Als een bediening een huwelijk bedreigt

A A A

De tirannie van het dringende heeft bij velen die actief zijn in hun plaatselijke gemeente vaak nefaste gevolgen. De grote inzet buitenshuis gaat vaak gepaard met een gebrek aan zorg en inzet binnenshuis. Hebben vele christen werkers hun partner reeds lang verlaten-

Als een bediening een huwelijk bedreigt gaat er iets mis. Ontegensprekelijk is er dan behoefte aan herstel. Dat herstel komt pas aan de voeten van het kruis: het erkennen van de eigen zwakheid en blindheid, en het zoeken naar wederzijdse vergeving.

Een van onze drie zoons bracht het goed onder woorden, toen ons gezin een paar jaar geleden een wandeling in de bossen maakte. We stonden stil bij een mierenhoop om te kijken hoe de mieren krioelend hun enorme vrachten voortduwden. Toen wendde Andreas zich tot mijn vrouw en zei: “Kijk mama, die mieren werken al bijna zo hard als papa!”

We lachten, Elisabeth en ik. Aan de buitenkant.

Maar diep van binnen wisten we onszelf verstrikt in een dilemma dat groeiende problemen teweegbrengt in de evangelische gemeenten: aan de ene kant zijn er de eisen van een bediening, en aan de andere kant het huwelijk, de kinderen en het gezin. Veel fulltime Christelijke werkers zijn zich ervan bewust dat ze innerlijk verscheurd worden door wat een onoplosbaar dilemma schijnt te zijn. Een meer zichtbaar gevolg van dat dilemma zijn vaak huwelijken die verbroken zijn. De snel stijgende echtscheidingscijfers maken ons dit maar al te duidelijk.

Ik haal de evangelischen aan, omdat de Katholieken dit probleem hebben vermeden met hun voorschrift omtrent het celibaat (wat natuurlijk weer andere problemen met zich meebrengt). Ik herinner me hoe vreemd ik vroeger het onderwijs dat Paulus in 1 Korinthiërs 7 over de ongehuwde staat geeft, vond. -“Hoe kan hij zich zo botweg verzetten tegen het gezin, dat God heeft ingesteld als een hoeksteen voor de samenleving-“. Nu ik bijna dertien jaar getrouwd ben, begin ik in te zien wat hij bedoelt.

Ik denk dat het verkeerd is om het celibaat tot een regel te maken. Maar één van de redenen waarom tegenwoordig de huwelijken van zoveel Christelijke leiders door een crisis gaan, is dat we de spanning tussen het getrouwd zijn en het staan in een fulltime Christelijke bediening niet onder ogen zien of bespreekbaar stellen. Zoals altijd is de Bijbel veel oprechter en realistischer dan wij. Waarom ontdekken we dat altijd naderhand-

Een bekend verhaal

Ik geloof dat een deel van de genezing die hier zo dringend nodig is, erin ligt dat we de mechanismen beginnen te begrijpen die ons tot dit dilemma leiden. Uit eigen ervaring en uit wat ik bij anderen gezien heb, weet ik dat het volgende verhaal maar al te bekend is -soms met de mannelijke en vrouwelijke rollen omgekeerd!

1. Een jongeman wordt een Christen. Hij verwerft meer geestelijk inzicht en doet snel ervaring op. Spoedig wordt het hem duidelijk dat niets anders in het leven van zoveel belang is als het Koninkrijk van God. Het lijkt voor de hand te liggen dat hij geroepen is tot één of andere vorm van fulltime christelijke bediening.

2. Hij ontmoet een jong en aantrekkelijk meisje. Ze worden verliefd en trouwen. Natuurlijk ziet hij als kader voor het huwelijk de bediening waartoe hij zich geroepen weet: hij ziet immers zijn hele leven in het kader van deze bediening. En aangezien de jongedame een rechtschapen Christen is, aanvaardt ze zijn roeping als “deel uitmakend van het pakket”.

