prediken Zijn uniciteit. Niemand komt tot de Vader dan door Hem (Joh. 14:6). Hij staat centraal in onze preken. Zijn karakter wordt gepredikt. Niet onze mogelijkheden en onmogelijkheden worden op de preekstoel verkondigd maar Zijn mogelijkheden. Tevens benadrukken we dat er niets onmogelijk is bij Hem. We geloven in Christus als de soevereine. Niet onze wil zal geschieden maar Zijn wil. Alles wat we op de preekstoel zeggen, is verweven met Hem. Uit alles komt Zijn karakter naar voren. De prediker weet niets anders dan Christus te brengen. Hij is het Hoofd. Vanuit het Hoofd wordt alles gevoed. Als er vermaand moet worden dan is dat uit Zijn onvoorwaardelijke liefde. Als er geëerd moet worden dan is het Hij en Hij alleen. Al het onderwijs moet doorweven zijn van Hem die onze Heiland is. Daarom moet de prediker een passie hebben om Christus met alles wat in Hem is lief te hebben. Prachtig vinden we dit bij de ontmoeting tussen Filippus en de kamerling. Deze laatste vraagt aan Filippus over wie de profeet Jesaja spreekt in het gedeelte dat hij leest, lezen we: “Uitgaande van dat Schriftwoord, verkondigde hij hem Jezus” (Hand.8:35). Filippus gelooft in het gezag van Gods Woord. Hij proclameert Jezus als de Redder. De kamerling wordt overtuigt en komt tot geloof.

De kruisiging van Christus
Maar Paulus zegt in dit vers nog iets meer. Hij predikt Christus in al Zijn volheid. Maar hij zegt er bij dat hij een gekruisigde Christus predikt. Hier komen we bij de kern van de boodschap. Deze boodschap is voor de wereld absurd. Een gekruisigde is een veroordeelde. Deze persoon verliest op alle fronten. Een prediker denkt daar echter totaal anders over. Hij heeft van Godswege een wonder meegemaakt. Hij is wedergeboren en ziet het Koninkrijk van God (Joh. 3:3). Het is opvallend dat Paulus niet zegt dat hij een “opgestane Christus” predikt. Dat doet hij niet voor niets. Natuurlijk predikt Paulus wel de opstanding (Hand. 17:31). Maar de kern van de boodschap is de kruisiging. De opstanding is het bewijs dat de kruisiging Gode welgevallig is. Reeds aan het kruis is de overwinning behaald. Alles is volbracht aan het kruis (Joh. 19:29). Daarom viert de gemeente het avondmaal. Daarin staat de dood van Christus centraal. In het graf is er geen strijd meer geweest die tot overwinning moest leiden. De opstanding moest volgen op het kruis. Als Jezus niet was opgestaan dan was het kruis een nederlaag geweest. Dan hadden de Farizeeën en Romeinen de leiding gehad. Dan was de wereld hopeloos verloren geweest. Dan had het geweld het laatste woord gehad.

De ‘gekruisigde’ prediker
Paulus predikt niet alleen een gekruisigde Christus maar hij leeft ook als een ‘gekruisigde’. Vanuit die innerlijke houding brengt hij Gods het woord. Christus is gekruisigd in onze plaats. Hij heeft de zonde verzoend en uitgeboet. Maar dat kruis gaat ook dwars door de prediker heen. Paulus is geen machofiguur. Paulus is niet hoogmoedig. Hij heeft niet een houding van “het zal wel lukken”. Paulus deed het niet zomaar. Het kruis heeft een grote crisis in zijn leven veroorzaakt. Op de weg naar Damascus heeft hij geleerd te vragen (Hand. 9:11). Dat kruis heeft niet alleen bij zijn bekering diep gesneden. Nee, zijn hele leven lang is dat het kenmerk van zijn bediening geweest. Hij had een welbehagen aan noden en verdrukkingen (2 Kor. 12:10). Hij wist ook dat dat in Gods plan paste. Hij was niet verrast door de strijd die de prediking meebracht. Hij sloeg niet terug. Hij leefde als een gekruisigde. Hij predikte Christus maar riep de mensen tegelijk op om hem te volgen (1 Kor. 11:1). Dat lijkt hoogmoedig maar dat is het niet. Hij kon dat zeggen omdat hij Christus volgde. Daarom is de kern van de boodschap zo belangrijk. De overwinning ligt niet in glamour en glitter maar in nederigheid en heiligheid.

