Boos op God?

A A A

Zijn emoties neutraal, zo lang je er maar niet naar handelt? Mag je om het even welke emotie aan God vertellen? Dat zijn belangrijke pastorale vragen. In twee artikeltjes over hetzelfde thema heeft John Piper het over boos zijn op God.

Het is nooit juist om boos te zijn op God

Onlangs sprak ik deze woorden tot een groep van enkele honderden mensen: “Het is nooit, maar dan ook nooit, juist om boos te zijn op God.” Terwijl ik naar de mensen keek, zag ik op vele gezichten blikken van ongeloof. Dit kwam niet goed over. Het was duidelijk dat velen het er niet mee eens waren. Dit werd bevestigd in de tijd om vragen te beantwoorden, toen iemand mij achter de microfoon vroeg: “Kun je wat meer vertellen over niet boos zijn op God? Bedoelde je echt dat het nooit juist is om boos te zijn op God?”

Mijn antwoord was: “Ja, dat is wat ik zei. Maar misschien struikelde je over iets waarvan jij dacht dat ik het zei, terwijl ik het niet zei. Laat er mij dit aan toevoegen: “Wanneer je boos bent op God, is het nooit juist Hem dat niet te vertellen.” Hierdoor krabden enkele mensen zich opnieuw in het haar en keken ze nog meer verward. Het verwarde mij dat zij verward waren. Dus zei ik het opnieuw maar op een andere manier: “Als je zondigt door boos te zijn op God, voeg daar dan niet de zonde van hypocrisie aan toe.” Vele gezichten bleven perplex. Dus zei ik het opnieuw: “Als je zondigt door boos te zijn op God, voeg daar dan niet de zonde aan toe te proberen dit voor Hem te verbergen. Dat zou de overtreding verdubbelen.”

Enkelen konden mij duidelijk volgen, maar anderen keken ontsteld. Op dat moment liet ik het zo en ging over naar een andere vraag. Maar ik heb sindsdien over deze ontstelde gezichten nagedacht. Waarom was dit zo moeilijk te vatten? Wat waren de vooronderstellingen die deze twee eenvoudige verklaringen zo ontstellend maakten? “Het is nooit juist om boos te zijn op God.” En: “Het is nooit juist om je boosheid voor Hem te verbergen als je die voelt.” Voor mij kon het niet vanzelfsprekender zijn dan dit. Waarom roept dit bij mij totaal geen vragen op en is het voor anderen zo ontstellend?

Hier volgen enkele mogelijke vooronderstellingen die in vele hoofden vandaag gangbaar zouden kunnen zijn, waardoor ze er niet in slaagden mij te volgen in wat ik zei.

Ten eerste veronderstellen velen dat gevoelens noch goed, noch verkeerd zijn. Ze zijn neutraal. Zeggen dat boosheid (op God of op iemand anders) “niet juist” is, is zoiets als zeggen dat niezen niet juist is. Je plakt de etiketten goed en verkeerd gewoonweg niet op niezen. Het overkomt je gewoon. Dat is hoe vele mensen denken over gevoelens: ze overkomen je gewoon. Daarom zijn ze niet moreel of immoreel. Ze zijn neutraal. Als ik dan zeg dat boos zijn op God nooit juist is, plaats ik gevoelens van boosheid in een categorie waar ze niet thuishoren, de categorie van het morele.

Deze manier van denken over gevoelens is één van de redenen waarom er zoveel oppervlakkig christendom is. Wij denken dat de enige dingen die in deze wereld morele betekenis hebben, bewust gekozen daden zijn. En we denken dat gevoelens als verlangen, opgetogenheid, frustratie en boosheid geen wilsdaden zijn, maar golven die zonder morele betekenis op de kust van onze zielen aanspoelen. Het is niet verwonderlijk dat veel mensen niet ernstig zoeken naar vernieuwd te worden op het niveau van gevoelens, maar alleen op dat van “keuzen”. In het beste geval leidt dit tot een zeer oppervlakkige heilige.

