print artikel
sluiten [x]

Inloggen

Wat is Kinder- en Tienerpastoraat?

De behoefte aan kinder- en tienerpastoraat1 is ontzettend groot. Als we de krant lezen of naar het nieuws kijken, valt het onmiddellijk op dat er een heleboel problemen te wijten zijn aan te weinig tijd, aandacht en liefde voor elkaar. Ook de cijfers van seculiere onderzoeken wijzen uit dat de huidige samenleving bol staat van de problemen en moeilijkheden. Binnen de gemeente is dat niet anders. Ook daar gaan heel wat kinderen en tieners gebukt onder lasten die ze nog niet zouden moeten en zeker nog niet kunnen dragen. De nood in de gemeente is, jammer genoeg, niet minder groot dan in de wereld.

Een belangrijke reden om aan pastoraat te doen, naast het geven van je leven om God te dienen, is het feit dat de oorsprong van de problemen waar volwassenen mee worstelen, vaak tot in de kindertijd kan worden teruggeleid. Kinderpastoraat werkt dus preventief! Het helpt kinderen om op te groeien tot sterke, gezonde, zelfstandige volwassenen die leven tot eer van God en in goede samenleving met anderen.

Het grootste verschil tussen volwassen- en kinderpastoraat is, zoals te verwachten valt, de doelgroep. Kinderen werden vroeger gezien als ‘minivolwassenen' en men ging ervan uit dat ze op dezelfde manier functioneerden als grote mensen.1 In de seculiere psychologie kreeg men in het begin van de vorige eeuw aandacht voor de specifieke noden van het kind. Ook binnen het pastoraat is er aandacht voor het kinderpastoraat, maar pas sinds de jaren '80 kwam er echt belangstelling voor de problemen van kinderen en tieners in het christelijke landschap.

Herderschap
Een overlapping tussen regulier pastoraat en kinder- en tienerpastoraat is het woord ‘pastoraat' of herderschap. De oorsprong van dit woord kunnen we terugvinden in het Latijnse ‘pastor', dat je letterlijk kan vertalen met ‘herder'.
Maar, wat is een herder- Wat doet hij- Wat wordt er van hem verwacht- Daarvoor moeten we even gaan kijken naar ons grote voorbeeld: De goede Herder.

De bediening van Jezus wordt gekenmerkt door de tijd, de liefde en de aandacht die Hij heeft voor de mensen in Zijn omgeving. Hij ziet het lijden, de pijn, het verdriet, de ziektes,... Hij ziet niet alleen wat er met hen aan de hand is, wat hun worstelingen zijn, maar Hij doet er ook wat aan. Hij wordt met ontferming bewogen.
 
En toen Hij uit het schip ging, zag Hij een grote schare en werd met ontferming over hen bewogen, omdat zij waren als schapen, die geen herder hebben, en Hij begon hun vele dingen te leren. (Marc. 6:34)

Hier zien we dat de nood aan ontferming en bewogenheid, ook in de dagen dat Jezus op aarde rondliep en dus niet alleen vandaag, groot was. Hij ziet onmiddellijk dat die grote schare, die groep van allemaal verschillende individuen, hulp nodig had. Ze waren alleen. Ze hadden leiding in hun leven nodig. Jezus zag dat en deed er wat aan. Hij begon hen dingen te leren. Hij werd hun herder en hun leraar.
Naast alles wat hij investeerde in de grote groepen mensen die Hij op Zijn weg tegenkwam, is het belang dat Hij aan de kinderen hecht karakteristiek voor Zijn werk.
 
En zij brachten de kinderen tot Hem, opdat Hij ze zou aanraken; doch de discipelen bestraften hen. Toen Jezus dat zag, nam Hij het zeer kwalijk en zeide tot hen: Laat de kinderen tot Mij komen, verhindert ze niet; want voor zodanigen is het Koninkrijk Gods. Voorwaar, Ik zeg u: Wie het Koninkrijk Gods niet ontvangt als een kind, zal het voorzeker niet binnengaan. En Hij omarmde ze en hun de handen opleggende, zegende Hij ze. (Marc. 10:13-16)

Jezus is niet enkel geïnteresseerd in de levens van de volwassenen, de grote mensen. Hij ziet ook de kinderen en laat ze bij Hem komen. Hij ziet de dingen zo ontzettend scherp. Hij weet dat zij nog onbevangen naar de wereld kijken, dat zij gewoon geloven zonder gezien te hebben en dat net dat kinderlijke geloof, die onschuld en onbevangenheid hen zoveel kwetsbaarder dan volwassenen maakt.
Hij gaat zelfs nog verder door de volwassenen die rondom hem staan te wijzen op hun eigen tekortkomingen. Hij omarmt de kinderen, zegent de kinderen en maant de grote mensen aan om net zoals die kleine kinderen te worden. Hij wil dat we onbevangen, klein en kwetsbaar tot hem komen. Hij wil dat we net zoals de kinderen geloven.
 
