Pornografie "Je doet daarmee toch niemand kwaad" Over schaamte en schaamteloosheid
Chris Sebrechts legt de vinger op het geraffineerde van het menselijk hart. Pornografie hoort niet bij christenen, maar weinig christenen hebben misschien door hoe diep en ongemerkt dit in hun eigen ziel snijdt.
De mens wordt naakt geboren
God schiep de dierenwereld "sleutel op de deur". Een afgewerkt product, beheerst door een instinct. Binnenin geprogrammeerd tot in detail en aan de buitenkant bekleed met eigen onverbeterbare vacht.
Gans anders verging het de mens. Geen sleutel op de deur maar in ruwbouw blijven staan. Opvoeding, sociale contacten en persoonlijke levensstijl zullen de persoonlijkheid een eigen profiel geven. En ook de uiterlijke mens werd niet bekleed. De mens wordt naakt geboren. Op het eerste gezicht verrassend want de mens is warmbloedig - net als de vogels en de zoogdieren - en behoeft dus bescherming door vacht of vetlaag tegen de koudere temperaturen in zijn biotoop. Toch heeft de mens geen bescherming rond zijn lichaam. Van nature uit is hij bestemd om te leven in een subtropisch paradijs... of om zich te kleden. Een mens heeft dan als voordeel dat hij zijn vacht zelf mag kiezen. Een voordeel dat heel nadrukkelijk benut wordt. De mens kleedt zich om zich te beschermen en zich aan te passen aan de eisen van ‘t moment. Of hij ruilt zijn overall voor feestkledij en veruitwendigt zo wat binnenin leeft - de stemming, de persoonlijke smaak. Die keuzevrijheid illustreert de aparte plaats die de mens inneemt in deze schepping.
Het lichaam behoeft bescherming
De mens heeft een mannelijke ruwbouw, of een meer elegante vrouwelijke ruwbouw. Dat laatste klinkt natuurlijk tegenstrijdig: Eva is veelal erg mooi en aantrekkelijk in haar adamskostuum. En ook Adams lichaam behoeft niet noodzakelijk kledij om knap te zijn... het woord ruwbouw is wat slecht gekozen. Het lichaam moet niet worden afgewerkt. Het behoeft bescherming. Bescherming van de eigen zwakheid tegen het omgevende milieu en tegen indiscrete blikken van de medemens. Want het eerste mensenpaar verkoos Gods hoede te verlaten en een eigen weg te gaan. De mens kwam zo terecht in een wereld met een natuur die tegelijk vriend en vijand is en met een medemens die zalft en die verwondt. De mens voelt intuïtief dat er iets fout gaat. Hij voelt zich naakt onveilig en zoekt zijn schaamte te beschermen met een vijgenblad.
Het schaamtegevoel - het gevoel van onzekerheid - houdt blijkbaar vooral verband met seksualiteit. Waarom - Waarschijnlijk omdat de mens zich op die wijze volledig aan een ander geeft en iets doet wat hem diep raakt. Het schaamtegevoel beschermt de persoonlijkheid daar waar die het meest kwetsbaar is en risico loopt beschadigd te worden.
Het schaamtegevoel heeft natuurlijk ook een schaduwzijde. Het kan de vrije meningsuiting en de vrijheid van handelen aan banden leggen en de mens zo opsluiten in zichzelf. Het censureert dan juiste woorden. Het doodt dan goede initiatieven. En bij sommige personen is die politiemacht zeer nadrukkelijk aanwezig, blijft de handrem geblokkeerd en komt de persoonlijkheid nooit echt tot ontplooiing. Maar dat negatieve aspect wordt in onze tijd zo duidelijk benadrukt dat het nodig wordt de balans opnieuw in evenwicht te brengen. De positieve kant mag ook eens in de verf worden gezet.
