100 % Waarheid en 100 % Liefde

A A A

De tweede brief van Johannes is een kort briefje. Een ‘kattenbelletje’. In het Grieks telt deze brief net geen 250 woorden waardoor hij net paste op een papyrusblad. Daardoor heeft hij zowel de vorm als de lengte van een gewone brief, zoals er zoveel geschreven werden.

De schrijver identificeert zich op een ietwat verhulde manier als ‘de ouderling’. Hij gebruikt hiervoor het Griekse woord πρεσβυτερος (presbuteros). Dit woord werd gebruikt om gewoon te verwijzen naar ‘een ouder persoon’.1 In het nieuwe testament verwijst het woord vaker naar iemand die een leidinggevende functie binnen de gemeente bekleedde, zowel binnen de Joodse gemeenschap,2 als binnen de christelijke kerk.3 De schrijver spreekt de geadresseerde aan op dezelfde verhulde manier: “de uitverkorenevrouw en haar kinderen”. Hij gebruikt hiervoor het Griekse woord κυρια (kuria). Dit woord komt in het nieuwe testament enkel voor in de tweede brief van Johannes. Het betekent: ‘meesteres, vrouw des huizes’. In seculiere Griekse teksten betekent het soms ook: ‘bruid van de heer des huizes’. Dit sluit aan bij het beeld van de gemeente als bruid van Christus.4 Het woord voor ‘kinderen’ (τεκνοις – teknois) betekent gewoon ‘kind’, maar wordt in het nieuwe testament door Paulus vaak gebruikt om te verwijzen naar medewerkers of gemeenteleden die onder zijn bediening staan.5 In zijn brieven verwijst Johannes telkens weer naar de geadresseerden als zijn ‘kinderen’.6

Dit alles lijkt er op te wijzen dat de brief niet geschreven is aan één specifieke vrouw en haar kinderen. Het lijkt erop dat de schrijver, waarschijnlijk omwille van vervolging, zelf anoniem wilde blijven en ook de anonimiteit van de gemeente wilde beschermen, mocht de brief in handen van de vervolgers vallen. Alles wijst er echter op dat het de apostel Johannes is die schrijft aan de gemeente in Efeze. Hij heeft deze gemeente niet zelf gesticht en gebruikt daarom het ‘uitverkorene vrouw/kinderen’-beeld in plaats van het ‘vader’-beeld’. De gemeente zou echter gelijk hem als de auteur van de brief herkennen, omdat hij zelf vele jaren lang oudste geweest is in deze gemeente.

De gemeente in Efeze
We kennen de gemeente in Efeze uit het boek openbaringen: “Ik ken uw werken, uw inspanning en uw volharding, en weet dat u slechte mensen niet kunt verdragen, en dat u hen op de proef hebt gesteld die van zichzelf zeggen dat zij apostelen zijn, maar het niet zijn, en dat u hebt ontdekt dat zij leugenaars zijn. En u hebt moeilijkheden verdragen, en volharding getoond. Om Mijn Naam hebt u zich ingespannen en u bent niet moe geworden. Maar Ik heb tegen u dat u uw eerste liefde hebt verlaten.” (Openb. 2:2-4)

Efeze was een belangrijke stad, gelegen aan de westkust van het huidige Klein-Azië. De stad was een belangrijk commercieel knooppunt dat afhankelijk was van Rome, maar een grote mate van zelfbestuur genoot. Op haar hoogtepunt liep het aantal inwoners op tot 250.000. Er stonden heel wat prachtige gebouwen in de stad, waaronder een amfitheater en een indrukwekkende bibliotheek, maar het stadsbeeld werd het meest bepaald door de tempel van Artemis, die beschouwd wordt als een van de zeven wereldwonderen van de antieke wereld. De stad ontleende een belangrijk deel van haar rijkdom aan de bloeiende handel in zilveren beeldjes van de godin Artemis.

