De Geest van het leven

A A A

De Heilige Geest bevrijdt

1 Dus is er nu geen verdoemenis voor hen die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest. (Romeinen 8)

We hebben vaak een te beperkt beeld van de genade die we hebben ontvangen. We kaderen de genade in tot een gebeurtenis bij het moment van onze redding, die we ontvingen bij de vergeving van zonde. We zijn gered door genade. Maar genade is meer dan dat. Elke dag van het christenleven zijn we helemaal afhankelijk van genade die vergeeft en genade die het leven van de Heilige Geest in ons uitwerkt.
“Geen verdoemenis” is geen vrijkaartje tot de hemel, ontvangen bij de wedergeboorte, zonder verder gevolg voor onze levensstijl. “Geen verdoemenis” verwijst naar het heil van hen die God tot Zich heeft geroepen én die in die roeping wandelen, “die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.” “In Christus Jezus zijn” is geen momentopname in het verleden met garanties voor de toekomst. Het is de beschrijving van een leven dat continu door de Geest leeft. Leven door de Geest is kenmerkend voor hen die in Christus zijn. Wie niet door de Geest leeft, moet zich ernstig afvragen of hij in Christus is. We herkennen hen die gered zijn door genade, aan hoe zij leven door genade.

2 Want de wet van de Geest van het leven in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet van de zonde en van de dood.

Paulus reageert hier niet tegen de wet van God. Hij heeft het niet over regels en geboden om na te volgen. Van die wet komen we immers nooit vrij, aangezien ze rechtvaardig is en goed; een uitdrukking van het karakter van God, de wijze waarop wij de wet van de liefde concreet gestalte kunnen geven. We zijn gered door genade om goede werken te doen (Efez. 2:8-10). De wet telt nog altijd mee als uitdrukking van de wil van God. Welke van de tien geboden zouden we willen schrappen? Geen enkele! Jezus is niet gekomen om de wet te ontbinden, maar om ze te vervullen (Matth. 5:17).

Een zondig mens kan de wet niet vervullen. Zoals door de wet van de zwaartekracht een voorwerp onvermijdelijk naar beneden valt, is het een onvermijdelijke wetmatigheid dat een zondaar zondigt. Hij is onderworpen aan een kracht die hij niet onder controle heeft. De wet van de zonde is dat wie in het vlees is de wil van God niet kan volbrengen. Zijn ontaarde menselijke natuur leidt onontkoombaar tot zonde en dood.
Voor wie in Christus zijn wordt die wet van zonde en dood doorbroken! Wat een genade! We zijn bevrijd om voor God te leven (Rom. 6:18, 22). De kracht die Christus uit de dood opwekte, werkt in ons! We zijn vrij om voor God te leven en we willen ook niet anders. Wij dienen in de nieuwheid van de Geest (Rom. 7:6). De oude wetmatigheid van zonde en dood, waar we niet aan konden ontsnappen, is door de Heilige Geest vervangen door een nieuwe wetmatigheid: het leven van de Geest in ons om voor God te leven. Door deze wet van de Geest is het onontkoombaar dat wie in Christus is voor God kan en gaat leven. Hij is de Geest van het leven die ons losmaakt van de zonde en de dood en ons tot leven wekt om verbonden te zijn met Christus.

3 Want wat voor de wet onmogelijk was, krachteloos als zij was door het vlees, dat heeft God gedaan: Hij heeft Zijn eigen Zoon gezonden in een gedaante gelijk aan het zondige vlees  en dat omwille van de zonde, en  de zonde veroordeeld in het vlees, 4 opdat de rechtvaardige eis van de wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.

De Geest verzekert de uitwerking van het leven van de Zoon in de gelovige. Het nieuwe leven is mogelijk doordat er een verandering is van levensbron: niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.

