Compassie en genade in het euthanasiedebat

A A A

Iedereen die zich aan het onderwerp euthanasie waagt, wordt geconfronteerd met een overvloed van argumenten. Dit artikel focust op de rol van compassie. Grosso modo zijn er twee zijden aan het debat: zij die de bestaande wetten verder willen liberaliseren, en zij die dit tegenhouden en zo nodig de klok willen terugdraaien. Eén manier waarop de pro-life zijde onder vuur komt, gebeurt door het voorstellen van uitzonderlijke en dikwijls hopeloze situaties waarbij het zogezegd mensonwaardig zou zijn om de patiënt verder te laten leven. Euthanasie is een humanitaire verplichting gebaseerd op compassie(clementie); zo luidt het.

Compassie past in het euthanasiedebat omwille van het argument van “ondraaglijk lijden”. De redenering gaat als volgt. Ten eerste: het is van levensbelang om zin te kunnen geven aan je leven. Ten tweede: er bestaan uitzonderlijke omstandigheden waarbij het niet meer mogelijk is voor bepaalde mensen om tot dergelijke zingeving te komen. Ten derde: onder deze omstandigheden is het geoorloofd om het leven voortijdig te beëindigen. Ten vierde: het getuigt van een gebrek aan compassie om dit recht aan iemand te onthouden. Dit argument hebben we reeds meegemaakt tijdens het abortusdebat. Gaan we een vergelijkbare weg op met de huidige euthanasiewetgeving?


Verschillende pro-life benaderingen

Laten we de stelling dat euthanasie een humanitaire verplichting is, gebaseerd op compassie nader onderzoeken. Vanuit een pro-life perspectief kan dit op verschillende manieren gebeuren.

Een eerste benadering is defensief: de plaats van medelijden wordt bevestigd en de hoogste prioriteit gegeven; alle andere overwegingen moeten hiervoor wijken. Men heeft de hoop dat er een humane oplossing zal komen die euthanasie overbodig maakt, voornamelijk gebaseerd op de vergevorderde ontwikkeling van de palliatieve zorgverlening. Deze benadering, berust, gezien het stijgend aantal vastgestelde gevallen van overlijden door euthanasie, op een foutieve vooronderstelling.1

Bij een tweede benadering wordt meer rekening gehouden met het multidimensioneel aspect van het euthanasiedebat: de wettelijke, juridische, sociale, ethische en economische aspecten. De zwakkere vorm hiervan heeft de euthanasiewet aanvaard als de gangbare wet van het land – zij het met tegenzin en uit respect voor de individuele wilsbeschikking. Voorstanders van deze benadering zijn bereid om traditioneel moreel-ethische grenzen te verleggen, maar ijveren ervoor om verdere wetsaanpassingen tegen te werken.

De derde benadering, de hardere pro-life benadering, wil zich niet neerleggen bij de bestaande status-quo, maar probeert de wetgeving terug te draaien, waarbij euthanasie ten volle strafbaar blijft, zonder depenalisatie (een strafbaar feit uit het strafrecht halen) dus.

Bovenvermelde pro-life benaderingen zitten niet echt op dezelfde lijn: het gewicht dat aan het aspect medelijden wordt gegeven is sterk verschillend. Het eerste standpunt is defensief en plaatst bijna alle kaarten op het argument pro compassie. Het tweede is offensief en verliest geloofwaardigheid omdat teveel wordt ingezet op de wet terwijl compassie als argument wordt onderschat. Deze verschillende visies resulteren in een impasse in het pro-life kamp waar dikwijls de liberale fracties van profiteren. Naarmate de morele wet meer en meer wordt miskend, komen er uiteindelijk wetteksten die het omgekeerde promoten, eerst onder de hypocriete vorm van depenalisatie, tenslotte met verwijdering uit het strafrecht. Is dit misschien een hedendaagse manifestatie van het “mysterie van de wetteloosheid” waarover de apostel Paulus heeft geschreven?

Om geloofwaardigheid voor de pro-life zijde terug te krijgen moeten we de Bijbel verder bestuderen en meer bepaald hoe Jezus met de morele wet én met compassie omging.