De door God ontworpen kleinste samenlevingscel
Lichamelijke schoonheid moet niet gesluierd worden maar evenmin geëtaleerd. Schoonheid is niet bedoeld om zomaar prijs te geven in een wereld waarin al wat mooi is dreigt misbruikt en geperverteerd te worden. Schoonheid maakt de mens seksueel aantrekkelijk en is een eigenschap die volop tot zijn recht komt in de intimiteit van het koppel... wanneer Eva de ware Adam heeft gevonden. Dit accordeert met het feit dat de mens een redelijk wezen is met keuzevrijheid omtrent de wijze waarop hij zich voortplant. De mens wordt niet beheerst door een seizoengebonden blinde paringsdrift. Hij kiest de moeder van zijn kroost. Zij kiest de vader van haar kinderen. God verwacht van hen dat zij selectief omgaan met elkaar en seksualiteit aanzien als toegevoegde waarde in een duurzame relatie van twee mensen die het wel en wee van het leven delen met elkaar. De bijbel presenteert het huwelijk als de door God ontworpen kleinste samenlevingscel - een liefdevol verband met een wederzijdse dienstbaarheid - dat de beste kansen biedt voor evenwichtige ontplooiing van man en vrouw en kinderen. Een kader dat ook bescherming biedt tegen eigen zwakheid. Verder laat God de mens veel vrijheid. Want de mensenwereld contrasteert met het dierenrijk waarin elk handelen en elke structuur werd vastgelegd in een instinct. De mens ontving de vrijheid om zijn politieke en socio-culturele leven te organiseren zoals hem dat goed dunkt en om een economisch model naar zijn keuze op te bouwen. En hij behoudt de vrijheid om het"één man, één vrouw"-principe al of niet te respecteren. Wie de waarde van de huwelijksband niet erkent of wie er niet de prijs voor wil betalen zal seksualiteit waarschijnlijk in een ander kader plaatsen en een andere visie hebben op de naakte mens.
Jezus veroordeelt een verkeerde fantasiebeleving
Het lichaam is geen openbaar kunstbezit, dat elkeen mag "gebruiken" met zijn ogen. Wie naakte schoonheid etaleert stelt zijn naaste te veel op de proef en nodigt hem uit misbruik te maken van zijn fantasie. En dit wordt in de bijbel net zo goed afgekeurd als het verkeerde handelen. In de bergrede wijst Jezus niet enkel de uitkomst, maar ook de oorsprong aan als zonde. Niet alleen hij die zijn naaste doodt, maar ook hij die hem uitscheldt, wordt schuldig bevonden. Niet enkel hij of zij die overspelig is, maar ook diegene die naar de vrouw van een ander kijkt en haar wil hebben. Die veroordeling houdt onder meer verband met de vrees voor de uitkomst, de wetenschap dat vroeg of laat het denken het handelen zal beïnvloeden want geest, ziel en lichaam vormen een drie-eenheid zodat alles door kan stromen. Verkeerd handelen vindt zijn oorsprong in de innerlijke mens. Vroeg of laat wordt de gedachte ook omgezet in daden.
Een andere reden waarom een verkeerde fantasiebeleving wordt afgewezen ligt in het feit dat de innerlijke mens net zo goed een realiteit is als de uiterlijke. Een realiteit waarin ook wordt gekwetst, zij het zintuiglijk niet dadelijk te onderkennen - een werkelijkheid ten volle voelbaar voor God die vrij beweegt in alle dimensies, en "de visu" geconfronteerd wordt met datgene wat in het onzichtbare beweegt.
Bovendien laat denken net zo goed als handelen zijn sporen na in de menselijke geest. En wanneer straks het lichaam weer tot stof vergaat, wordt die verkleurde geest de kiem voor een andersoortig leven. Zo kan een negatieve stroom door de tijdsdimensie heen ons blijvend achtervolgen. Wat een mens zaait, dat zal hij oogsten, wordt ook op lange termijn bewaarheid.
Geen openbaar kunstbezit
Aantrekkelijkheid die publiek wordt vrijgegeven koppelt het lichaam los van de innerlijke mens en plaatst het in een consumptiesfeer. Wie op consumptie uit is heeft geen oog voor de nood gerespecteerd en authentiek geliefd te worden. De intrinsieke waarde van de mens wordt ontkend en zoiets laat al gauw een kater na. Seksualiteit die op foto of film te koop wordt aangeboden, heeft met passie en met geld te maken en houdt geen verband met een menselijke relatie. Het stimuleert een ik-gerichte levensstijl die zich weinig gelegen laat aan de noden van de medemens. Zo’n soort interesse staat haaks op een oprechte belangeloze aandacht. Het versterkt ook de overdreven aandacht die onze mannequin-maatschappij besteedt aan het schoonheidsideaal.
Kunst als dekmantel
In primitieve maatschappijen werd passie veelal verbloemd door het in religie in te kaderen - iets wat je vandaag ook nog wel ontmoet bij sektes. In onze cultuur wordt kunst gebruikt als dekmantel. Drift wordt verbloemd door het in te kaderen in kunst. Schoonheid wordt voorgewend als excuus om gluren goed te praten. Wat schoon is wordt geacht ook goed te zijn. Vanuit het schoonheidsideaal wordt een cultus van het lichaam gepromoot. Een cultus met ook veel gefrustreerde aanhangers want het schoonheidsideaal kan uitgroeien tot een despoot die de lat te hoog legt en slechts oog heeft voor de uiterlijke mens. Wie zichzelf of zijn levenspartner voornamelijk taxeert op grond van de lichaamsmaten en zelf aan de eis voldoet, wordt ijdel. Wie niet voldoet, blijft ontevreden achter. Winnaar en verliezer missen allebei een dieper reikende voldoening want de innerlijke mens blijft met een leegte zitten.