3. Na een wittebroodsperiode, variërend van een paar weken tot misschien een jaar of zo, wordt hij geleidelijk meer en meer in beslag genomen door zijn bediening. Zo lang ze nog geen kinderen hebben, gaat ze met hem mee zo vaak haar werk dit toe laat. Maar als kinderen hun intrede doen in hun leven, gaat ze hen als haar eerste verantwoordelijkheid beschouwen. Het gevolg is, dat ze steeds minder tijd heeft om persoonlijk met hem mee te werken in zijn bediening. Na een tijd begint ze minder en minder zicht te krijgen op datgene waar hij mee bezig is.

4. Aangezien ze een rechtschapen Christen is, doet ze alles wat ze kan om te proberen haar man te steunen in zijn werk. Samen houden zij het imago hoog van “het perfecte Christelijke gezin”, wat haar last alleen maar vergroot. Lichamelijk raakt ze meer en meer uitgeput, emotioneel meer en meer teleurgesteld. Ze is alleen met de kinderen, alleen met zichzelf. Ze zendt haar man signalen, eerst kalm en vriendelijk, dan sterker en eisender, later agressiever en dreigender: “Ik heb je nodig. Ik heb er behoefte aan dat je me ziet, dat je naar me luistert en dat je voor me zorgt. Je zegt dat je van me houdt, maar het wordt steeds moeilijker om dat te geloven, want je geeft je tijd en je hart aan alles en iedereen, behalve aan mij.”

5. Hij is enthousiast over de vele open deuren die hij krijgt in de bediening. Hij is echt tot in het diepst van zijn wezen aangeraakt door het Woord van God, en zijn toewijding aan God neemt toe. Daar hij niet in de gaten heeft wat er met zijn vrouw aan het gebeuren is, maar hij haar wel steeds verder ziet wegdrijven naar de rand van zijn bediening, ervaart hij een groeiende teleurstelling in haar..

Hij blijft volhouden voor God, voor de mensen en zelfs voor zichzelf dat hun huwelijk door God voorbestemd en geregeld was. Maar tegelijk voelt hij een groeiende bezorgdheid over de tegenstrijdigheid tussen zijn overtuigd, verheven onderricht over het gezin, en zijn dagelijkse ervaring ervan. Hij vertelt zijn vrouw over zijn teleurstelling, en legt uit hoe zij deze situatie veroorzaakt heeft door haar geestelijke ongevoeligheid en gebrek aan toewijding.

6. Naargelang de communicatie vast komt te zitten, neemt de oorlogsvoering ook toe. Van haar imago als de ondersteunende vrouw van de christelijke leider blijft alleen nog maar een vage schim over. In hun relatie is ze nu zo ver dat ze hem op geen enkele manier nog kan bemoedigen, laat staan dat ze de dingen werkelijk zouden kunnen delen vanuit een gedeelde toewijding. Ze gaat steeds negatiever denken over de bediening van haar man. Aanvankelijk ontkent ze dit, maar ten slotte erkent ze het feit: de bediening is haar vijand geworden. En aangezien God in die bediening is en aan de kant van haar geestelijke man staat, wordt ook Hij geleidelijk haar vijand.

7. De loopgraven worden dieper en dieper. Aangezien ze niet in staat is enige bevestiging van haar man te bemachtigen en steeds aarzelender wordt om die bij God te zoeken, richt ze zich teleurgesteld op andere dingen. Zo zou ze zich op haar eigen carrière kunnen storten, haar emoties in de kinderen investeren in plaats van in haar man, naar haar ouders terugkeren, zich overgeven aan een materialistische levensstijl (als de financiën dat toelaten), of troost zoeken in alcohol, tranquillizers of andere verslavende middelen. Haar man interpreteert dit alles als verder bewijs van hoe ongeestelijk en koppig zij geworden is.

8. Hij, van zijn kant, is geneigd om het gezin zo veel als hij kan te vermijden. In plaats van een thuis, waar hij zich kan ontspannen en bevestigd wordt om wie hij is, en niet om wat hij doet, is het een bedreiging voor hem geworden, waar hem gezegd wordt -openlijk of in stilte- dat hij een slechte minnaar, een slechte echtgenoot en een slechte vader is.