De prediker en prediking zijn één
Nederigheid is essentieel voor de prediking. Het is veel belangrijker dan welk ander middel ook. Natuurlijk moet een prediker zich verzorgen. Natuurlijk moeten we ons bekwamen. Natuurlijk moeten we letten op onze woorden. Deze geweldige boodschap verdient het beste wat er is. Maar elke trots is funest. Alles wordt als een schellend metaal als we deze innerlijke houding niet hebben.

Predikers zijn ook zondaren
Dat de gekruisigde Christus centraal staat, heeft nog een reden. Dat opnieuw is totaal tegen onze natuur in. De redding van de mensen is door het kruis behaald. Dat zegt iets over ons mensen. Op het kruis werden onze zonden uitgeboet. Wij zijn dus zondaren. Wij hebben deze heerlijkheid niet verdiend. Wij kunnen nooit roemen in iets in ons. Als prediker moeten we daarin het voorbeeld geven. Na onze preek moeten de mensen stil zijn omdat ze de heerlijkheid van Christus hebben gezien in het kruis. Wij, mensen, waren de boosdoeners die Hem aan het kruis nagelden. Genade is het enige wat ons in staat stelt te prediken (1 Kor. 15:9 -10). We preken niet onszelf ook niet iets van onszelf. Maar we prediken Christus als Heere en onszelf als dienaren van Hem (2 Kor. 4:5).

Hoe vaak maken we hier misbruik van Gods gave. Hoe vaak zijn we bezig om onze eigen boodschap te verkondigen. Hoe vaak maken we onze hoorders niet wijs dat ze zondaren zijn terwijl we onszelf er buiten plaatsen. We willen dat iedereen ons zal horen want we hebben een geweldige boodschap, zo zeggen we vaak. We bedoelen dan onze woorden en onze spitsvondige gedachten. Maar onze boodschap moet Christus zijn. Wijzelf zijn dienaren van Hem in alle opzichten en in alle omstandigheden (2 Kor. 6:3v). Daarom is de reactie van de prediker op kritiek veel belangrijker dan de preek zelf. Dan kan hij tonen hoe ver hij staat met deze boodschap.

Natuurlijk moeten we over allerlei onderwerpen spreken. Ook de wederkomst moet intens besproken worden. We hebben ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid en moeten de ethische problemen aan de orde stellen. We moeten oproepen tot levensheiliging. Daarom moeten we het Oude Testament zeker niet vergeten. Maar ook daar staat Christus centraal. Ook het werk van de Heilige Geest moeten we aan de gemeente uitleggen. Telkens moet de gemeente er op gewezen worden dat de zonde verwoestend werkt. Maar nooit mag het gebeuren uit een superieure houding. Het kruis moet altijd centraal staan. De liefde is de drijfveer. Alle vermaning en al het onderwijs is krachtig door de boodschap van het kruis (1 Tim. 1:5).