De benadering van Jezus

Jezus zelf werd herhaalde malen geconfronteerd met een moreel dilemma.3 Eén daarvan vinden we in het Johannes Evangelie (8:1-11). Hier wordt Jezus uitgedaagd om recht te spreken over een overspelige vrouw: “Meester… wat zegt U?” (vers 5) Wet en compassie worden tegenover elkaar afgewogen, als in een weegschaal.

Aan de ene kant hebben we de positie van de Farizeeën. Als iemand betrapt wordt op een strafbaar feit – in dit geval een vrouw bij overspel – dan moet de Mozaïsche Wet toegepast worden: de vrouw moet gestenigd worden.4 Ook Jezus betwist de geldigheid van de wet niet.5 Hij geeft impliciet toestemming tot steniging als Hij zegt: “Wie van u zonder zonde is, laat die de eerste steen op haar werpen” (vers 7). Ondertussen bukt Hij Zich en schrijft met de vinger “in de aarde” (vers 6,8). Eén mogelijke uitleg daarvan is dat Jezus de wet in het zand schrijft, net zoals God de 10 geboden op twee stenen tafelen schreef eeuwen voorheen, “beschreven door de vinger Gods”.6 Met andere woorden, Jezus onderschrijft de geldigheid van de wet en wil deze niet annuleren, ook niet in dit geval.7

Wat is het alternatief? De meest gangbare interpretatie ziet in dit voorval de zege van de compassie, en Jezus als pionier die bereid is om desnoods de wet te omzeilen. Het beeld dat we inderdaad in het Evangelie van God krijgen is dat Hij traag is om een oordeel effectief uit te voeren. We kunnen de spanning haast aanvoelen: de wet tegen compassie. En de weegschaal slaat door in de richting van het laatste. De vrouw wordt inderdaad niet veroordeeld (vers 11). En dat is dat. Of niet?

Gelet op de verschillende aspecten in dit debat klopt deze interpretatie niet helemaal. Het antwoord op de impasse is dat Jezus is gekomen niet om de wet te annuleren, maar om deze te vervullen. De spanning tussen wet en compassie is een valse tegenstelling. In plaats van compassie – wat slechts een gevoel is – moeten we spreken over genade, een begrip dat typisch is voor het karakter van God en uitdrukt hoe Hij gestalte geeft aan, zowel Zijn liefde voor de mens, als Zijn rechtvaardigheid tegenover de zonde. Compassie kan en mag iemand niet vrijspreken, genade kan dit wel. Het Evangelie is Goed Nieuws in die zin dat een volledig nieuwe start mogelijk wordt. Jezus eigent zich de macht toe om zonde en straf niet meer direct te verbinden, maar plaatst Zichzelf er middenin. Genade betekent dat de wet van kracht blijft, maar dat de straf reeds door Hem is gedragen. Daardoor is een uitkomst uit de impasse mogelijk geworden: Jezus is volledig compassioneel, de wet blijft volledig van kracht, en de vrouw is volledig vrij.

Hoe is deze kern van het Evangelie – sola gratia – toepasbaar op het huidige euthanasiedebat?


Een andere benadering op de euthanasiewet

Net als in Jezus’ tijd vinden we ook heden ten dage ‘farizeeën’ die ijveren voor een legalistische aanpak. Wellicht is de vraag naar een specifieke wet om euthanasie te regulariseren er gekomen omdat de vroegere wetten tegen onrechtmatig doden juridisch niet meer als toereikend werden beschouwd.8 Desalniettemin, ondanks welgemeende pogingen om zoveel mogelijk misbruiken uit te sluiten, worden er nog steeds onregelmatigheden gemeld. Er bestaat in België bijvoorbeeld een verplichting voor de behandelende arts om ieder geval van euthanasie te laten registreren bij een speciaal daartoe opgerichte euthanasiecommissie. Dit wordt in sommige gevallen bewust genegeerd; er gaan zelfs stemmen op om deze verplichte registratie te versoepelen of te schrappen. We zijn ook bezorgd dat het systeem uiteindelijk zal discrimineren tegen dementerende en zwakbegaafde personen, bijvoorbeeld als de familie erop uit is om snel voordeel te halen uit iemands premature dood. Er zijn weliswaar veiligheidswaarborgen ingebouwd, maar de wet alleen is niet genoeg; het vertrouwen van vele burgers in gerechtigheid en onpartijdigheid is er sedert de depenalisatie van euthanasie niet op vooruit gegaan. Sommige oudere mensen willen om deze reden niet meer opgenomen worden in een ziekenhuis. Het is niet altijd duidelijk welke behandelende arts er pro-life is en welke de eed van Hippocrates met een korreltje zout neemt. Deze angst zal niet verdwijnen als euthanasie uit het strafwetboek wordt verwijderd. Dergelijke versoepelingen op zich relativeren reeds de morele en juridische wet op bescherming van het menselijk leven. Als nu ook de penale (strafrechtelijke) veiligheidspin wordt weggehaald, kan de kans op “ongelukken” (men kan dan immers niet meer spreken van “misdrijven”) ongestraft toenemen. Om bovenstaande redenen is het sterk af te raden toe te geven aan de vraag tot vrijstelling via euthanasie door middel van herhaalde aanpassingen van de wet.