0penbare zedenschennis
Het domein van de kunst is moeilijk af te lijnen. Vroeger werd alleen soft als kunst gepresenteerd. In foto en film werden vele taboes ontbloot. Gore taal was geen hinderpaal voor literaire prijzen. Maar intussen mag je ook al verder gaan. Hard - kwetsen van het lichaam - is nu overal te koop. In heel wat Vlaamse scholen kregen de kinderen in het voorbije schooljaar een presentboekje mee naar huis ter gelegenheid van de week van de horrorstrips... een goede voorbereiding om weinige jaren later gruwelfilms te ontlenen in de videoshop. Wat tien jaar geleden nog beschouwd werd als een weerzinwekkend fenomeen in de marge van de maatschappij, wordt nu als entertainment gepresenteerd aan het grote publiek, voorlopig nog in de late uren. Het domein van de lage kunsten is in opmars en het eindpunt is duidelijk nog niet bereikt. En zo vraag je je af wat iemand in België nog moet doen om bekeurd te worden wegens openbare zedenschennis. Het antwoord luidt waarschijnlijk: "In een zatte bui in aanwezigheid van een politieman ostentatief plassend de markt oversteken." Ja, dan heb je waarschijnlijk prijs... zelfs al is die politieman de enige Belg die het gezien heeft. Maar elke echte aantasting van de goede zeden wordt getolereerd voor zover zij niet gepaard gaat met fysiek geweld.
Een onbescheiden bijdrage
De opmars van het domein van de lage kunsten gebeurt niet meer in stilte. Meters grote reclameborden schreeuwen om het luidst om aandacht. In de kiosk treedt de cover-girl steeds onbeschaamder op de voorgrond. En waarover gaan de titels van de populaire bladen -
Bijna alle middelen zijn goed om de consument te vangen. De aantrekkelijkheid van het lichaam is een veel gebruikte blikvanger. Meestal verhullend en suggestief, maar omdat je toch aan alles went gaan de reclamejongens steeds verder. Vanuit technisch en esthetisch oogpunt is hun publiciteit doorgaans goed verzorgd - vierkleurendruk op glanspapier. Maar tegelijk haalt ze de vrouw omlaag tot een lustobject dat er om vraagt onteerd te worden. En zo levert de reclamewereld haar onbescheiden bijdrage aan de vervuiling van het morele landschap.
Getolereerde fantasiebeleving
Is onze cultuur niet hypocriet door dit te accepteren en tolerantie te verdedigen als hoogste waarde - Want het gaat tenslotte om één en dezelfde wereld. Een wereld waarin een oorzakelijk verband bestaat tussen schaamteloosheid en geweld. En men kan niet vermijden dat het onderscheid vervaagt tussen de getolereerde fantasiebeleving en het veroordeelde seksueel geweld. Elke maatschappij telt voldoende zwakke schakels - smeltpatronen die heel wat vlugger doorslaan dan de norm en dan veel schade aanrichten. Hebben we als maatschappij nog niet genoeg problemen, dat het nodig blijkt de honger aan te scherpen - Hoe kortzichtig is het jongeren aan te sporen tot een veilig rijgedrag door dubbelzinnige affiches waarin een link gelegd wordt met seksueel gedrag. Wie de schaamte verder afbreekt, nodigt uit tot meer agressie.
Hard is nu wel overal te koop, maar wordt door de meerderheid toch afgewezen. Soft stuit op minder weerstand want "je doet daarmee toch niemand kwaad". Maar ook soft breekt de schaamte af en doet zo de innerlijke mens geweld aan. Het tast de bescherming aan die van nature aan de mens werd meegegeven. Soft corrodeert - zoals hierna zal blijken - het maatschappelijk weefsel.
