Blote buiken, coole shirts

A A A

Er zijn heel wat dingen waar christen-ouders  en hun kinderen meningsverschil, en zelfs ruzie over hebben. Naast omgang met het andere geslacht en uitgaan, hoort kleding misschien wel in de top-5, zo niet in de top 3 van onderwerpen die voor spanning zorgen tussen ouders en kinderen.
Ouders hebben de neiging om topjes te kort, bloezen te onthullend en broeken te strak (of, wanneer het een ‘skater’ betreft, te wijd) te vinden. Tieners vinden hun ouders dan weer onredelijk, ouderwets en saai, en ervaren een gebrek aan begrip. Vaak niet ten onrechte, herinneren ze hun ouders eraan dat deze, ‘toen zij jong waren’, ook kozen voor kleding die inging tegen de heersende zeden, en dat ze daardoor ook niet opgegroeid zijn voor galg en rad.
Wanneer er geen meningsverschil betreffende kleding bestaat tussen de ouders en hun kinderen, blijft het de vraag of dit is omdat ze het eens zijn over de toepassing van de bijbelse principes terzake, of precies omdat geen van beide partijen ernstig rekening houdt met wat de Bijbel over dit onderwerp te zeggen heeft.
Los van algemene principes zoals rentmeesterschap (‘Is de hoeveelheid geld die ik uitgeef aan kleding verantwoord binnen het totaalbeeld van het totale budget?’), wil ik in dit artikel vanuit de Bijbel een viertal principes te belichten die de kleding op zich betreffen. Deze zijn niet enkel bruikbaar voor de christen die in de winkel, of voor de kleerkast staat, maar ook voor de ouder of de tienerleider die jongeren wil toerusten en begeleiden in hun wandel met de Heer.