Dit duwt hem steeds verder zijn bediening in, die intussen voor hem dé zingevende factor in zijn leven geworden is. Het wordt zijn thuis, waar mensen hem bevestigen en zich verheugen in zijn geestelijkheid, waar precies de gaven die thuis als zo bedreigend ervaren worden, op prijs gesteld en als zegen ervaren worden. Hij heeft het gevoel dat hij in de bediening veel meer zichzelf kan zijn dan “thuis”. Zijn vrouw wordt, zo niet zijn vijand (omdat hij toch nog “sterker” is dan zij), dan toch een duidelijke hindernis voor zijn bediening.

Vijanden aan het werk

Dit is het uiterlijke verhaal, wat absoluut ernstig genomen moet worden. Maar daar achter kunnen we tegelijk onze drie klassieke vijanden aan het werk zien: het vlees, de wereld en de duivel. Het vlees zoekt in zowel de man als de vrouw naar macht. Het probeert te manipuleren in functie van egoïstische doelen, gaat pijn en gebrokenheid uit de weg, streeft egoïstisch gevoelens na, en is op zoek naar de laagste motieven in de ander. De wereld, met al zijn mensen en goederen, speelt direct in op de begeerten van het vlees en belooft bevestiging, geneugten en macht. De duivel, die in onze tijd als nooit tevoren gebruik maakt van de eeuwenoude strategie: “Verdeel en heers”, doet alles wat hij kan om het zaad van verdeeldheid te zaaien. Hij streeft er zeer bewust naar om zo veel huwelijken van Christelijke leiders als hij kan, te vernietigen.

Wat gebeurt er op dit moment- Het lijkt erop dat dit huwelijk nu vijf mogelijke richtingen uit kan gaan. U zult begrijpen, dat slechts één daar van “mogelijk” in de bijbelse zin van het woord kan worden.

1. Hij zet zijn bediening onveranderd voort, en verwacht daarbij feitelijk niets van zijn vrouw. Zij keert haar teleurstelling naar binnen, en blijft de rest van haar leven in zijn schaduw als een stille “leidersvrouw”. Haar geestelijk, emotioneel en sociaal leven wordt zo dor als een woestijn, en gaat verder door het leven als een tragisch ‘niemand’.

2. Zij zoekt haar eigen wegen tot bevestiging terwijl het huwelijk naar buiten toe de schijn blijft hoog houden. Ze handhaaft een onverschillige houding ten opzichte van de bediening van haar man en zijn geestelijke strijd. Ze investeert al haar energie in een eigen carrière. Omdat hij de bittere wortels van die carrière kent, kan hij haar hierin niet steunen. Uiteindelijk leven ze volkomen naast elkaar door, elk in een totaal verschillende wereld.

3. Eén van beiden vindt een andere partner die wel tegemoet komt aan zijn of haar emotionele behoeften, en begint een overspelige relatie, met of zonder medeweten van de ander. Dit kan een tijdlang zo doorgaan onder de dekmantel van het oude huwelijk, maar vroeg of laat moet er mee worden gebroken én moet er berouw over zijn; anders zal het echtpaar de vierde, steeds meer voorkomende richting, inslaan.

4. En dat is echtscheiding. Daar kan veel over gezegd worden, maar hier kan ik alleen zinspelen op de onbeschrijfelijke pijn die dit met zich meebrengt voor de kinderen, voor het echtpaar zelf, voor hun vrienden en voor de bediening waarover we het hier hebben.

5. Het echtpaar komt tot een doorbraak en ze strekken de handen weer naar elkaar uit, in een proces van genezing. De rest van dit artikel wil ik graag besteden aan enkele gedachten over de manier waarop die genezing kan plaats vinden.

Genezing is niet gemakkelijk

Ten eerste moeten we afstand nemen van het onjuiste idee dat genezing zacht en aangenaam is. Genezing is net zo aangenaam als het zonder verdoving ondergaan van een chirurgische ingreep. Genezing is geen pijnloze manier om uit een crisis in je huwelijk te komen. Het is zo dat ook andere wegen die daar uit leiden, pijnlijk zijn. Het verschil ligt in het feit dat deze weg ten leven leidt, waar de andere wegen tot de dood leiden.

De eerste voorwaarde, die al het andere voorafgaat, is het besluit om te kiezen voor genezing. Het is een besluit om “radicale chirurgie” te ondergaan om zo het huwelijk te redden en de mensen te bevrijden die zichzelf erin gevangen hebben gezet. Er zal een minimum aan goede wil moeten zijn aan de kant van zowel de man als de vrouw: “Dit huwelijk is zo belangrijk dat ik bereid ben de prijs voor genezing te betalen”.