Op dat ogenblik kwamen de discipelen bij Jezus en vroegen: Wie is wel de grootste in het Koninkrijk der hemelen- En Hij riep een kind tot Zich, plaatste dat in hun midden, en zeide: Voorwaar, Ik zeg u, wanneer gij u niet bekeert en wordt als de kinderen, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan. Wie nu zichzelf gering zal achten als dit kind, die is de grootste in het Koninkrijk der hemelen. En een ieder, die zulk een kind ontvangt in mijn naam, ontvangt Mij. Maar een ieder, die een dezer kleinen, die in Mij geloven, tot zonde verleidt, het zou beter voor hem zijn, dat een molensteen om zijn hals was gehangen en hij verzwolgen was in de diepte der zee. (Matt. 18:1-6)
 
Terzelfder tijd verblijdde Hij Zich door de Heilige Geest en zeide: Ik dank U, Vader, Heer des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, doch aan kinderkens geopenbaard. Ja, Vader, want zo is het een welbehagen geweest voor U. (Luc. 10:21)

De zwakste groep in de toenmalige maatschappij was de groep van de wezen en de weduwen. Jakobus roept ons op om net naar diegenen die niet voor zichzelf kunnen opkomen, om te zien. Vandaag, in onze huidige samenleving zijn de zwakken net die kinderen en tieners die worstelen met een waaier van mogelijke problemen en verdriet. Nu zijn zij degenen waar moet worden omgezien. Zuivere en onbevlekte godsdienst voor God, de Vader, is: omzien naar wezen en weduwen in hun druk en zichzelf onbesmet van de wereld bewaren. (Jak. 1:27)

Kinderen in de Bijbel2
Elk van God ingegeven schriftwoord is ook nuttig om te onderrichten, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de gerechtigheid, opdat de mens Gods volkomen zij, tot alle goed werk volkomen toegerust. (2 Tim. 3:16-17)

Het is van het allergrootste belang om bij pastorale hulpverlening de Bijbel als enige en absolute basis te onderkennen en op die manier te gebruiken. De principes voor het leven en de levensheiliging zijn in de Schrift terug te vinden.

Kinderen en dan vooral zonen werden in de tijd van het Oude Testament als een Goddelijk voorrecht beschouwd. Het krijgen van een kind was een hoogte van vreugde, het verlies van een kind een diepte van pijn. Zie, zonen zijn een erfdeel des HEREN, een beloning is de vrucht van de schoot. (Ps. 127:3)

Het gezin was de hoeksteen van de samenleving en kinderen werden op alle vlakken thuis opgevoed totdat ze klaar waren om hun eigen plaats in de maatschappij in te nemen. De gezinnen waren vooral omwille van de polygamie heel erg omvangrijk en zelfs monogame gezinnen waren behoorlijk uitgebreid. Een gezin bestond uit vader, moeder, zonen dochters, broers, ongehuwde zussen, grootouders, verwanten, dienaren, concubines en dagloners. Dat is een opvallend verschil met de gezinnen in onze huidige maatschappij.

Het leven (cultureel, politiek, religieus, sociaal, maatschappelijk,...) werd bepaald door de mannen. De gezinnen waren opvallend paternalistisch. De vader was het hoofd, de baas met absolute autoriteit. In de Semitische maatschappij was het gezin een religieuze gemeenschap met de vader als priester. Denk maar aan Abraham, Isaak en Jakob die altaren bouwden en onderhielden, en offers brachten.
De belangrijkste kenmerken van de figuur van vader en moeder worden in de Bijbel op verschillende plaatsen beschreven.
  
De vader wordt omschreven als leider (Gen. 50:16), leraar (Spr. 1:8) en tuchtmeester (Gen. 37:10). Hij is hierbij liefdevol(Gen. 44:20), medelijdend (Ps. 103:13), zegenend (Gen. 27:41), verblijdend (Spr. 15:20) en treurend (Gen. 37:35).
De moeder krijgt de kenmerken liefdevol (Spr. 4:3), zorgzaam (Jes. 49:15) en troostend (Jes. 66:13).

De moeder stond de eerste jaren in voor de opvoeding en het onderwijs van de kleintjes en de vader had de verantwoordelijkheid om de geboden aan zijn kinderen door te geven. Bewaar, mijn zoon, het gebod van uw vader en verwerp de onderwijzing van uw moeder niet. (Spr. 6:20) In de praktijk was het zo dat meisjes van hun moeder leerden hoe ze een huishouden moesten runnen en jongens leerden van hun vader het veld bewerken, schapen hoeden of een ambacht beoefenen. Vader en moeder participeren elk op hun eigen manier, volgens hun eigen verantwoordelijkheid in de opvoeding van de kinderen.
 
