Aanbidding in de gemeente (1) Kom, laten wij aanbidden

A A A

“Kom allen tezamen, jubelend van vreugde, kom laten wij aanbidden.” De woorden roepen een sfeer op die hoort bij de maand december. Het kerstsfeercliché betekent voor veel mensen gezellig samenzijn, en als alles goed gaat hebben we ook een momentje oog voor het Kind in de kribbe. De muziek klinkt zacht op de achtergrond “Kom, laten wij aanbidden.”

Het is bijzonder dat de inhoud van dit lied hele andere omstandigheden bezingt. Het zijn de woorden van de herders in Bethlehem, die net een engel hebben gezien. Het raakt hen diep en ze zijn zeer bevreesd. Nadat de engel hen geruststelt met “Wees niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap” (Luk. 2:10), gaan zij het Kind zoeken dat hun verkondigd is. De herders gaan op pad en sporen elkaar aan. Hun hart is vol van “Kom laten wij aanbidden.” Het Kind is op de voorgrond van hun gedachten en roept op tot actie, hun onderlinge aansporing leidt tot een ontmoeting met de Heere Jezus.

Ook in het Oude Testament vinden we zulke dringende aansporingen om God te aanbidden. De Levieten in de tijd van Nehemia hoorden de woorden van de wet en riepen: “Sta op, loof de HEERE, uw God, van eeuwigheid tot eeuwigheid en laat men Uw heerlijke Naam loven, die boven alle lof en prijs verheven is” (Neh. 9:5). Hun roep verschilt niet veel van het lied dat we goed kennen: “Kom, laten wij aanbidden, want Hij alleen is waardig, wij prijzen U voor eeuwig!” Het zijn woorden die je op de achtergrond van je leven kan laten draaien, op momenten dat het past in je omstandigheden. Maar voor de herders, Nehemia en de Levieten waren de woorden geen achtergrondmuziek. Voor Nehemia was dit het resultaat van urenlang op de knieën zitten. Het volk Israël zonderde zich af. Daarna lazen ze gedurende een vierde deel van de dag voor uit het wetboek. Op een ander vierde deel deden zij samen belijdenis en bogen zich neer. En dan kwam het moment van aanbidding.

In een artikelenreeks willen we ingaan op aanbidding in de context van de gemeente: (1) Kom, laten wij aanbidden, (2) Hij alleen is waardig, en (3) Wij prijzen U voor eeuwig. In dit artikel beschrijven we de context van aanbidding in de gemeente: hoe we geroepen zijn om God samen te aanbidden, het onderwijsaspect van aanbidding en de individuele beleving.

Kom allen tezamen
De Bijbel staat vol aansporingen om God te aanbidden. Vaak komen de aansporingen van iemand die God op een bijzondere wijze heeft ontmoet, zoals de herders en de Levieten die we hierboven al noemden. Deze mensen zijn vol van hun ontmoeting met God en sporen daarom de mensen rond hen aan om God te aanbidden. Een groeiende persoonlijke relatie met God resulteert in een onderling aansporen om Hem te prijzen. Deze wisselwerking hoort thuis in elke christelijke relatie en bij uitstek in de gemeente. De Bijbel is daarbij een schat aan psalmen die we kunnen gebruiken om elkaar aan te vuren: “Zing vrolijk in de Heere, rechtvaardigen!” “Alle volken, klap in de handen, juich voor God met luide vreugdezang, want de HEERE, de Allerhoogste is ontzagwekkend, een groot Koning over de hele aarde.” “Zing psalmen voor Zijn heerlijke Naam en geef Hem lof en eer.” “Zeg tegen God: Hoe ontzagwekkend bent U in Uw werken!” “Kom en zie Gods daden. Kom, luister, allen die God vreest.” “Zing voor de HEERE een nieuw lied, want Hij heeft wonderen gedaan.” “Kom, laten wij ons neerbuigen en neerbukken, laten wij knielen voor de HEERE, Die ons gemaakt heeft.” De psalmen zijn niet de enige lofzangen in de Bijbel. Het kortste lied vinden we in 2 Kronieken 5:13: “Voorzeker, Hij is goed, want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig.” Dat lied werd ook als strijdlied gebruikt in 2 Kronieken 20, waar Gods vriendelijke liefde werd bezongen op een moment van grote nood en angst. Gods liefde is voor eeuwig! In het lied van Mozes brengt Mozes een lofzang op de redding door de Rode Zee (Ex. 15). De lofzang van Maria is een loflied dat God grote dingen doet aan de nederigen van hart (Luk. 1). In het lied van David (2 Sam. 22) looft David God omdat Hij hem heeft gered uit de handen van Saul. De aanleiding om God te aanbidden ligt in een besef van Zijn eigen karakter door Zijn daden en Zijn Woorden. We proclameren naar God toe en ook naar elkaar toe: “Kom, laten wij Hem aanbidden.”