Kleding beschermt relaties
Kleding behoort niet bij de manier hoe God de mens oorspronkelijk geschapen heeft: En de Here God zeide: Het is niet goed, dat de mens alleen zij. Ik zal hem een hulp maken, die bij hem past. …  En zij beiden waren naakt, de mens en zijn vrouw, maar zij schaamden zich voor elkander niet.” (Gen. 2:18-25).
Het is voor ons misschien niet zo eenvoudig om ons daar iets bij voor te stellen, maar kleren zijn geen vanzelfsprekende zaak. De Bijbel geeft hiervoor als reden dat ze niet nodig waren omdat de eerste mensen niets voor elkaar te verbergen hadden: “zij schaamden zich voor elkander niet.” Niet alleen lichamelijk, maar ook emotioneel en geestelijk kende de eerste mens een perfecte relatie die gekenmerkt werd door spontaniteit en volledige openheid. “Er bestond tussen hen een openheid en een eenheid die niet gemaskerd was door schuld, die niet verstoord werd door begeerte en die niet belemmerd werd door schaamte.”[1] Het feit dat de eerste mensen naakt waren, werkte dan ook op geen enkele manier negatief door in hun relaties.
Het is opmerkelijk dat het bij de zondeval precies deze openheid is die als eerste verdwijnt, en dat de relationele schade die hierdoor veroorzaakt wordt, zich het eerst toont in het bemerken van hun wederzijdse naaktheid: “En de vrouw zag, dat de boom goed was om van te eten, en dat hij een lust was voor de ogen, ja, dat de boom begeerlijk was om daardoor verstandig te worden, en zij nam van zijn vrucht en at, en zij gaf ook haar man, die bij haar was, en hij at. Toen werden hun beider ogen geopend, en zij bemerkten, dat zij naakt waren…” (Gen 3:6-7). Ogenblikkelijk verdwijnt de openheid en manifesteert zich spanning in elke relatie waar de mens deel aan heeft: hij verbergt zich omwille van zijn naaktheid uit angst voor de God met wie hij eerst gewend was ’s avonds door de hof te kuieren (Gen. 3:8-9); hij ontvlucht zijn eigen verantwoordelijkheid door de schuld voor zijn zonde bij dezelfde vrouw te leggen die hem nog niet zo lang geleden deed extatisch uitroepen: Dit is nu eindelijk been van mijn gebeente en vlees van mijn vlees; deze zal `mannin’ heten, omdat zij uit de man genomen is.” (Gen. 2:23; 3:12); hij maakt de kloof die door zijn zonde tussen hemzelf en God ontstaan is, zo mogelijk, nog dieper door God impliciet de schuld te geven van het gebeurde (“de vrouw, die Gij aan mijn zijde gesteld hebt” Gen 3:12); en zelfs de relatie met de natuur, die in eerste instantie harmonisch was, komt voortaan onder druk te staan (Gen. 3:16-19).
Door de zondeval zijn Adam en Eva tot de harde conclusie gekomen dat niet alleen de naaktheid van de ander aanleiding gaf tot schaamte, en dus bedekt moest worden, maar ook, en misschien nog meer, dat zij zelf één en ander hadden dat ze, omwille van een schaamtegevoel voor de ander wilden bedekken. In een poging om hieraan te verhelpen, is de mens, nogal amateuristisch, begonnen met het ontwerpen van de eerste kleding: “zij hechtten vijgenbladeren aaneen en maakten zich schorten.” (Gen. 3:7).
God erkent het probleem van de schaamte[2] dat door de zondeval tot stand gekomen is, maar geeft uitdrukking aan zijn blijvende liefde en zorg voor de mens door hem betere oplossingen te geven dat hij zelf ooit zou kunnen bedenken. Deze oplossingen bestaan eerst in een meer duurzame en warmere bedekking dan de schorten van vijgenbladeren konden voorzien,[3] vervolgens in ‘de wet’, die de mens moest helpen om op een goede manier met de gevolgen van de zondeval te leven[4], en uiteindelijk in waarachtige en volledige verlossing door het bloed van de Heer Jezus: “Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed.” (Gal. 3:27).[5]
We zouden dus kunnen stellen dat kleding in eerste instantie een middel is om de relationele hindernis die sinds de zondeval door onze lichamelijkheid tot stand gekomen is, onder controle te krijgen. In de praktijk zou dat dan betekenen dat we er als christen moeten op letten dat onze kleding het lichaam op zodanige manier verhult, dat precies dat lichaam de relatie niet gaat verstoren.
In een wereld waarop de mode er sterk op gericht is om het oog vast te houden en de lichaamsvormen te benadrukken, is het voor de christen niet eenvoudig om zich smaakvol, en tegelijkertijd toch gereserveerd te kleden. De algemene richtlijn hierbij hoort te zijn dat de aandacht niet naar het lichaam getrokken wordt op een manier die storend is voor het soort relatie waarbinnen de kleding gedragen wordt. Het soort kleding dat we dragen, communiceert immers iets van hoe we de relatie wensen te zien. Is de stijl van kleding in overeenstemming met onze visie op de relatie, dan wordt de relatie beschermd. Is dit niet zo, dan zal onze kleding er toe bijdragen om de relatie te verstoren.
Het is duidelijk dat een echtpaar dat zich opmaakt voor een gezellig avondje thuis, zich dus anders zal kleden dan de man die naar zijn werk vertrekt, of de tiener die naar school gaat. Hoe lichamelijker en intiemer de relatie is, des te lichamelijker en onthullender de kleding zal zijn. In niet-intieme relaties is onthullende kleding niet alleen ongepast, ze communiceert ook een boodschap die bedreigend is voor de relatie. Kleding die meer lichamelijkheid prijsgeeft dan gepast is binnen een bepaald soort relatie, zet de relatie onder druk om zich te verplaatsen naar het niveau dat bij de kleding past.
  