Hoor, Israel: de HERE is onze God; de HERE is een! Gij zult de HERE, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht. Wat ik u heden gebied, zal in uw hart zijn, gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij nederligt en wanneer gij opstaat. (Deut. 6:4-7)

De kinderen moesten aan beide ouders respect (Ex.20:12), liefde (1 Kon. 19:20) en gehoorzaamheid (Lev. 19:3) betonen. De eindverantwoordelijkheid voor de totale opvoeding ligt bij de vader. Hij heeft de macht om beslissingen te nemen die betrekking hebben op het hele leven en zelfs de dood (Gen. 22 en Deut. 21:18-21) van zijn kinderen.

Opvoeding
Dat is allemaal heel goed en nuttig om te weten, maar hoe breng je deze principes in de praktijk- Eerst en vooral is het belangrijk om te weten hoe de ontwikkeling van een kind normaal verloopt, voordat we ons met de begeleiding van kinderen in probleemsituaties kunnen bezighouden. De begeleiding in een gezonde groei en ontwikkeling geldt op geestelijk gebied maar, het gaat ook om het sociale, emotionele en praktische aspect van het mens-zijn. Dat lijkt misschien een tegenstelling, maar dat is het niet. Kinderen leren namelijk geestelijke lessen tijdens hun dagelijkse leven. De vader van een kind heeft bijvoorbeeld de belangrijke taak om het kind een juist beeld van de Vader mee te geven. Als kinderen en ouders hierin begeleid worden, leren ze om te wandelen met God. En dat is preventie.

Pastoraat en opvoeding3 hebben hetzelfde doel: heiliging. Dat is waartoe de Bijbel ons oproept. Er staat immers geschreven: Weest heilig, want Ik ben heilig. (1 Petr. 1:16) Het is de bedoeling dat onze levenswandel tegelijk onze levensheiliging is, dat we steeds meer gaan lijken op het beeld van Christus. Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld zijns Zoons,... (Rom. 8:29)

Dat is wat ouders en begeleiders voor ogen houden: dat kinderen groeien naar het beeld van Christus. Kinder- en tienerpastoraat heeft niet altijd te maken met situaties waarin een kind al in de knoei zit. Het kan ook gaan om een kind dat (tijdelijk) extra zorg en aandacht nodig heeft om niet in de problemen te raken. Soms gaat het om ouders die advies nodig hebben om te voorkomen dat hun kinderen in de problemen raken.

Het is de opdracht aan ouders en andere volwassenen die deel uitmaken van het leven van een kind of een tiener dat ze de liefde voor God en elkaar tonen (Mat. 22:37-39). Het is daarbij van essentieel belang dat het pastoraat aan kinderen en tieners altijd verloopt in samenspraak met de ouders. Dat zijn de personen die de verantwoordelijkheid voor de opvoeding dragen. Soms is KTP dan ook een heel erg dunne lijn tussen ‘hulp aan kinderen' en ‘hulp bij opvoeding'. Meestal zijn deze twee hulpverleningen onlosmakelijk met elkaar verbonden en lopen ze in elkaar over.

Als het helemaal mis loopt, is er meer nodig dan extra zorg, liefde en aandacht. Dan gaat het om de kinderen en tieners in nood. En dat zijn er ontzettend veel. Soms zitten ze in de problemen door hun eigen keuze. Denk maar aan alcoholmisbruik, druggebruik of ongewenste zwangerschap. Veel vaker is het als gevolg van mensen en omstandigheden rondom hen. Denk hierbij aan echtscheidingen, (zwangerschap als gevolg van) seksueel misbruik of pesten. Hier worden kinderen en tieners bedreigd in hun ontwikkeling en hebben ze de steun en begeleiding van volwassenen nodig om die bedreiging het hoofd te bieden.

Eindnoten
Dit artikel werd gebaseerd op de les ‘Wat is KTP-' uit: Reader Kinder- en tienerpastoraat (Heverlee,CPC:  2008)
1 J. De Vriese, ‘Kinderpastoraat: ontwikkelingen en problemen', in Tijdschrift voor Theologie en Pastorale counseling (1995, nr. 28)
2 Uit: G. W. Bromily, International standard Bible Encyclopedia, (Eerdmans: Grand Rapids 1979) deel I p. 644-646, 538, 870, 456, 438 Deel II p. 472, 308, 21-27, 279-281 deel IV p. 75-78, 570-571, 1165-1166
3 D. Lemmens, ‘Pastoraat en opvoeding', in Tijdschrift voor Theologie en Pastorale counseling (1992, nr. 15)

Metamorfose, Magazine voor pastoraat en hulpverlening
19de jaargang, 3de kwartaal 2009, nr 83, p. 24-26
© Centrum voor Pastorale Counseling, v.z.w.

Van Deun, Elke