De gemeente in Efeze ontstond doordat Paulus bij zijn bezoek aan de stad enkele discipelen aantrof.7 Hij blijft twee jaar en drie maanden in de stad om onderricht te geven. De gemeente groeit snel en er gebeuren vele wonderen. Dit leidt ertoe dat de gilde van goudsmeden, onder leiding van Demetrius, ervoor gaat vrezen dat de handel in zilveren beeldjes van Artemis in zal storten. Hij lokt een opstand uit die leidt tot vervolging van de gemeente en het vertrek van Paulus. Op een later moment stuurt Paulus Timotheüs nog naar Efeze om daar problemen met dwaalleer op te lossen.8 Volgens de traditie heeft de apostel Johannes vele jaren lang als oudste leiding gegeven aan de gemeente. Hij zou er bijna 100 jaar geworden zijn.

Waarheid en liefde
De gemeente van Efeze was een bloeiende gemeente, maar kende ook veel problemen met dwaalleraars. Johannes schrijft hun dit briefje om de problemen rondom waarheid en liefde aan te pakken.

Waarheid
‘Waarheid en liefde’ zijn ook vandaag nog belangrijke en relevante thema’s. We leven in een tijd waarin het begrip ‘waarheid’ zwaar onder druk staat. We vinden het niet gemakkelijk om te erkennen dat er een absolute waarheid bestaat en dat alles wat ingaat tegen die waarheid ‘leugen’ genoemd moet worden. En als de waarheid al bestaat, dan is dat een persoonlijke zaak. Dit alles onder het mom van ‘liefde’ en ‘verdraagzaamheid’.
We hebben geleerd om te leven met de gedachte dat twee tegenstrijdige waarheden naast elkaar bestaansrecht moeten hebben. Zo heeft ieder zijn ‘eigen waarheid’. Sommigen gaan zelfs zo ver om regelrechte leugens te bestempelen als ‘alternatieve feiten’. Phishing mails zijn niet te onderscheiden van echte mails. Allerlei filmpjes met ‘fake news’ verschijnen op ons computerscherm. ‘Deep fake’ kan iedereen alles laten zeggen en kan zelfs de koningin van Engeland laten dansen op haar bureau…
De discussie vandaag gaat over de vraag of de waarheid bestaat en of we haar überhaupt wel kunnen kennen. En dus ook over de vraag of we wel bindende uitspraken mogen doen op grond van Gods Woord. Want, zelfs als je erkent dat de Bijbel Gods Woord is, mag je dan wel beweren dat je de waarheid van de Bijbel goed genoeg begrijpt om dergelijke uitspraken te doen? Dit is de vraag waar ook Pilatus al mee worstelde: ‘Wat is waarheid?’ (Joh. 18:38)
Misschien is de vraag echter niet zozeer of we de waarheid kunnen kennen, maar veeleer of we de waarheid willen kennen. Wanneer we erkennen dat de waarheid bestaat en dat we haar ook kunnen kennen, moeten we immers tegelijk ook erkennen dat God bestaat en dat we Hem kunnen kennen. Dat houdt dan op zijn beurt weer in dat alles wat ingaat tegen de Waarheid, leugen en duisternis is. Dat houdt dan weer in dat we partij worden in de strijd tussen Licht en Duisternis en positie zullen moeten kiezen. We moeten dan voor de waarheid gaan staan en die verkondigen. We moeten dan positie innemen betreffende reinheid in de gemeente, de zonde benoemen en afwijzen omdat ‘een klein beetje zuurdeeg het hele deeg doorzuurt’ (1 Kor. 5:6). We moeten dan een lichtend licht zijn in deze wereld, zonder deel te worden van die wereld. Dat betekent dat we standpunten in moeten nemen betreffende vragen die te maken hebben met het levensbegin en het levenseinde, met de gender problematiek, met sociale ongerechtigheid, met huwelijk en opvoeding, en bovenal met vragen rondom eeuwig leven en eeuwige dood.