Daarna zouden zij gewoon hulp moeten gaan zoeken. Ik weet zelf hoe trots en doodgewone blindheid een Christelijke leider er jarenlang van af kan houden om counseling voor zijn eigen leven en huwelijk te zoeken. Hij is immers tegelijkertijd druk bezig met het onderwijzen en bemoedigen van ieder ander om die om hulp vraagt. Deze hardnekkige weerstand tegen het erkennen van problemen en het vragen om hulp, lijkt wel een zwakheid te zijn die speciaal mannen eigen is. Vrouwen zijn geneigd om de problemen veel eerder onder ogen te zien, en om, in hun behoefte aan hulp van buitenaf, veel minder gebonden te zijn aan gezag en trots.

Ik ben erg geholpen door de houding die Paulus aanneemt in zijn tweede brief aan de Korinthiërs. Deze brief is een bevrijdend manifest voor Christelijke leiders. “Want wij willen u niet onkundig laten, broeders, van de verdrukking die ons overkomen is…” schrijft hij in 1:8, en besteedt verder een groot deel van zijn brief aan het delen van zijn zwakheid en pijn met zijn broeders en zusters in Christus. Zijn gezag rustte klaarblijkelijk niet op zijn eigen kracht om zwakken te helpen, maar op het zwak zijn samen met andere zwakke mensen, zodat de genezende kracht van Christus door hem heen in hun kon werken.

Waar gaan ze dan heen voor hulp- Seculaire therapie, die zich in de eerste plaats concentreert op het laten praten van de man en de vrouw om zo verkeerde patronen te ontdekken, heeft hier een zekere, maar toch beperkte waarde. Ze kan helpen verborgen wonden en noden bloot te leggen, maar ik ken echtparen die op den duur zelfs meer beschadigd waren door dat proces, dan dat ze er zonder geweest zouden zijn. Fundamentele oplossingen worden alleen dan bereikt in een beschadigd huwelijk, als het huwelijk voor het kruis wordt gebracht. Dit kan gedaan worden door middel van de bediening van één hulpverlener; of, misschien beter nog, door een man en een vrouw samen.

Met lege handen

Er is een tafereel in het evangelie van Johannes dat dit goed illustreert: “En bij het kruis van Jezus stonden zijn moeder en de zuster zijner moeder, Maria van Klopas en Maria van Magdala. Toen dan Jezus zijn moeder zag en de discipel, die Hij liefhad, bij haar staande, zeide Hij tot zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon. Daarna zeide Hij tot de discipel: Zie, uw moeder. En van dat uur nam de discipel haar bij zich in huis.” (Johannes 19:25-27).

Misschien kan het hierboven beschreven huwelijk ons helpen iets meer te begrijpen van de diepe spanningen die, in de voorafgaande drie jaren, tussen Maria en Johannes moeten bestaan hebben. In haar ogen moet Johannes één van degenen geweest zijn die haar zoon van haar hadden weggenomen, die haar beroofd hadden van zijn liefdevolle zorg en praktische hulp thuis, en die haar tot een erg eenzaam persoon hadden gemaakt. In zijn ogen moet Maria al deze jaren geestelijk blind geweest zijn, omdat ze probeerde haar zoon terug te winnen en zijn bediening te blokkeren met haar egoïstische noden. Elkaars motieven wantrouwend, zouden zij elkaar gemakkelijk als vijanden kunnen zien.

Nu staan ze beiden met lege handen aan de voeten van Jezus, terwijl Hij aan het kruis hangt. Dat is de enige plaats in het heelal waar alles wat ons uit elkaar drijft, zijn kracht verliest. Het vlees, de wereld en de duivel staan ontwapend voor het Lam van God, en zij kunnen ons niet langer strikken in wantrouwen en trots. Dan vraagt Jezus Johannes en Maria gewoon om elkaar aan te kijken.

En voor de eerste keer zien zij elkaar. Ze zien het menselijk gezicht dat verborgen was gebleven onder al die “geestelijkheid”, onder al dat “egoïsme”. En de oude verdedigingsmechanismen en argumenten zijn verdwenen. Ze staan daar zwijgend, als zondaars voor de levende God die sterft om hen met Zichzelf en met elkaar te verzoenen.