Kracht Gods
Als Paulus spreekt over het Evangelie dan schaamt hij zich niet meer. Hij legt dan uit waarom hij zich niet meer schaamt (Rom.1:16). Het woordje “want” is redengevend. Het evangelie wat Paulus spreekt is een “kracht van God”. Nu moeten we goed begrijpen wat hij daarmee bedoelt. Hij bedoelt er niet mee dat hij bij het brengen van de boodschap een bijzondere kracht uitstraalt. We spreken in onze tijd over mensen met een charisma. Paulus had dit waarschijnlijk niet. Hij bracht met knikkende knieën het evangelie (1 Kor. 2:3). Dit moeten we ons goed realiseren. Vaak zijn de zwakken zeer krachtig omdat ze de waarheid spreken en de sterken zwak omdat ze de waarheid veinzen. We weten echter maar al te zeer dat we vaak indruk willen maken met onze kleren of met ons uiterlijk. We zoeken het te veel in de presentatie. De inhoud wordt dan ondergeschikt. Anderzijds is het duidelijk dat Christus de beste dichters en de beste zangers verdient. Hij is de grootste. We moeten daarom niet schuwen om ons uiterste best te doen. Wel moeten we de essentie goed vasthouden en de gevaren onderkennen.

Paulus bedoelde ook niet dat hij het evangelie bracht met prachtige woorden. In de gemeente van Korinthe waren er predikers die pronkten met hun woorden. Maar Paulus zocht naar de kracht (1 Kor. 4:19). Dan lezen we:

“Want het Koninkrijk van God bestaat niet in woorden, maar in kracht.” (1 Kor. 4:20)

Vaak denken we dat het prediken van het evangelie spreken is over Gods kracht. We geven dan een uiteenzetting over alles wat Jezus heeft gedaan. Natuurlijk is dat ook zo, maar ook dat bedoelt Paulus niet. Jezus was krachtig en deed bijzondere wonderen. Dat moeten we blijven zeggen. Maar prediken is meer dan spreken over Gods kracht. Er zijn prachtige gedichten gemaakt over de Heere Jezus. Niemand zal ontkennen dat er grote kracht is in goed taalgebruik. Schitterende woorden en bloemrijke formuleringen hebben in zichzelf grote waarde. Ze laten een indruk achter. We merken dat er een hele industrie is ontstaan rondom goede teksten en pakkende slogans. Als mensen ziek zijn, sturen we ze een kaart met een pakkend gedicht of een goedlopende tekst. Elke prediker kent zo het gevaar om meer aandacht te geven aan de vorm dan aan de inhoud. Preken is echter meer dan spreken over Gods kracht.

Het geheim van een preek is dat Gods kracht wordt overgebracht. Het geheim is dan niet allereerst de vloeiende tekst of de prachtige stem, maar Gods kracht. God schept met woorden. Er gebeurt veel meer mee dan wij denken. God schiep de hemel en de aarde door te spreken. Hij sprak en het was er (Gen. 1:9). De Heilige Geest broedde over de woestheid van de aarde en maakte er een prachtige schepping van (Gen. 1:2). Zo is de kracht van de Heilige Geest nodig voor elke preek. Hij schept iets nieuws door Gods Woord. Christus is het Levende Woord. De kracht in Christus is niet afhankelijk van onze prachtige woorden. Gods Woord is gedeeltelijk ook ons woord. Ondanks onze menselijke beperkingen gebruikt God de mens. Er is geen kracht in omdat het schone en vloeiende woorden zijn, maar omdat “God er kracht aan verleent” (Jes. 55:11). De Heilige Geest doet alles wat wij niet kunnen. Wij preken een preek, maar de Heilige Geest ‘vertaalt’ het naar ieders hart. Daar moet de prediker naar zoeken. Dat bepaalt de wijze waarop een prediker zich voorbereidt. Als het allereerst om prachtige woorden gaat, dan verdiept hij zich in deze zaken. Als het om Gods kracht gaat, dan zet hij zich in om die te vinden. Het zal duidelijk zijn dat deze twee perfect samen kunnen gaan. Maar de prioriteit is wel het zoeken van Gods kracht. Daarna komt de vorm en zoals we reeds hebben geschreven, moeten we naar het beste zoeken. Het beste verdient immers het beste.

Met toestemming overgenomen uit Wout van Wijngaarden, Preken, De hoogste roeping van de kerk, 2003.