Waardig, zedig en ingetogen
Paulus schrijft aan Timotheüs dat hij wil “dat de vrouwen zich sieren met waardige klederdracht, zedig en ingetogen, niet met haarvlechten en goud of paarlen en kostbare kleding, maar – zo immers betaamt het vrouwen, die voor haar godsvrucht uitkomen –  door goede werken.” (1 Tim. 2:9-10).
De kleding van de vrouw moet dus ‘waardig’, ‘zedig’ en ‘ingetogen’ zijn: drie woorden die al lang niet meer tot onze dagelijkse woordenschat behoren. We zouden de Griekse woorden die hier gebruikt worden, ook als volgt kunnen vertalen: ‘getuigend van goede smaak'[6], ‘met respect voor de gevoelens van een ander'[7] en ‘discreet’.[8]
‘Goede smaak’ heeft te maken met de algemeen geldende norm: wordt de manier van kleden door de meerderheid ervaren als smaakvol, of eerder als smakeloos? Het is niet verkeerd, maar zelfs belangrijk voor de christen vrouw om hier aandacht aan te schenken.
‘Respect voor de gevoelens van een ander’ betekent dat de vrouw er rekening mee houdt welke gevoelens haar kledij opwekt bij een man die haar ziet. In tegenstelling tot de meeste vrouwen, die eerder reageren op aandacht, bevestiging en geborgenheid, reageren de meeste mannen erg visueel. Hun gevoelens worden geprikkeld via hun ogen. Al te vaak zijn vrouwen hier erg naïef in, omdat ze zelf zo totaal anders functioneren. Vaak ervaren ze het ook als een onredelijke beperking van hun eigen vrijheid om er rekening mee te moeten houden dat mannen zo snel geprikkeld worden door wat ze zien. Ze begrijpen niet dat strakke kleding, een blote buik of zichtbaar ondergoed de gevoelens van een man stimuleren, en zijn fantasie op gang kunnen zetten. Toch roept dit schriftgedeelte hun op om precies daar rekening mee te houden.
‘Discreet’ sluit hier op aan: een vrouw die zich discreet kleedt, kleedt zich zodanig dat niet ieder mannenhoofd zich omdraait zo gauw ze de kamer binnen komt. Het betekent dat de vrouw ook haar eigen motieven om bepaalde kledij te dragen onderzoekt, en de zelfcontrole aan de dag legt om niet datgene te dragen wat het mannenoog gelijk naar haar lichaam trekt. Ingetogenheid houdt in dat ze er niet naar streeft om, door de manier waarop ze zich kleedt, in het centrum van de belangstelling komen te staan.
Een vrouw moet niet willen opvallen door allerlei uiterlijkheden, maar wel door de manier waarop ze met de Heer wandelt en Hem dient.[9] Met name in Efeze,[10] zochten vrouwen de aandacht van mannen door al deze attributen, en de christen vrouwen worden opgeroepen om een andere schoonheid te laten zien, en wel op een manier die verschilt van de manieren van de wereld. De échte schoonheid van een vrouw ligt niet in haar uiterlijk, maar wel in de manier waarop haar toewijding aan God haar karakter en haar wandel beïnvloedt.
Haar kleding hoort hier uitdrukking aan te geven.