Uit onszelf konden wij nooit tot God naderen. Onze handen zijn niet rein en ons hart niet zuiver (vgl. Ps. 24:3-4). Zelfs als we heel hard ons best doen om Gods geboden na te volgen, slagen we er toch niet in om te doen wat nodig is om tot God te kunnen naderen. Het vlees is niet in staat om dat te doen. Dus is de wet krachteloos om ons in goede omgang met God te brengen. Omwille van ons onvermogen kan de wet niet doen waartoe ze bedoeld is. Het drama is dat de ziel die zondigt moet sterven. De oplossing is dat God heeft gedaan wat het vlees niet kon: Christus heeft de wet vervuld. Christus kwam in het vlees, maar liet zich niet leiden door het vlees. Hij leefde een zondeloos leven en overwon zo de zonde in het vlees. Terwijl Hij in het vlees leefde, deed Hij alles wat de wet eist voor een heilig leven dat tot God mag naderen: Hij vervulde de wet. Hij liet zich leiden door wil van de Vader in de kracht van de Heilige Geest. Daarenboven heeft Hij door Zijn dood het oordeel dat op ons ligt op Zich genomen en ons, die Hem vertrouwen, daar van vrij gesteld.
Omdat wij met Hem gekruisigd zijn en opgestaan, kan de kracht van God zich openbaren in onze zwakheid. Zijn genade is genoeg (2 Kor. 12:9-10). Die genade is geen gemakkelijk vrijkaartje om de hemel binnen te komen, maar een genade die radicaal ingrijpt in onvermogende mensen. De Geest brengt in hen tot stand wat het vlees niet kan: de geboden bewaren (Joh. 14:21; 1 Joh. 2:3-6), niet in de betekenis van een zondeloos leven leiden, maar in de betekenis van door de Geest geleid worden om te veranderen van heerlijkheid tot heerlijkheid door de Heere die Geest is. Wie in Christus is, bewaart Gods Woord van harte, zodat hij Zijn heilige berg mag beklimmen en in Zijn heilige plaats mag staan. Dat is niet door iets in ons, maar uit iets in Christus dat in ons leeft: door de Geest van Christus die in ons leeft.
Gods rechtvaardigheid betekent dat Hij het oordeel dat op Christus is gelegd niet nog eens op ons legt. De eis van de wet is vervuld met betrekking tot het oordeel. Daarenboven kunnen wij tegemoetkomen aan de noodzaak én de mogelijkheid om de wet uit te voeren door Jezus Christus onze Heere (Rom. 7:25).

De Heilige Geest vernieuwt ons denken

5 Immers, zij die naar het vlees zijn, bedenken de dingen van het vlees, maar zij die naar de Geest zijn, de dingen van de Geest. 6 Want het bedenken van het vlees is de dood, maar het bedenken van de Geest is leven en vrede. 7 Immers, het bedenken van het vlees is vijandschap tegen God. Het onderwerpt zich namelijk niet aan de wet van God, want het kan dat ook niet. 8 En zij die in het vlees zijn, kunnen God niet behagen.

De voorwaarde en het bewijs van het veranderingsproces ligt in waar onze gedachten naar uitgaan, wat onze mentaliteit is, wat de passie van ons hart is. Wat is er wat ons behaagt? Waar ligt onze liefde? Waar gaan onze gedachten naar uit? Wat is onze gezindheid? Wat koesteren wij in ons denken?
De gezindheid van hen die Christus niet kennen is vijandschap met God, onwil en onvermogen zichzelf aan God te onderwerpen, passie voor afgoden die bevrediging brengen buiten God om. Wie een vriend wil zijn van de wereld, wordt metterdaad vijand van God (Jak. 4:4).

De gezindheid van hen die Christus kennen is dat ze bedenken wat de Geest bedenkt. Ze worden gekenmerkt door leven en vrede van God. Ze zijn niet heen en weer geslingerd, op en neer als de golven van de zee (Jak. 1). Ook wanneer de storm van het leven in een vruchteloze wereld over hen komt, staan hun voeten op een vaste rots.

De Heilige Geest geeft leven

9 Maar u bent niet in het vlees, maar in de Geest, wanneer althans de Geest van God in u woont. Maar als iemand de Geest van Christus niet heeft, die is niet van Hem. 10 Als Christus echter in u is, dan is het lichaam wel dood vanwege de zonde, maar de geest is leven vanwege de gerechtigheid. 11 En als de Geest van Hem Die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont,  zal Hij Die Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door Zijn Geest, Die in u woont.

“Wanneer althans de Geest van God woont in u” is geen vage mystieke ervaring, maar evidentie van heerschappij. Dat is de test van het geloof. Het is geen rationeel geloof dat we de Geest hebben ontvangen bij onze wedergeboorte. Het is een bewijs van dagelijks zichtbare geestelijke vernieuwing naar het beeld van Christus. De Geest beteugelt de werking van het vlees en bewerkt een leven van gerechtigheid. Wie de Geest van Christus niet op deze wijze heeft, heeft Hem niet en is dan ook niet van Hem. De zonde is nu nog wel actief in het lichaam, maar de levenskracht van de Geest heeft de leiding genomen en op een dag zal zelfs ons sterfelijk lichaam door diezelfde Geest levend gemaakt worden.