Hoeveel te meer kunnen wij lofprijzen omdat Hij ons redt van onze zonden door het offer aan het kruis! Gods redding zien we dag aan dag in ons eigen leven en de vrucht ervan verspreidt zich om ons heen. Het doet ons anderen oproepen om Hem te volgen en Hem te aanbidden. Het aanbiddingsmoment tijdens onze samenkomsten maakt deze aansporing concreet. De gemeente spoort zichzelf aan Hem te aanbidden. De gemeente heeft Hem immers ontmoet en gezien als één bruid, met één stem.

Aanbidding is onderwijs
De lofprijs van de Levieten in het boek Nehemia komt niet uit het niets. De aanleiding van hun aanbidding is het lezen van het wetboek en een besef van hun eigen zonde. De Israëlieten aanbidden de God die ze hebben leren kennen, de God van het wetboek. Hoewel we op aarde nog niet volkomen kennen en ons kennen beperkt is (1 Kor. 13:9), is het wel de getuigenis van de Bijbel dat God gekend kan worden. De wet openbaart een heilig God en doet zonde kennen. Het kruis proclameert dat er voor wie gelooft geen veroordeling voor die zonde is. De schuld is betaald door een heilig, genadig en rechtvaardige God. Dit is de God die Zijn eigen Zoon veroordeelde in onze plaats.

In Nehemia 9 vers 5 roepen de Levieten de Israëlieten op om God op het einde van de maand te loven, na verschillende weken luisteren naar de wet van Mozes. Nehemia 8:4 zegt: “De oren van heel het volk waren gericht op het wetboek.” Het loofhuttenfeest werd voor het eerst in lange tijd terug gevierd en er was zeer veel blijdschap. De wet van God werd dag aan dag voorgelezen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het zaaien van Gods Woord in de vruchtbare bodem van hun harten, na lange tijd een reactie, een aanbiddingsrespons veroorzaakt. Gods Woord veroorzaakt aanbidding die voortkomt uit gebroken en nederige harten die Hem horen door Zijn Woord en met geestelijke ogen zien.

Zo is het ook in onze gemeenten: vruchtbare aanbidding vloeit voort uit nederige harten, die reageren op een standvastig en herhalend onderwijs. Oren kunnen niet gericht zijn op Gods Woord als het Woord niet gepredikt wordt. “Want hoe zullen zij dan Hem aanroepen in Wie zij niet geloven? Hoe lieflijk zijn de voeten van hen die vrede verkondigen, van hen die het goede verkondigen” (Romeinen 10:12). Meer nog, onze lofgezangen verkondigen ook zelf hun eigen onderwijs. Hoewel de teksten die we zingen niet primair als onderwijs bedoeld zijn, zoals een prediking, hebben de teksten toch een grote invloed op hoe wij over God denken. Paulus haalt dit aan in Kolossenzen 3: “Laat het woord van Christus in rijke mate in u wonen, in alle wijsheid; onderwijs elkaar en wijs elkaar terecht, met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen.” Paulus verbindt hier het overdenken van Gods Woord en onderwijs met het zingen van lofzangen. Ook in Efeziërs 5 zegt hij: “Spreek onder elkaar met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, zing voor de Heere en loof Hem in uw hart.” Onze lofzangen verkondigen de God die we kennen, en prijzen Hem om Zijn lovenswaardige kenmerken. Aanbidding is een vorm van onderwijs. Liederen beïnvloeden wat we geloven. We vertellen onszelf onomwonden wie God is – en dus ook wie de mens is. Dit aanbiddingsonderwijs in liedteksten is aanvullend aan het onderwijs in de prediking. In de gemeentesamenkomst moet het de prediking ondersteunen, bevestigen en aanvullen. Aanbidding in liederen verwoordt een gepaste respons op het onderwijs door woorden.

Het is dus van groot belang dat we nadenken over welke woorden we zingen. Ter illustratie: er is een zin in het originele Engelstalige lied ‘In Christ alone’ (vertaald als ‘Jezus alleen’, Opwekking 575) dat zegt dat ‘de toorn van God tevreden gesteld is’ toen Jezus stierf aan het kruis. De liedjesschrijvers kregen meerdere malen de vraag of deze zin mocht aangepast worden naar ‘de liefde van God werd grootgemaakt’ toen Jezus stierf aan het kruis. Daarmee zou er niet gezongen worden dat God toornde over Zijn eigen Zoon, maar zou de aandacht naar Gods liefde gaan. Zij die moeite hebben met de toorn van God willen de liedtekst wijzigen naar de liefde van God. Indien dat gebeurt, wordt een belangrijk aspect van Gods karakter en handelen bewust uit de liedtekst geschrapt. De nieuwe tekst bevat geen onwaarheid (God heeft door het kruis inderdaad lief!), maar hij verbergt wel een andere waarheid (God toornt over de zonde en het kruis is een uitdrukking van Zijn toorn). Door de liedtekst te veranderen wordt het onderwijs in de liedtekst en de aanbidding van God aangepast aan het goed gevoel van mensen en wordt de kennis van hoe de toorn van God verbonden is met het kruis uit de geloofsleer van de gelovigen geweerd. De goede geloofsleer wordt aangetast door eenzijdig onderwijs in de liedtekst. De God die toornt over Zijn Zoon heeft trouwens ook de Nederlandse vertaling niet gehaald.