Deze veronderstelling staat tegenover wat de Bijbel onderwijst. In de Bijbel worden vele gevoelens als moreel goed of moreel slecht behandeld. Wat hen goed of slecht maakt, is de verhouding waarmee ze staan tegenover God. Wanneer ze tonen dat God waarachtig en waardevol is, zijn ze goed. Indien ze suggereren dat God vals, dwaas of kwaadheid is, zijn ze slecht. Vreugde scheppen in de Here, bijvoorbeeld, is niet neutraal. Het is een gebod (Ps. 37:4). Daarom is het goed. Maar “behagen hebben in ongerechtigheid” is verkeerd (2 Thess. 2:12), omdat het betekent dat zonde verkieslijker is dan God, wat niet waar is.

Hetzelfde is het geval met boosheid. Boos zijn op zonde is goed (Mark. 3:5), maar boos zijn op goedheid is zonde. Daarom is het nooit juist om boos te zijn op God. Hij is altijd en alleen maar goed, ongeacht hoe vreemd of pijnlijk Zijn wegen met ons ook zijn. Boos zijn op God betekent dat Hij slecht, zwak, wreed of dwaas is. Geen enkele van deze is waar en ze onteren Hem allemaal. Daarom is het nooit juist om op God boos te zijn. Toen Jona en Job boos waren op God, werd Jona door God vermaand (Jona 4;9) en had Job berouw in stof en as (Job 42:6).

Een tweede veronderstelling die ten grondslag kan liggen aan het feit dat mensen struikelen over de verklaring dat het nooit juist is om boos te zijn op God, is dat God werkelijk dingen doet die ons boos op Hem zouden moeten maken. We moeten erop vertrouwen dat Hij goed is, hoe pijnlijk Zijn voorzienigheid ook kan zijn, en niet boos op Hem worden. Dat zou zijn als boos worden op de chirurg die in ons snijdt. Dat zou terecht kunnen zijn wanneer de chirurg zich vergist en een fout maakt. Maar God maakt nooit een uitschuiver.

Dus zeg ik het opnieuw: het is nooit juist om op God boos te zijn. Maar als je op deze wijze zondigt, voeg daar dan niet hypocrisie aan toe. Vertel hem de waarheid.

Is het ooit juist om boos te zijn op God?

Ik ontdekte recent dat wanneer iemand de woorden “Is het juist om boos te zijn op God?” gebruikt, hij eigenlijk een heel andere vraag zou kunnen stellen. Hij zou kunnen vragen: “Is het juist boosheid naar God toe uit te drukken?” Deze twee vragen zijn niet dezelfde en het antwoord is niet altijd hetzelfde.

De vraag komt meestal op in tijden van groot lijden en verlies. Ziekte dreigt al je dromen in duigen te laten vallen. Dood neemt een dierbaar kind weg uit je gezin. Totaal onverwacht verlaten worden en echtscheiding schudt de fundamenten van je wereld. Op deze momenten kunnen mensen heel boos worden, zelfs op God.

Is dit juist? Om deze vraag te beantwoorden, moeten we het misschien aan de boze persoon zelf vragen: is het altijd juist om op God boos te zijn? Kan iemand, met andere woorden, voor om het even welke reden op God boos worden en het toch nog bij het juiste eind hebben? Was het juist, bijvoorbeeld, dat Jona boos was op Gods barmhartigheid voor Ninevé? “En God kreeg berouw over het kwade dat Hij gezegd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet. Dit was volstrekt kwalijk in de ogen van Jona en hij ontstak in woede (Jona 3:10-4:1). Ik veronderstel dat het antwoord nee is. We kunnen niet voor om het even welke reden boos worden op God.

Maar is dan de vraag op welke daden van God het juist is boos te worden en op welke niet? Deze vraag is moeilijker te beantwoorden. De waarheid richt zich nu op het boze hart.