Liefde
‘Liefde’ wordt hoog aangeschreven in onze cultuur. De vraag is echter wat we hiermee bedoelen. Met: “Ik hou van jou…” bedoelen we meestal: “Jij geeft mij een goed gevoel… “ “God is liefde” betekent meestal: “God aanvaardt alles en iedereen”, ongeacht wat iemand doet of gelooft. Liefde wordt hierbij gereduceerd tot kritiekloze aanvaarding, een absolute en onvoorwaardelijke aai over de bol.
Bijbelse liefde is niet zozeer gericht op het welbevinden van de ander, maar veeleer op het welzijn van de ander. Wie zijn kinderen liefdevol op wil voeden, zal tegen hun in moeten gaan. Kinderen moeten leren hun ouders te gehoorzamen. Dat betekent dat ze moeten leren hun wil te buigen en te doen wat hun ouders van hun vragen, zelfs wanneer ze zelf iets anders willen doen. Dat brengt moeite en conflict met zich mee. Wie dit uit de weg gaat, bewijst zijn kind echter geen liefde.9
Jezus zegt dat in het einde der tijden de liefde van velen zal verkillen.10 Tijdens de pandemie hoorde ik mensen voortdurend beweren dat deze “het beste in de mensen naar boven brengt”. Dat is echter niet wat ik zag in de supermarkt wanneer er een tekort was aan toiletpapier… En dat is al helemaal niet wat ik zie als ik kijk naar de manier hoe rijke landen de armere landen behandelen bij het verdelen van het vaccin. We leven wel degelijk in een tijd waarin de liefde verkilt. We zijn best bereid om iets aan de ander te geven, maar enkel wanneer we het zelf niet nodig hebben.
Bijbelse liefde is doen wat goed is voor de ander, zonder daarbij te letten op het eigen belang, ook wanneer het moeilijk of zelfs gevaarlijk is. “Hierin is de liefde van God aan ons geopenbaard, dat God Zijn eniggeboren Zoon in de wereld gezonden heeft, opdat wij zouden leven door Hem. Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon zond als verzoening voor onze zonden.” (1 Joh. 4:9-10)
Jezus verwijt de gemeente Efeze dat ze hun eerste liefde verlaten hebben. (Op. 2:4) Het gaat hierbij niet eens zozeer over de liefde voor elkaar, maar veeleer over de liefde voor God. Ze hebben hun radicaliteit losgelaten, voeren niet langer ondubbelzinnig strijd tegen dwaalleraars en tegen de zonde in hun leven. Ze hebben wel liefde, maar geen liefde voor God. Hun liefde richt zich vooral op zichzelf en op de wereld. Ze zijn als Demas: eerst was hij een toegewijde en radicale medearbeider van Paulus,11 maar daarna heeft hij het team van Paulus verlaten ‘omdat hij de tegenwoordige wereld heeft lief gekregen’ (2 Tim. 4:10).

Een interessante parallel
Waarheid en liefde houden elkaar niet in evenwicht. Het is niet 50% waarheid en 50% liefde zodat ze samen 100% vormen. Het is 100% waarheid en 100% liefde omdat ze deel uitmaken van het karakter van God zelf. God heeft geen waarheid en God heeft geen liefde, maar God is waarheid en God is liefde.

Waarheid  Liefde
God is waarheid
“Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven…” (Joh 14:6)
God is liefde
“God is liefde” (Joh 4:8,16)
De waarheid woont in ons
“de waarheid blijft in ons” (2 Joh 2)
De liefde woont in ons
“Zijn liefde in ons…” (1 Joh 4:12)
De waarheid maakt vrij
“zal u vrij maken” (Joh 8:21)
In liefde wandelen
overeenkomstig gebod (2 Joh 1:6)
De liefde maakt vrij
“als de Zoon nu vrijgemaakt heeft, zult u werkelijk vrij zijn” (Joh. 8:36)

Waarheid en liefde zijn één binnen de ene God. Waarheid staat tegenover leugen en liefde staat tegenover haat. Waarheid en liefde zijn bepalend voor wie God is, leugen en haat zijn bepalend voor wie de boze is.

De liefde kan niet zonder de waarheid en de waarheid kan niet zonder de liefde. Liefde verheugt zich in de waarheid maar is altijd open en eerlijk, steeds vriendelijk en geduldig (1 Kor 13:4-8).