De Heilige Geest geeft kracht

12 Welnu, broeders, wij zijn aan het vlees niet verplicht om naar het vlees te leven. 13 Want als u naar het vlees leeft, zult u sterven. Als u echter door de Geest de daden van het lichaam doodt, zult u leven.

Wie onveranderd door het vlees leeft, zal het koninkrijk niet beërven (1 Kor. 6:10). Maar voor wie in Christus zijn heeft het vlees de heerschappij niet meer. We hebben geen enkele verplichting meer om er naar te luisteren. We zijn niet meer onontkoombaar slaaf van de zonde! Wij zijn dood voor de zonde, maar levend voor God in Christus. We hebben onze knie gebogen voor Christus. Hij is Heere en we zijn levend door Zijn Geest.

Wie moet de daden van het lichaam doden? De tekst zegt: “u”! Met als krachtbron: “door de Geest.” Wij kunnen die daden doden, omdat de Geest van het leven werkzaam is. Omdat God zowel het willen en werken in ons werkt, kunnen wij aan onze zaligheid werken met vrees en beven (Fil. 2:12-13). Omdat wij Christus zien, voor Wie elke knie zich zal buigen, zijn wij gehoorzaam zonder morren of meningsverschillen met Hem. Wij zijn onder de indruk van Jezus Christus die Heere is (Fil. 2:11). Wij doen beroep op Zijn ontferming om onze lichamen aan God te wijden als een levend offer, heilig en voor God welbehaaglijk. Ons geloof, liefde en hoop kosten wel werk, inspanning en volharding (1 Thess. 1:3), maar we worden innerlijk veranderd door de vernieuwing van onze gezindheid, het bedenken van de dingen van de Geest (Rom. 12:1-2). We zijn bevrijd, in het verleden, omdat onze zonde is vergeven. Wij zijn bezig met bevrijd te worden, in het heden, omdat we groeien in een onophoudelijk heiligingsproces. En wij zullen bevrijd worden, in de toekomst, tot een eeuwige heerlijkheid, op het moment dat wij van onze lichamen waarin de zonde woont bevrijd zullen zijn (Rom. 8:23).

De Heilige Geest bevestigt het kindschap van God

14 Immers, zovelen als er door de Geest van God geleid worden, die zijn kinderen van God.

Dit werk van de Heilige Geest is het bewijs van het zoonschap. Wie zich niet door de Geest laat leiden, is geen kind van God. Dit betekent niet dat een christen zondeloos is (1 Joh. 1:8). Het betekent wel dat wij ons in de zonde niet thuis kunnen blijven voelen. We kunnen er niet onveranderd mee blijven doorgaan (1 Joh. 2:9). Het bewijs van onze bekering ligt niet in een zondaarsgebed in het verleden, maar in het ons afkeren van alles wat ons van God afhoudt, van dingen die duidelijk zonde zijn, maar ook van dingen die onze tijd en aandacht consumeren en ons zo uit de tegenwoordigheid van God weghouden.

15 Want u hebt niet de Geest van slavernij ontvangen, die opnieuw tot angst leidt,  maar u hebt de Geest van aanneming tot kinderen ontvangen, door Wie wij roepen: Abba, Vader! 16 De Geest Zelf getuigt met onze geest  dat wij kinderen van God zijn. 17 En als wij kinderen zijn, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus;  wanneer wij althans met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.

Er is zekerheid van behoud omdat God een goed werk is begonnen waar wij ons aan mogen toevertrouwen. De vervolgverzen (Rom. 8:18-39) laten zien dat de Heilige Geest hoop geeft en het gebed bidt dat wij nodig hebben, in overeenstemming met de wil van de Vader. De uitkomst is verzekerd: het werk van de Vader, de Zoon en de Geest in ons leidt tot meer dan overwinning door Hem die ons liefheeft!
We kunnen God vrijmoedig Vader noemen, niet als een papa-speelkameraadje, maar als de ontzagwekkend Heilige, die ons aanneemt als Zijn kinderen, om Zijn karakter, de vrucht van de Geest, te ontvangen en ten toon te spreiden.