Een zieke onderbouw
De buitenkant van het sociale leven wordt gekenmerkt door wetgeving, door een uitvoerende macht met een politiedienst en door rechtspraak. Maar dat is een formele bovenbouw die tenslotte slechts in staat is te versterken of hard te maken wat daaronder leeft. Met de dag wordt duidelijker dat de overheid de haar toegeschoven taken niet meer aankan en dat het maatschappelijk weefsel uit elkaar valt. Een democratie kan niet staande blijven op een verziekte onderbouw. Ze vereist een maatschappij waarin Jan Modaal in doen en laten rekent met de ander. Een maatschappij waarin de courante noden spontaan gelenigd worden door rolpatronen en sociale druk. Doorslaggevend voor een cultuur is dus hoe mensen denken en voelen en wat ze voor elkaar over hebben. En dat alles wordt beheerst door rolpatronen en tradities - een ongeschreven wetgeving die met zachte dwang het egoïsme in ‘t gelid kan houden. Maar die ongeschreven wetgeving werd tijdens de voorbije jaren in ijltempo herschreven en de sociale druk duwt nu veelal in de verkeerde richting.
De kwaliteit van het echte leven hangt dus samen met de cultuur, met de heersende waardenschaal, met de kwaliteit van de innerlijke mens, met het gewetensvolle of het gewetenloze, met schaamte of met schaamteloosheid.
Een politieman die het handelen controleert
In de innerlijke mens ontmoeten we een rechter en een politieman. De innerlijke rechter lijkt op "Vrouwe Justitia" met haar weegschaal met gewichtjes. De gewichtjes wijzen op een intuïtieve kennis van wat goed en kwaad is. Dank zij dat geweten kan de mens anders gaan leven dan het dier en rechtvaardigheid betrachten. Het geweten kan ook de aanzet vormen voor een zoektocht naar God als de ultieme referentie. Het stemt tot verder nadenken, roept diepere levensvragen op en vormt misschien een springplank voor een geloofssprong in de goede richting.
De innerlijke rechter wordt bijgestaan door het schaamtegevoel - een politieman die het handelen controleert. Het schaamtegevoel is een vorm van wantrouwen tegenover het onbekende dat soms nuttig is omdat we leven in een wereld die vaak mooier overkomt dan hij in wezen is. Een aarzeling die ons ervan weerhoudt aanmatigend te zijn. Het schaamtegevoel helpt ons ook bescheiden te blijven en onze grenzen te accepteren. Het helpt de man discreet te zijn en niet elke knappe vrouw zo aan te kijken alsof hij haar bezit.
Het schaamtegevoel beschermt de privacy tegen aantasting door derden en biedt ook bescherming tegen de schade die de mens kan aanrichten bij zichzelf. De agent weerhoudt er ons van grof te zijn in doen en laten. Hij controleert het taalgebruik dat aan de grondslag van het denken ligt en medeverantwoordelijk is voor de vorming of misvorming van het geweten. Het schaamtegevoel zorgt voor de kwaliteitscontrole. Spreken en handelen worden getoetst vooraleer ze de wereld worden ingestuurd. En wanneer elkeen wiedt in eigen tuin, komt het onkruid niet in bloei en waait het zaad niet over naar de buurman. De overheid moet hier en daar wel tussenbeide komen maar kan haar aandacht voornamelijk richten op het onderhoud van de publieke tuin, waar de individuele wegen elkaar kruisen.
Omdat de mens ondeelbaar is
Rechter en politieman staan in relatie tot elkaar. Hoe zwakker de rechter, hoe permissiever de politieman. Schaamteloos wordt hij wiens geweten geen grenzen respecteert. En omdat de mens ondeelbaar is, kan schaamteloosheid op één terrein zich uitzaaien in de ganse mens. De degradatie van het seksuele tot een snack die voor het grijpen ligt, zal diepere gevolgen hebben. De politieman wordt laks en de kwaliteitscontrole afgezwakt.
Oorzaak en gevolg zijn direct aanwijsbaar bij hen die echt ontworteld raken. Maar veelal is de link meer algemeen en zien we een oorzakelijk verband op middellange termijn en op macro vlak, wat dan tot uiting komt in een agressieve ik-cultuur, waarin vooreerst de zwakke schakels het begeven. De sociale druk neemt af zodat sneller tot uiting komt wat van binnen leeft. Het contrast tussen duisternis en licht wordt scherper en Jan Modaal wordt gedwongen om partij te kiezen. Wie het kwade koestert, kan zich uitleven zonder dat hij nagewezen wordt. Maar ook wie zijn naaste lief heeft krijgt volop de kans te bewijzen wat hij waard is. Wie vuil is, wordt nog vuiler; wie rechtvaardig is, bewijst nog meer rechtvaardigheid; wie heilig is, distantieert zich van een verkeerde fantasiebeleving en wordt nog meer geheiligd.
Oorspronkelijk verschenen in Tijdschrift voor Theologie en Pastorale Counseling
5de jaargang, 4de kwartaal 1993, nr. 20, p. 47-51
© Centrum voor Pastorale Counseling v.z.w.