Wat met de dingen die ons ontstemmen? Zijn dat daden van God waarvan het goed is dat we er boos over zijn? Zijn het de daden van God die ons kwetsen? “Zie nu in dat Ik, Ik Die ben, er is geen God naast Mij. Ík dood en Ik maak levend, Ik verwond en Ík genees en er is niemand die uit Mijn hand redt!” (Deut. 32:39). Zijn dit de daden waarvoor we terecht boos mogen zijn op God? Of is het Zijn keuze om toe te laten dat de duivel ons kwelt en martelt? “En de Heere zei tegen de satan: Zie, hij [Job] is in uw hand, maar spaar zijn leven. Toen ging de satan weg van het aangezicht van de Heere en hij trof Job met vreselijke zweren, van zijn voetzool af tot aan zijn schedel” (Job 2:6-7). Maakt het feit dat God besluit de satan toe te laten ons en onze kinderen te verwonden, onze boosheid op Hem juist?

Of benader het eens van een andere zijde. Wat is boosheid? De gangbare definitie is: “een intense emotionele toestand veroorzaakt door ongenoegen” (Merriam-Webster). Maar er is iets dubbelzinnig in deze definitie. Je kunt ongenoegen hebben door een ding of door een persoon. Boosheid op een ding bevat geen verontwaardiging over een keuze of een daad. We houden gewoonweg niet van het effect van het ding: de gebroken koppeling, de zandkorrel die net in je oog waaide, of regen op onze picknick. Maar wanneer we boos zijn op een persoon, hebben we ongenoegen over een keuze die hij maakte en een daad die hij verrichtte. Boosheid op een persoon draagt altijd sterke afkeuring in zich. Wanneer je boos bent op mij, denk je dat ik iets heb gedaan dat ik niet had mogen doen.

Daarom is boos zijn op God nooit juist. Het is verkeerd – altijd verkeerd – af te keuren wat God doet of toelaat. “Zou de Rechter van de hele aarde geen recht doen?” (Gen. 18:25). Het is voor eindige, zondige schepsels arrogant God af te keuren voor wat Hij doet en toelaat. We kunnen huilen over de pijn. We kunnen boos zijn op zonde en de satan. Maar God doet uitsluitend wat juist is: “Ja Heere, almachtige God! Uw oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig” (Openb. 16:7).

Maar velen die zeggen dat het juist is boos te zijn op God, bedoelen eigenlijk dat het juist is om boosheid naar God uit te drukken. Wanneer zij mij horen zeggen dat het verkeerd is boos te zijn op God, denken zij dat het betekent “onderdruk je gevoelens en wees een hypocriet”. Dat is niet wat ik bedoel. Ik bedoel dat het altijd verkeerd is God, in welke van Zijn oordelen dan ook, af te keuren

Maar wat indien we zondige emoties van boosheid op God ervaren? Zullen we daar dan de zonde van hypocrisie aan de zonde van boosheid toevoegen? Nee. Wanneer we ze voelen, moeten we ze aan God belijden. Hij weet het toch. Hij ziet onze harten. Wanneer er boosheid op God in ons hart is, kunnen we dat Hem evengoed vertellen, en Hem zeggen dat we het erg vinden, en Hem vragen ons te helpen dit door geloof in Zijn goedheid en wijsheid opzij te zetten.

Toen Jezus stierf aan het kruis, verwijderde Hij voor altijd de toorn van God over onze levens. Gods houding tegenover ons is nu helemaal barmhartigheid, ook als Hij streng is en tuchtigt (Rom. 8:1). Daarom moeten zij die in Christus zijn, zich des te meer afwenden van het schrikbeeld van boosheid op God. We kunnen in doodsangst roepen: “Mijn God, mijn God waar bent U?” Maar we zullen spoedig vervolgen met “In Uw handen beveel ik mijn geest.”

Vernedert u onder de machtige en barmhartige Hand,

Pastor John