Waarheid en liefde is niet wat we zeggen, maar wat we doen. We kunnen veel praatjes hebben en voortdurend tegen iemand zeggen dat we van hem of haar houden, maar als we alleen maar vervelende dingen doen, zal dit niet overtuigen. En zo kunnen we een prachtig getuigenis neerzetten maar als het niet ondersteund wordt door ons leven, zal alles al snel blijken een leugen te zijn. Waarheid en liefde hebben te maken met het volgen van God, met radicaliteit en met trouw. Ze moeten zich uiten in de manier hoe we met God wandelen, zowel in ons persoonlijk leven als binnen de gemeente.

Waarheid en liefde zijn niet vrijblijvend, maar zijn geboden: “Ik heb mij zeer verblijd dat ik er onder uw kinderen gevonden heb die in de waarheid wandelen, in overeenstemming met het gebod dat wij van de Vader ontvangen hebben. En nu vraag ik u, vrouwe, niet alsof ik u een nieuw gebod schrijf, maar dat wat wij vanaf het begin gehad hebben: laten wij elkaar liefhebben. En dit is de liefde, dat wij wandelen naar Zijn geboden. Dit is het gebod zoals u vanaf het begin gehoord hebt dat u daarin moet wandelen” (2 Joh. 4-6). Waarheid en liefde zijn geen vrijblijvende opties, maar iets wat God van ons verwacht: “Geliefden, als God ons zo liefhad, moeten ook wij elkaar liefhebben” (1 Joh. 4:11).

Een waarschuwing
Johannes schrijft dat hij blij is dat sommigen in de waarheid wandelen, maar anderen doen dat niet. Hij maakt zich hier zorgen over en waarschuwt de gemeente. Wij doen er goed aan om deze waarschuwing, in een tijd waar waarheid en liefde zwaar onder druk staan, ook in ons leven en onze gemeente ernstig te nemen.

Er zijn misleiders uit de gemeente uitgegaan die niet in waarheid en liefde wandelen. Ze laten de radicaliteit los en belijden niet dat Jezus Christus in het vlees gekomen is. (1 Joh. 7) Daar moet je voorzichtig mee zijn: ‘Let op uzelf’ (1 Joh. 8). Ze kunnen gevaarlijk zijn voor je eigen geestelijk leven en er voor zorgen dat je eigen inspanningen tevergeefs zijn. Johannes roept de gemeenten op om deze mensen te mijden en zelfs geen sociaal contact met hun te hebben zodat je geen beeld krijgt aan hun boze werken.12

Laten we deze waarschuwing serieus nemen en de radicaliteit in ons eigen leven en onze gemeente bewaken. Laten we voor de waarheid en de liefde gaan staan en deze door onze woorden én onze daden verkondigen in een wereld die de Waarheid en de Liefde verworpen heeft.

Eindnoten

  1. Zie o.a. Luk. 15:25, Joh. 8:9, Hand. 2:17, 1 Tim. 5:1-2.
  2. Zie o.a. Matth. 16:21, Mark. 14:43, Lk. 7:3, Hand. 6:12.
  3. Zie o.a. Hand. 11:30, 1 Tim. 5:17, Tit. 1:5, Jak. 5:14, 1 Pet. 5:1.
  4. Zie o.a. 2 Kor. 11:2, Ef. 5:22-23, Op. 21:19.
  5. Zie o.a. 1 Kor. 4:14, 2 Kor. 6:13, Gal. 4:19, Fil. 2:22, 1 Thess. 2:11.
  6. Zie o.a. 1 Joh. 2:1, 12,18, 28; 3:7, 18; 4:4; 5:21; 3 Joh. 1:4.
  7. Zie Hand. 19:1.
  8. Zie 1 Tim. 1:3-4.
  9. Zie o.a. Spr. 13:24.
  10. Zie Matth. 24:6-12.
  11. Zie Kol. 4:14; Fil. 1:24.
  12. Zie 2 Joh. 10-11.