Zonder dieper in te gaan op dit specifieke voorbeeld, tonen dit soort discussies aan dat het van belang is dat we stilstaan bij wat wij zingen, want het vormt – of we dat willen of niet – ons mensbeeld en ons Godsbeeld. Bij het kiezen van aanbiddingsliederen in de context van de gemeente zijn dan ook belangrijk vragen aan de orde. Welke aspecten van Gods karakter willen we belichten in deze samenkomst? Komt het evangelie en het verlossende werk van Jezus voldoende aan bod vandaag? Hoe is de balans tussen inhoudsvolle, onderwijzende liederen en reflecterende liederen met emotionele taal? Hoe kan de muziek de overdenking van de woorden die we zingen zo goed mogelijk begeleiden? Zingen we liederen omwille van de muzikale sfeer, ook indien de tekst Bijbels niet helemaal correct is? Is wat we zingen in lijn met de goede geloofsleer en wordt die ook gepredikt?

Kom en zing!
Merk op dat onze lofprijs niet zozeer gekarakteriseerd wordt door onze muzikale talenten, maar wel door onze reactie op Gods redding, door de verkondiging van het Woord en onze ontmoeting met Hem. Aanbidding hoeft daarom niet per se gepaard te gaan met muziek. Het is een gebed waarin we onze respons op onze ontmoeting met God geven. Muziek leent er zich wel erg toe om aan de verwoording van onze respons muzikale uiting te geven, maar muziek is geen doel op zich.

Dat betekent dat het aanbiddingsmoment voor iedereen in de gemeente belangrijk is. Wie niet graag zingt, kan de woorden uitspreken of in zijn hart overdenken. Zo’n respons is in de kern dezelfde beleving als van iemand met muzikaal talent. Het hart maakt God groot en roept anderen op om hetzelfde te doen.

Bij aanbidding kunnen emoties een belangrijke rol spelen. De inhoud van de waarheid wekt een emotionele reactie van blijdschap, verwondering, schaamte, vrede, etc. Toch is aanbidding niet noodzakelijk een emotionele beleving. Het kan bijvoorbeeld een beslissing zijn: “Ik zal U gehoorzaam zijn, ook al voelt ik niets. Ik kies ervoor Uw Naam te loven.” Het eerste lied van Mozes in Exodus 15, het eerste lied dat we terugvinden in de Bijbel, is een mooi lied zijn voor zo’n moment: “Ik zal zingen voor de HEERE, want Hij is hoogverheven! Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen.” Dit lied spreekt over wat God vroeger gedaan heeft – Hij stortte ruiter en paard in de zee. Hij is mij tot heil geweest. Hij is mijn schuilplaats, Hij beschermt mij voor benauwdheid. In het laatste lied van Mozes in Deuteronomium 32 sluit Mozes voor hij sterft zijn laatste onderwijs af met een lied. Het lied beschrijft het karakter van God: “Hij is de Rots, Wiens werk volmaakt is, want al Zijn wegen zijn een en al recht.” Het lied getuigt: “Denk aan de dagen van vroeger tijd.” Dit zijn waarheden die zalvend en bemoedigend zijn voor een ziel die emotioneel overweldigd is, een ziel die niet in staat is om blij te zijn en geen bijzondere ervaring kan hebben. De waarheid kan – los van emoties – het denken vernieuwen, zoals Romeinen 12:2 zegt: “Word innerlijk veranderd door de vernieuwing van uw denken.” De ziel kan al zingend het onderwijs ontvangen dat goed is voor de ziel. Ze zegt “Loof de Heere mijn ziel en vergeet niet één van Zijn weldaden!”

“Kom, laten wij aanbidden” is dus een aansporing aan de gemeente om bij God te schuilen, ongeacht omstandigheden of emoties. En dat om één reden: wij hebben de redding van de Allerhoogste gezien en geproefd! (Ps. 34). Het oproepen en aanmoedigen tot lofprijs hoort thuis in de gemeente, het effect ervan reikt ook ver buiten de gemeentemuren. Het doet Gods eer verkondigen aan de mensen om ons heen. Zoals Psalm 96 zegt: “Zing voor de HEERE, loof Zijn Naam, breng de boodschap van Zijn heil van dag tot dag. Vertel onder de heidenvolken van Zijn eer, onder alle volken van Zijn wonderen.” Aanbidding verkondigt Zijn eer en Zijn Naam, in Zijn gemeente en overal waar komen.

Omdat Hij ons heeft gered en omdat we Hem kennen. Sta op, loof de HEERE!