Een populaire benadering van de euthanasievraag berust op compassie. Zoals we gezien hebben is dit de tegenovergestelde positie van de Schriftgeleerden, maar niet zonder meer de weg van Jezus. Is het mogelijk om een samenleving te bouwen die louter berust op medeleven met het lijdende individu, zonder afschrikkingsmaatregelen? Ik geloof van niet. Een dusdanig ver doorgedreven liberalisering zou van naïviteit getuigen. Deze houding houdt immers niet genoeg rekening met de mogelijkheid van de mens om anderen pijn en onrecht aan te doen. De zwakkeren in de maatschappij hebben het recht door de wet beschermd te worden, zoniet worden ze impliciet overgeleverd aan dezelfde krachten die in werking traden tijdens het Nazisme.9 Nee, compassie alleen, kan en mag geen achterpoortjes in de wet forceren. Er moet een andere manier zijn om het individueel lijden, dat in euthanasie een uitlaatklep denkt gevonden te hebben, te helpen zonder dat dit repercussies (nadelige gevolgen) heeft voor de rest van de gemeenschap. Kan Jezus’ voorbeeld ons daarbij leiden?

Het euthanasiedebat heeft een trieste waarheid aan het licht gebracht: onze samenleving loopt het gevaar om zich te ontdoen van twee onmisbare ingrediënten van het leven: genade tijdens het leven en hoop voor daarna. Het is normaal dat we compassie voelen met iemand die omwille van persoonlijk of sociaal lijden het niet meer ziet zitten. Dat is nog sterker het geval als die persoon aan het einde van zijn aardse leven staat en er, menselijk gesproken, geen hoop meer is op lichamelijke verbetering. Dit gebeurt formeel wanneer een patiënt de transitie maakt naar de palliatieve zorgverlening. Compassie vergezelt het gevoel van verslagenheid wanneer je iemand moet opgeven. Het is niet gemakkelijk om met zulke gevoelens om te gaan, zowel voor de zorgverlener als voor de familie. Compassionele mensen hebben de neiging om de lijdende mens steeds verder te willen helpen, bijvoorbeeld door er een eervol einde aan te maken. Deze manier van denken vertoont om twee redenen lacunes.

Ten eerste, tegenover het mysterie van de dood is het zinloos om zelf te ageren, hetzij door het lijden onnodig te verlengen, hetzij  door het doelbewust te verkorten. Het is niet voor niets dat het zesde van de tien geboden zegt dat we niet zelf het tijdstip van iemands dood mogen forceren, bijvoorbeeld door moord. Dat is een morele wet die we in ons eigenbelang en dat van de ander mogen en moeten respecteren. Genade in dit verband betekent dat God zelf ageert terwijl wij de dingen op hun beloop laten. Dat geldt zowel tijdens het leven als in het stervensuur.10 Er zijn in ieders leven momenten dat de vloer het onder onze voeten begeeft. We redden het niet meer alleen. Het is genade wanneer God dan Zijn sterke hand onder ons houdt en ons veilig door de crisis leidt. Het feit dat God in Jezus zelf heeft geleden op dat kruis van Golgotha betekent dat Hij meevoelt met ons eigen lijden, als het ware mee-lijdt. Alhoewel dit regelrecht ingaat tegen de huidige cultuur van zelfredzaamheid is genade een bijzondere ervaring die we aan de stervende niet mogen ontzeggen. De huidige euthanasiewet kan alleen compassie aanbevelen, geen genade. Het is het antwoord van een atheïstisch mensbeeld op de ogenschijnlijke zinloosheid van het lijden en sterven.