Begin met vergeving

Genezing moet dus altijd beginnen met vergeving. En vergeving moet altijd beginnen met een minimale erkenning van eigen zonde en schuld. Het is nooit genoeg een “vergevende houding” te hebben, of de bereidheid om “het oude te vergeten en opnieuw te beginnen”. Wat nooit niet vergeven is, kan ook nooit vergeten worden.

Nee, de vergeving moet specifiek zijn, en moet onder woorden gebracht worden, zowel naar God toe, met de hulp van de hulpverlener, als naar de partner toe. Aangezien ze elkaar jarenlang gekwetst hebben, zal het misschien enige tijd vergen om te vergeven, en de eerste keer dat ze eerlijk “Vergeef me voor…” tegen elkaar zeggen moet meer gezien worden als het ingaan door een open poort om samen aan een lange wandeling te beginnen, dan als het bereiken van het definitieve punt van genezing.

De echtgenoot moet berouw hebben ten aanzien van God en van zijn vrouw, voor het feit dat hij zijn bediening tot een afgod heeft gemaakt, dat hij zijn eigen geestelijkheid en werk meer heeft aanbeden dan “de Vader der barmhartigheden en de God aller vertroosting”. Zoals alle afgoden doen, hebben deze zaken hem blind gemaakt voor zowel het ware karakter van God, als ook voor zijn eigen zonden en noden en voor zijn vrouw.

Hij zou zich moeten bekeren van een egoïstisch en onbijbels concept van roeping. Dat woord verwijst er in de Bijbel bijna altijd naar, dat God ons roept om gemeenschap met Hem te hebben, en iedere bediening of elk werk wat God misschien voor ons in gedachten heeft, is absoluut secundair aan die relatie. Alleen als de echtgenoot afstapt van de demonische tredmolen (ik gebruik het woord ‘demonisch’ met opzet), van dingen doen voor God en een hele nieuwe prioriteit gaat geven aan het zijn met God, zal hij in staat zijn zichzelf te ontdekken: al zijn onderdrukte behoeften aan liefde, bevestiging, ontspanning, rust.

Dan zal hij tenslotte in een positie zijn om met zijn vrouw te communiceren. Niet vanuit zijn glimmende wapenrusting van geestelijkheid, maar vanuit een gemeenschappelijk vertrekpunt als twee erg menselijke zondaars voor God. Nu kan hij specifiek zijn, en haar vragen hem te vergeven, voor specifieke situaties waarin hij haar gekwetst heeft, omdat hij haar niet ter zijde gestaan heeft in het praktisch werk thuis, enzovoort.

De vrouw moet berouw hebben over die erg subtiele vorm van trots: zelfmedelijden. Ze moet gaan inzien hoe haar teleurstelling en onvervulde behoeften een voedingsbodem geweest zijn voor zelfmedelijden, wat haar een alibi verschaft heeft om de deuren te sluiten voor zowel God als voor haar man. Ze moet inzien hoe ze een levensstijl heeft aangekweekt die gericht is op egoïsme. Haar behoeften waren reëel, en ze hoeft die niet te ontkennen of zich er van te bekeren, maar het is haar trots die begon met die behoeften uit te buiten en te verdraaien tot een levensstijl die dikke muren bouwde tussen haar en God, en tussen haar en haar man.

Haar bitterheid jegens God, die toestond dat dit alles met haar gebeurde, moet eveneens aangepakt worden. Een wijze hulpverlener kan haar hier doorheen de verschillende stadia helpen. Misschien moet ze wel hardop tegen God zeggen: “Ik vraag u vergeving omdat ik al die tijd verbitterd tegen U geweest ben, en dat ik de gedachte koesterde dat U mijn man van mij afgenomen had. Ik neem het U niet langer kwalijk.”. Ze zou God kunnen vragen haar bitterheid jegens Hem te vergeven. En ze zou haar man om vergeving kunnen vragen omdat ze zich in zichzelf terugtrok, wanneer hij schreeuwde om gemeenschap en tederheid.