Voor mannen en voor vrouwen
“Een vrouw zal geen mansklederen dragen en een man geen vrouwenkleed aantrekken, want ieder die deze dingen doet, is de Here, uw God, een gruwel.” (Deut. 22:5).
“Het extreem sterke taalgebruik betreffende ongepaste kledij voor mannen en vrouwen (…) klinkt ons vreemd in de oren, maar er zijn voor de hand liggende redenen voor dit starre verbod. In de eerste plaats betreft het hier waarschijnlijk een ernstig moreel probleem. Seksuele ontucht was weid verbreid in Kanaän, en travestie was een integraal deel van de corrupte en immorele context van het land dat Israël in bezit zou gaan nemen. Dit verbod houdt een waarschuwing in voor het volk om zich niet te identificeren met de mensonterende seksuele en homoseksuele praktijken van de Kanaänieten. Deze wet betreft niet enkel de kledij op zich, maar ook elk attribuut dat typisch is voor het andere geslacht. Ze benadrukt dat een onderscheid tussen de seksen deel is van de scheppingsorde, en niet ontkend mag worden. In de tweede plaats is het waarschijnlijk ook zo dat er godsdienstige redenen waren voor deze wet. Sommige heidense godsdiensten in het oude Nabije Oosten vereisten dat mannen en vrouwen van kleren verwisselden als onderdeel van de vruchtbaarheidscultus.”[11]
Hoewel de ontkenning van het verschil tussen de seksen vandaag niet langer speelt binnen een religieuze context, speelt ze des te meer binnen  een maatschappelijke context. We leven in een tijd waarin we geconfronteerd worden met een sterke maatschappelijke stroming die ons wil doen geloven dat er geen wezenlijk verschil bestaat tussen de man en de vrouw: de verschillen die er dan al zijn, worden geïnterpreteerd als puur lichamelijk van aard, en als eerder toevallig dan wezenlijk.
Het bijbelse: “En God schiep de mens naar zijn beeld; naar Gods beeld schiep Hij hem; man en vrouw schiep Hij hen.” (Gen. 1:27) heeft geen plaats meer in dit denken. Het logische gevolg hiervan is dat men vandaag zowel in het denken over seksuele identiteit, als in de uiting ervan, het wezenlijke verschil tussen de man en de vrouw tracht te ontkennen, en tegelijk vorm wil geven aan hun vermeende gelijkaardigheid. Het is dan ook te verwachten dat dit enerzijds zal leiden tot onbijbels seksueel gedrag, en anderzijds pogingen om de uiterlijke verschillen tussen man en vrouw weg te werken in kleding, haartooi, attributen, enz. De filosofische basis voor de ‘uniseks’-beweging ligt in onbijbels denken.
Betekent dit alles dan dat het onbijbels is voor meisjes om voortaan nog een spijkerbroek te dragen? Of een hemd met een das? Is het tegen Gods wil voor een man om een oorring te dragen? Is het verkeerd voor een vrouw om kort haar te hebben? Of voor een man om een paardenstaart te hebben? Heeft het belang of een sluiting links over rechts gaat, of rechts over links? En waarom mag een Schot wel een quilt dragen, en zou een man hier geen rok mogen dragen? Hoe weten we wat mannenkleding is, en wat vrouwenkleding? Per slot van rekening droeg Jezus ook een soort kleed dat meer op een hedendaagse jurk leek dan op een pak met een das.
De Bijbel geeft ons geen lijst van wat als ‘typisch mannelijke’ en ‘typisch vrouwelijke’ kleding beschouwd moet worden. Wat als ‘mannelijk’ en ‘vrouwelijk’ ervaren wordt is duidelijk cultureel bepaald: het is het resultaat van de sociale conventies die gelden op een bepaald moment en een bepaalde plaats. Maar dát het ene eerder als mannelijk en het andere eerder als vrouwelijk ervaren wordt, is tegelijk ook duidelijk.
Het moeilijke punt is hier dat niet de Bijbel, of zelfs alleen de drager van de kleren beslist wat mannelijk of vrouwelijk is, maar dat het mede een kwestie van algemene smaak is. Het gaat er dus niet alleen om wat iemand zelf denkt, maar ook om de vraag hoe de omgeving iemands kledij ervaart. Of een kledingsstuk gepast is voor een christen, wordt dus mede bepaald door de vraag in hoeverre het aanstootgevend is.