De tweede reden waarom bovenstaand denken tekort schiet heeft te maken met een ander aspect van het dominante mensbeeld in onze samenleving: het wegnemen van hoop over de dood heen. Als alle zingeving beperkt moet worden tot dit leven, en wanneer het niet langer mogelijk is om deze zin te forceren in tegenvallende omstandigheden, dan is er alleen nog hopeloosheid. Compassie kan daar weinig aan veranderen. Er wacht alleen nog het einde, en daarna… niets. Of toch? Het is een bewezen feit11 dat mensen die een levend geloof hebben fundamenteel anders tegen lijden en dood aankijken, namelijk met hoop en verwachting. Voor christenen is dit het geloof in de opstanding uit de dood. Volgens de Bijbel is de dood het gevolg van zonde. Omdat Jezus voor ons door de dood is heengegaan én als het ware levend en wel aan de andere kant is gekomen, kan Hij niet alleen verklaren dat je zonden vergeven zijn – er is geen veroordeling -; Hij brengt je hoop op een nieuw leven dat zelfs de dood niet kan wegnemen.

Is het niet eigenaardig dat we als Westerse samenleving klakkeloos zijn gaan geloven in het seculiere dogma dat met de dood alles gedaan is? Wie heeft dat ooit bewezen? Eigenlijk moet ieder mens de kans krijgen om de tegenovergestelde stelling te horen: misschien is het met de dood toch niet gedaan! Wie weet begint er dan nog een zoektocht naar de zin van het leven, een leven gekarakteriseerd door liefde, geloof én hoop. In dit geheel vinden compassie en de wet zeker een plaats, maar dat alleen is niet genoeg. Het Evangelie van Jezus Christus spreekt over een ‘exit’ die zich niet beperkt tot ‘uitstappen’ maar tevens een ‘overstappen’ belooft.

Eindnoten
1 Aantal overlijdens door euthanasie in 6 jaar tijd verdubbeld” in De Redactie.be, 17 maart 2015.
2 2 Tessalonicenzen 2:3-7
3 In Johannes 8:6 wordt deze morele impasse geïnterpreteerd als een “verzoeking”. Velen herinneren zich de strikvraag “Wat dunkt U? Is het geoorloofd de keizer belasting te betalen of niet?” (Mattheüs 22:17)
4 Zie Deuteronomium 22:20-29; Leviticus 20:10. We kunnen ons dit scenario moeilijk voorstellen in de 21ste eeuw omdat we enerzijds de straf totaal onproportioneel vinden met het misdrijf, maar ook omdat overspel in deze tijd niet langer als een misdrijf in het strafrecht voorkomt. Deze moeilijkheid bevooroordeeld ons bij de interpretatie van dit Bijbelgedeelte. Ons argument blijft desondanks geldig.
5 K.E. Bailey, Jesus Through Middle Eastern Eyes (SPCK, 2008), pp. 227-238.
6 Exodus 31:18
7 Jef De Vriese wees mij in deze context op Jeremia 17:13: ook hier is er een verband met het afwijken van de Wet, het verlaten van de levende God.
8 Zowel België als Nederland kennen een euthanasiewet sedert 2002 (België officieel sedert 28 mei, Nederland vanaf 1 april). Nederland heeft wel een langere voorgeschiedenis (sedert 1973, toen het eerste geval in de kijker kwam).
9 Eenzelfde drang bestaat nu nog, en als we het transhumanisme mogen geloven, zijn de dromen voor een “verbeterde” mensheid grootser dan 100 jaar geleden.
10 Dit betekent niet dat we de passage naar het onvermijdelijke niet actief mogen verzachten, bijvoorbeeld door palliatieve zorgverlening.
11 Verschillende wetenschappelijke studies hebben dit aangetoond. Zie werkboek Saline Solution, beschikbaar via Christenen in de Gezondheidszorg België.