Een proces van genezing

Op basis van vergeving gaat het genezingsproces over naar bevrijding van specifieke banden die de man en de vrouw van elkaar hebben afgehouden. Dit zou ook moeten aangepakt worden door middel van specifiek gebed en met de hulp en het inzicht van een ervaren hulpverlener. Banden naar de ouders toe, naar de bediening, naar andere mensen: deze moeten allemaal voor het kruis gebracht worden, waar ik en talloze anderen kunnen getuigen van de geweldige kracht van God, die inderdaad gevangenen kan bevrijden.

De volgende stap in het hulpverleningsproces houdt genezing van pijnlijke herinneringen in. Dat kan misschien tot lang voor het huwelijk teruggaan, naar afwijzing uit de kinderjaren, overbezorgde ouders en andere pijnlijke ervaringen. Al die verborgen wonden zijn misschien de voedingsbodem voor een aantal vreemde patronen geworden, datgene waardoor we gekwetst zijn, maar nooit helemaal begrepen hebben. Veel van deze dingen kunnen we onmogelijk ontdekken met ons beperkt menselijk inzicht. Maar nogmaals, het is geweldig, hoe specifiek en liefdevol de openbaring en de genezende kracht van de Heilige Geest is.

Genezing is een proces dat de rest van ons leven doorgaat, en zal niet voltooid zijn voordat we een nieuw lichaam en een nieuwe geest zullen ontvangen in de opstanding met Christus. Paulus maakt ons in zijn tweede brief aan de Korinthiërs duidelijk dat zwakheid niet een tijdelijke fase in een crisis is, maar eerder een toestand die elke dag bij ons blijft terwijl we ons leven openstellen voor de kracht van de levende Christus. Nadat een doeltreffende Christelijke bediening verstoord geweest is door een diepe huwelijkscrisis, duurt het even voordat die gedachte tot ons trage verstand is doorgedrongen…

Vervolgens moeten praktische stappen ondernomen worden om nieuwe patronen in de relatie aan te brengen. De echtgenoot kan misschien een sabbatsjaar nemen, of kan zijn fulltime bediening beperken tot parttime bediening, zodat hij meer bij zijn vrouw en kinderen kan zijn. Dit alles niet om zijn roeping te verraden, maar juist om deze niet te verraden!

Dit echtpaar zou ook prioriteit moeten geven aan gebed en het samen lezen van de bijbel. Voor hem zal dit een nieuwe oefening in eerlijkheid zijn, omdat hij af moet stappen van alle beroepsmatigheid en zich, samen met zijn vrouw, als hoorder naar de Schrift uit moet strekken. Voor haar is het eveneens een nieuwe ervaring om uit haar geestelijke minderwaardigheidsgevoelens te komen, en beginnen te vertrouwen op haar eigen vermogen om Gods stem te horen, die te verstaan en toe te passen op haar eigen leven en op hun relatie.

Zonder van start te gaan met verkeerde verwachtingen, en zich verheugend over elke kleinigheid die ze eerlijk kunnen delen, zou dat het zaad van een gezamenlijke bediening in de toekomst kunnen zijn. Maar hun relatie moet nooit, maar dan ook nooit op basis van een dergelijk uiterlijk doel afgemeten of gewaardeerd worden. Dit is een bediening voor henzelf en voor hun huwelijk, niet voor andere mensen.

Een laatste woord: Voor mensen die betrokken zijn bij vredestichting, die voor de rechten van de armen werken, en voor een beter rentmeesterschap op deze aarde, kan het gezin nooit van dit streven gescheiden worden. Het is ronduit huichelarij om zijn huwelijk te laten verloederen, terwijl men vecht voor vrede en voor de rechten van de armen. Het voegt een probleem aan de samenleving toe, terwijl men beweert een probleem op te lossen. Terwijl we getuige zijn van de mislukking van het ene huwelijk na het andere, kunnen we niet langer een keuze maken tussen bediening en huwelijk. Het verdedigen van en zorgen voor een huwelijk is een bediening, waar in onze tijd een schrijnende nood aan bestaat.

Dit artikel werd met toestemming vertaald en overgenomen uit Transformation, juli – september 1988. P.O. Box 1308 – EQ Fort Lee, NJ 07024, USA