Passend bij de gelegenheid
De Bijbel benadrukt meermaals het belang van de juiste kleding voor de juiste gelegenheid. Zo kunnen Aäron en de priesters hun ambt niet vervullen in hun gewone plunje, maar geeft God zeer uitgebreide instructies betreffende de kledij voor “Aäron, en voor zijn zonen, om voor Mij het priesterambt te bekleden” (Ex. 28:4).[12]
Ook Jesaja geeft aan dat bij sommige bijzondere gelegenheden een bepaald soort kleding uitdrukking kan geven aan de gevoelens die bij deze gelegenheid gepaard gaan: “De Geest des Heren Heren is op mij, omdat de Here mij gezalfd heeft; Hij heeft mij gezonden om … over de treurenden van Sion te beschikken, dat men hun geve hoofdsieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw, een lofgewaad in plaats van een kwijnende geest.” (Jes. 61:1-3).
Wie God ontmoet, hoort daarvoor de gepaste kledij te dragen. Na de opstanding besluiten Petrus en een aantal andere discipelen weer te gaan vissen.[13] Om meer bewegingsvrijheid te hebben bij het werk, hebben ze hun bovenkleren uitgetrokken, en dragen alleen nog hun onderkleed, of een lendendoek.[14] Wanneer Petrus beseft dat het Jezus is die op het strand staat, trekt hij eerst zijn bovenkleed aan voordat hij zich in het water werpt, ondanks het feit dat hij Jezus goed kent, en dat zijn bovenkleed hierdoor kletsnat zal worden. Blijkbaar vond Petrus dat hij zijn Heer niet gewoon in zijn werkplunje tegemoet kon treden, maar eerst ‘iets netjes’ moest aantrekken. In de gelijkenis van het koninklijke bruiloftsmaal[15] gaat de koning zelfs zo ver om de persoon die zonder bruiloftskleed is gaan aanliggen, gebonden in de buitenste duisternis, waar geween en tandengeknars is, te werpen. Blijkbaar verzuimde hij, door in zijn gewone plunje te gaan aanliggen, om de koning het respect te geven dat hem toekwam.
Natuurlijk is het zo het dragen van sociaal geaccepteerde kledij op zich nog geen garantie inhoudt dat God er ook blij mee is. Nadat David de Filistijnen verslagen heeft, brengt hij de ark des Heren terug naar Jeruzalem. En David danste uit alle macht voor het aangezicht des Heren; David nu was omgord met een linnen lijfrok.” (2 Sam. 6:13), hetgeen hem door zijn vrouw Mikal allesbehalve in dank wordt afgenomen. Zij zit ermee wat de mensen, en met name de vrouwen die een lagere rang bekleden, wel zullen denken als ze de koning zich zo zien gedragen: “Wat een eer heeft de koning van Israël zich thans verworven, dat hij zich heden ontbloot heeft ten aanschouwen van de slavinnen zijner dienaren, zoals een lichtzinnig man zich schaamteloos ontbloot!” (2 Sam. 6:20). David verdedigt zich echter vanuit de motivatie dat hij dit doet voor God, en dat het dus voor hem op dat moment niet belangrijk is om zijn status tegenover zijn onderdanen hoog te houden: “Voor het aangezicht des Heren, die mij verkoren heeft boven uw vader en boven heel zijn huis om mij aan te stellen tot vorst over het volk des Heren, over Israël, voor het aangezicht des Heren heb ik gedanst. Ja, ik zal mij nog geringer gedragen dan ik deed; ik zal onaanzienlijk zijn in eigen ogen, en bij de slavinnen van wie gij spreekt, bij haar wil ik eer verwerven.”  (2 Sam 6:21-22).
Ook voor ons helpt het om de vraag te stellen of onze kleren passen bij de gelegenheid waar we ze dragen: strandkledij past niet op een officiële receptie, de kleren die we dragen om het gras te maaien passen niet bij een sollicitatiegesprek en de kleren die we dragen om te sporten passen niet in de samenkomst op zondagmorgen. Hoewel gepaste kledij geen garantie geeft voor een juiste hartgesteldheid, is het tegelijk wel zo dat een juiste hartsgesteldheid concreet vorm krijgt door ondermeer gepaste kledij. Daarom doen we er goed aan om onszelf de vraag te stellen of onze kledij past bij de gelegenheid waar we ze dragen.

Uitdaging
Bovenstaande principes kunnen een leidraad vormen in de eigen besluitvorming betreffende kleding, in de opvoeding, in het onderricht van christenen, en in het pastoraat. Uiteraard geven ze nog niet aan welke kleren dan wel gepast zijn voor een christen om te dragen. Ze zijn veeleer een richtsnoer om het enorme aanbod te zuiveren van datgene wat niet gepast is voor een christen.
In de uiteindelijke besluitvorming gaan smaak (‘Wat vind ik mooi?’, maar ook: ‘Wat past bij mij?’), mode en budget, gelukkig maar, nog een doorslaggevende rol spelen. De uitdaging aan christen mannen en vrouwen is om zich, te midden van een zondige wereld, te kleden op een zodanige manier dat “zij uw reine en godvrezende wandel opmerken”. (1 Pet. 3:2).
  
  
DOE DE TEST!

Toets aan de hand van onderstaande vragen het type kledij, of een kledingsstuk dat je wil dragen, en de motivatie waarom je er voor kiest. Overweeg een bepaald kledingsstuk alleen maar indien u op alle vragen ‘JA’ kunt antwoorden.

 

1. Communiceert < naam kledingsstuk >, in deze concrete situatie < benoem situatie >, door de manier waarop het al dan niet het lichaam verhult, mijn visie op het soort relatie(s) dat ik in deze situatie nastreef?

Vormt het een bescherming voor het soort relatie dat binnen deze situatie past?

2. Getuigt < naam kledingsstuk > van goede smaak?

Wordt het ook door anderen als ‘smaakvol’ ervaren?

Getuigt < naam kledingsstuk > van respect voor de gevoelens van anderen?

Enkel voor vrouwen:
Hou ik er door het dragen van < naam kledingsstuk > rekening mee om de gevoelens van mannen niet prikkelen?

Enkel voor vrouwen:
Voorkomt het dragen van < naam kledingsstuk > dat de blik van een man naar mijn lichaam getrokken wordt?

3. Geeft < naam kledingsstuk > uiting aan mijn verlangen om uiting te geven aan om mijn eigen mannelijkheid / vrouwelijkheid?

Wordt < naam kledingsstuk > door mijn omgeving ervaren als een uitdrukking van mijn mannelijkheid / vrouwelijkheid?

4. Past < naam kledingsstuk > bij de gelegenheid < benoem gelegenheid > waar ik het wil dragen?

Geeft het op een gepaste manier uiting aan de hartsgesteldheid waarmee ik deze gelegenheid < benoem gelegenheid > bezoek, of zou moeten bezoeken?

 

O Ja     O Gedeeltelijk      O Neen

 

 

O Ja     O Gedeeltelijk      O Neen

O Ja     O Gedeeltelijk      O Neen

O Ja     O Waarschijnlijk   O Neen

O Ja     O Gedeeltelijk      O Neen

 

 

O Ja     O Waarschijnlijk   O Neen

 

 

O Ja     O Waarschijnlijk   O Neen

 

O Ja     O Gedeeltelijk      O Neen

 

O Ja     O Waarschijnlijk   O Neen

 

O Ja     O Gedeeltelijk      O Neen

 

O Ja     O Gedeeltelijk      O Neen


[1] Baldwin, Joyce G., The Message of GENESIS 1-11, IVP, Leicester, 1990, p. 79. (eigen vertaling)
[2] Het is interessant om te zien dat de nudistenbeweging, die in het begin van de 20ste eeuw opgang maakte, ondermeer uitging van de vooronderstelling dat door het afleggen van kleding de remmingen die goede relaties in de weg staan, eveneens zouden kunnen afgelegd worden, en dat op die manier de vrijheid zou gecreëerd worden om intermenselijke problemen diepgaand en blijvend op te lossen. Blijkbaar heeft deze humanistische beweging de gevolgen van de zondeval voor menselijke relaties goed onderkend, maar ging ze er tegelijk naïef van uit dat, door het wegnemen van de bedekking, ook de oorzaak van de schaamte geëlimineerd kon worden. Deze oorzaak kan echter alleen maar op Gods manier, door het offer van Jezus, weggenomen worden.
[3] Zie Aalders, G. CH., Genesis, Kok, Kampen, 1949, p. 142: “Vers 21 deelt ons nog mede, dat God zelf aan den mens een betere bedekking schonk voor zijn naaktheid dan de schamele lendengordels van vijgebladeren. Hoewel de behoefte om zich te dekken een gevolg is van de zonde, is het niet tegen Gods wil dat de mens nu aan deze behoefte voldoet: in den gevallen staat moet de mens zich dekken. Maar in zijn ontferming geeft God een meer afdoend middel om die bedekking te bewerkstelligen, dan de mens zichzelf heeft trachten te verschaffen: Hij geeft aan den mens de beschikking over het dier, waarvan hij het leven mag benemen om zich met de huid daarvan te bekleden.”
[4] Zie Kidner, Derek, Genesis, IVP, Leicester, 1967, p. 72: “The coats of skins are forerunners of the many measures of welfare, both moral and physical, which man’s sin makes necessary.”
[5] Zie ook bijvoorbeeld: Jes. 61:10; 2 Kor. 5:3; Openb. 3:5.
[6] kosmios betekent: ordelijk, nederig, gepast, betamelijk. Hetzelfde woord wordt in 3:2 gebruikt als kenmerk van een opziener, en betekent daar: beschaafd, ordelijk, met decorum.
[7] (aidws betekent: eerbied, ontzag, respect voor anderen, aandacht voor anderen.
[8] swfrosunh betekent: sober, met zelfcontrole.
[9] Zie ook 1 Pet. 3:3-6
[10] Toen Paulus hem deze brief schreef, was Timotheüs was in Efeze (1:3). De stad was beroemd om de tempel van Artemis, en berucht voor haar immoraliteit en tempelprostitutie.
[11] Brown, Raymond, The Message of DEUTERONOMY, IVP, Leicester, 1993, p. 215-216. (eigen vertaling)
[12] Zie o.a. Ex. 28:1-43 en Ex. 39 :1-31.
[13] Joh. 21:1-14
[14] Het Griekse woord jumnos (vertaald: ongekleed) kan zowel ‘naakt’ (zonder kleren) als ‘enkel gekleed in onderkledij’ betekenen.
[15] Zie Mat. 22:1-14